‘Ik ben filistijns noch infantiel’

De meeste boeken over de Oudheid zijn bagger, vindt Robin Lane Fox. Zelf schreef hij een monumentaal overzichtswerk, dat nu vertaald is. ‘Spartanen! Die hadden ze allemaal in een kooi moeten opsluiten.’

Historicus Robin Lane Fox (rechts) in gesprek met acteur Colin Farrell, bij de opnamen van ‘Alexander’.

‘Keizer Domitianus was een absolute shit!” Historicus Robin Lane Fox, fellow van New College te Oxford, praat zacht en formuleert omzichtig, maar de oordelen die hij velt zijn van een on-Engelse directheid en de woorden die hij gebruikt behoren niet tot het alledaagse vocabulaire van de academicus. Achter het voorkomen van de prototypische Oxbridge don schuilt een wetenschapper die met verve de staf breekt over mensen – historische figuren, maar ook collega’s.

Toen Lane Fox zich na jarenlange smeekbedes van zijn uitgever liet overhalen een geschiedenis van de antieke wereld te schrijven, nam hij zich voor niet dezelfde fouten te maken waarin veel van zijn vakgenoten waren vervallen. „De meeste boeken over de Oudheid zijn saai en slecht geschreven. Dat komt omdat de auteurs de geschiedenis in een keurslijf persen. In een inleiding worden vragen opgeworpen, soms volstrekt anachronistisch, die voor de rest van het boek het perspectief beperken. Dat levert studies op over ‘slaven in Griekenland’ of ‘vrouwen in het Romeinse keizerrijk’ waarin met geen woord wordt gerept over politiek of cultuur. Zulke boeken zijn het papier niet waard waarop ze gedrukt worden.”

In zijn monumentale werk De klassieke wereld. Een epische geschiedenis van de Grieken en de Romeinen (besproken in Boeken 25.11.05) werpt Lane Fox daarom zijn blik zo wijd mogelijk. Het gaat over politiek én economie én cultuur én seks én sport. Dat dit geen onleesbare baksteen van een boek oplevert is niet alleen te danken aan de fraaie stijl van Lane Fox. De structuur met in totaal 55 korte hoofdstukken maakt De klassieke wereld zeer geschikt om beetje bij beetje te consumeren. Lane Fox: „Tot mijn verbazing liep de verkoop meteen erg goed.”

Het lijkt valse bescheidenheid, want sinds hij in 1973 op 27-jarige leeftijd debuteerde met een biografie over Alexander de Grote heeft Lane Fox meer dan een miljoen boeken verkocht. De geschiedopvatting die hij indertijd ontwikkelde is hij al die jaren trouw gebleven. Zijn boeken rusten altijd op de schouders van reuzen: klassieke auteurs als Herodotus, Thucydides, Suetonius en Tacitus. Als hij spreekt over deze bronnen is dat met meer dan alleen ontzag, ‘liefde’ lijkt de juiste omschrijving. „Ze zijn mijn metgezellen. Ik lees er nog iedere dag in en blijf nieuwe dingen ontdekken. Het is vooral door hun stemmen dat ik de antieke wereld zie.”

Luxe

De keus om zeer dicht bij de schriftelijke bronnen te blijven, leidt er als vanzelf toe dat er in de inleiding van De klassieke wereld niet het soort vraagstelling wordt geponeerd dat in universitaire kringen gebruikelijk is. Lane Fox kiest ervoor de geschiedenis te bekijken aan de hand van drie thema’s die voor de Grieken en Romeinen zelf van groot belang waren: vrijheid, recht en luxe.

De betekenis van deze woorden veranderde constant in de periode die het boek bestrijkt, van Homerus’ tijd rond 750 voor Christus, tot het keizerschap van Hadrianus dat eindigde in 138 na Christus. Wat Grieken en Romeinen beschouwden als vrijheid, gerechtigheid en luxe, en welke invloed ze aan deze fenomenen toekenden, zegt volgens Lane Fox alles over de wereld waarin zij leefden.

In het Griekenland van vóór de Atheense democratie werd het begrip vrijheid vooral gebruikt als het ging om zaken waarvan mensen gevrijwaard wilden blijven: slavernij en marteling. Lane Fox: „Pas vanaf Solon (638-558 v. Chr.) wordt de term vrijheid gebruikt in een positieve connotatie: de vrijheid om te stemmen, de vrijheid om te spreken.”

De betekenis van het woord recht kende een soortgelijke ontwikkeling. Recht was er eerst voor weinigen, daarna voor alle mannelijke burgers. Rijk of arm, iedereen, slaven en vrouwen uitgezonderd, was ondergeschikt aan dezelfde wetten. Met de teloorgang van de Romeinse republiek en het ontstaan van het keizerrijk in de tweede helft van de eerste eeuw voor Christus ging dit idee op de helling. Het was onder keizer Hadrianus dat de openlijke ijking van het recht op de sociale status van de beklaagde zijn intrede deed.

Daarmee was voor Lane Fox de cirkel rond en zijn boek ten einde. „Hadrianus zat met zijn opvattingen over recht en vrijheid niet ver meer van de archaïsche ideeën uit de tijd van Homerus. Dat is extra schrijnend omdat juist hij zich afficheerde als de meest ‘Atheense’ van alle Romeinse keizers tot op dat moment. Hij was uitgebreid op reis geweest in Griekenland en verbleef lange tijd in Athene. Die stad verleende hij zelfs een bijzondere status binnen het keizerrijk. Hadrianus zag zichzelf als de klassieke heerser bij uitstek, maar hij bleef steken in uiterlijkheden, was een ‘classicerend’ vorst. Hij liet in zijn buitenverblijf in Tivoli allerlei gebouwen en beelden neerzetten die hij typisch klassiek Grieks vond. Maar die bouwwerken waren net zo Grieks als de Eiffeltoren in Las Vegas Frans is.”

Hadrianus was de Grieken van Athene in één ding trouw gebleven: zijn afkeer van luxe. De zucht naar luxe was een ontwrichtende factor binnen de maatschappij, zo dacht men gedurende de gehele klassieke oudheid. „Dat was natuurlijk ook een prachtige stok om mensen mee te slaan die te machtig en te rijk werden”, weet Lane Fox. „Verder kweekte afzien van luxe sympathie bij het deel van de bevolking dat er wat vrijheid en gerechtigheid betreft bekaaid vanaf kwam. Daarom deelde Hadrianus zijn bad met gewone legionairs.”

Onzinnig

Lane Fox gruwt van de gewoonte van veel historici om uitgebreid hun afgrijzen te noteren over zaken als slavernij en bloedige veroveringsoorlogen alvorens tot beschrijving van de feiten overgaan. „Dat vind ik compleet onzinnig. Andere tijden, andere waardestelsels.”

Dat relativisme betekent niet dat er in De klassieke wereld geen schurken voorkomen. Domitianus dus, maar ook collega-keizers Nero en Caligula. „Daar kun je wel relativeringen bij aanbrengen, maar ze waren natuurlijk gewoon gek, in welke tijd dan ook.”

Zijn grootste afkeer bewaart Lane Fox voor het volk dat de helden van zijn boek, de klassieke Atheners, eeuwenlang naar het leven stond. „Ik walg van de Spartanen. Die hadden ze allemaal in een kooi moeten opsluiten.” Ook Caesar, Marcus Antonius en Augustus – grafdragers van dat andere hoogtepunt uit de Oudheid, de Romeinse republiek – komen er niet goed vanaf.

Hoewel hij met De klassieke wereld wederom succes lijkt te boeken bij een groot publiek, benadrukt Lane Fox dat hij nooit voor zijn lezers op de hurken gaat zitten. „I don’t write down to them.” Waarmee hij is aanbeland bij misschien wel zijn grootste ergernis ten opzichte van sommige collega’s die voor een groter publiek schrijven. „Het toontje dat in veel historische boeken wordt aangeslagen is infantiel, alsof de schrijver zijn lezers toeroept: ‘wees niet bang, ik ben net zo’n grote Filistijn als jullie’, of ‘deze wereld lijkt eigenlijk heel veel op een videoclip’. Dat is nergens voor nodig. Als je een onderwerp op zijn eigen merites voor het voetlicht brengt, zijn er genoeg mensen die daarover willen lezen.”

Robin Lane Fox: De klassieke wereld. Een epische geschiedenis van de Grieken en de Romeinen. Uit het Engels vertaald door D. Lagrand, P. van den Hout, Tinke Davids. Bert Bakker, 815 blz. € 39,95 (geb.).