Het portret dat de krant niet haalde

Op 5 maart 1960 maakt Alberto Korda een foto van een revolutionair met baret.

Het Tropenmuseum toont de kneedbaarheid van Che’s beeld: ‘It sings it’s own song’.

Muur, David Kunzle (1983

. „De meest gereproduceerde foto ooit”, zegt de Britse Trisha Ziff, gastconservator in het Amsterdamse Tropenmuseum. Voor haar liggen zakdoekjes, matryoshka-poppen, sigarendoosjes en ijsverpakkingen. Stuk voor stuk met een afbeelding van revolutionair Che Guevara. Gisteren opende Ziff een tentoonstelling over één foto, die van de Argentijnse ‘Che’, en het waanzinnig aantal manieren waarop dat portret is gereproduceerd.

Niet Che Guevara, maar een levensgrote afbeelding van Alberto Dìaz Guttièrez (bekend geworden als Alberto Korda) is het eerste dat de bezoekers van het Tropenmuseum te zien krijgen. De fotograaf die het beroemde portret van de revolutionair schoot, knijpt met zijn ogen. Hij bekijkt de negatieven van de foto, gemaakt op 5 maart 1960, in Havana, Cuba.

Afdrukken van de fotorol hangen er ook. Ziff loopt ze na met haar vinger en somt de namen van de gefotografeerde personen op. Fidel Castro, Jean Paul Sartre, Simone de Beauvoir. En dan Che, naast een palmtak. „Hij kijkt naar de horizon, van onder gefotografeerd. De man lijkt enorm”, zegt ze. „Maar waar kijkt hij naar?” Ziff bouwt de spanning op. Dan begint ze te vertellen. Onafgebroken, in de rondte wijzend, enthousiast. Over de geschiedenis van de plaat, de ontdekkingen die ze deed, en over de afgelopen drie jaar waarin ze de tentoonstelling samenstelde.

Ernesto ‘Che’ Guevara ziet die vijfde maart een immense menigte. Duizenden Cubanen hebben zich verzameld voor een herdenkingsbijeenkomst. Een massale uitvaart voor de slachtoffers die vielen bij de ontploffing van een met munitie volgeladen schip. Alberto Korda, van oorsprong modefotograaf en Fidel Castro’s persoonlijk fotograaf, legt de bijeenkomst vast voor het Cubaans dagblad Revolución. Che’s portret haalt de krant die dag niet. Korda – onder de indruk van Guevara’s blik; „boos en gekweld” – prikt het portret aan de muur van zijn studio.

Een jaar later in 1961 verschijnt de foto alsnog in Revolución, als aankondiging van een conferentie met Che Guevara als belangrijkste spreker. Vlak na zijn overlijden in 1967 wordt de foto gereproduceerd in Italië. In 1968 vormt het portret een belangrijk symbool van de studentenopstanden, waarna het steeds vaker opduikt bij demonstraties en protesten.

Ziff – herschikt hier en daar een T-shirt – is tevreden. De parkzaal van het Amsterdamse Tropenmuseum is na Mexico, New York en Londen, de vierde plaats waar de verzameling te zien is. Milaan, Barcelona, en Istanbul volgen nog.

Maar wat wil Ziff hier nu mee? Ze lacht. „Dat het publiek krankzinnig wegrent en die afbeelding nooit meer wil zien.” Ziff gooit haar handen in de lucht en draait met haar ogen: „O my god, Che, Che, Che.” En dan serieus: „I want them to look.” Ze hoopt dat bezoekers straks „anders” tegen het portret aan zullen kijken. Anne Brolsma van het Tropenmuseum: „Het gaat om beeldvorming. Hoe de afbeelding in verschillende culturen wordt gebruikt.”

En dat geeft vooral een tegenstrijdig beeld. Het portret blijkt oneindig kneedbaar. Che Guevara wordt serieus maar ook parodiërend gebruikt, en heeft kunst maar ook commercie geïnspireerd. De bezoeker ziet zich voortdurend voor de vraag gesteld of een afbeelding een ironisch statement is, serieus politiek commentaar, of een manier om anti-establishment uit te drukken? Ziff laat de portretten in haar expositie zelf spreken: „It sings it’s own song”.

En dat maakt van de tentoonstelling vooral een indrukwekkende verzameling objecten. Ziff wil meer laten zien dan de design-geschiedenis. Hoe en waarom het beeld zo populair werd. Maar de bezoeker van het Tropenmuseum ziet vooral dat het beeld populair werd.

Frans Fontaine, curator bij het Tropenmuseum, vermoedt dat dat misschien ook niet kan. De ongrijpbaarheid van de ontwikkeling tot icoon, verklaart mogelijk zelfs het succes ervan. „Natuurlijk, Che Guevara’s blik, turend naar de horizon, zijn hippe jack, wilde haren, zijn revolutionaire gedachtegoed en het feit dat hij vroeg stierf. Dat speelt mee”, zegt Fontaine. „Hij is een mooi alternatief voor het softe hippiedom uit de jaren zestig.” Maar het icoon blijft ongrijpbaar. „Het is een ontzettend kitsch beeld geworden, en tegelijkertijd behoudt het de revolutionaire boodschap. Dat is het wonderbaarlijke. Net zoals de glimlach van de Mona Lisa. Niet te duiden. Dat fascineert.”

Che! Een commerciële revolutie in het Tropenmuseum. Van 2 februari tot en met 6 mei. Dagelijks geopend van 10 tot 17.00u. Info: www.tropenmuseum.nl.