Haagse paniek over onderzoek

De PvdA wil onderzoeken of onderwijsvernieuwingen wel of niet goed zijn uitgepakt.

Andere partijen vermoeden dat de PvdA haar imago in het onderwijs wil verbeteren.

Leerlingen van een middelbare school tijdens de pauze. Foto Hollandse Hoogte Nederland, 2004. Schoolplein voortgezet onderwijs tijdens de pauze. groepsvorming. Foto:Ton Poortvliet/HH Ton Poortvliet/Hollandse>

Even was er paniek. Een hele dag hield Tweede-Kamerlid Jan de Vries (CDA) zich deze week onbereikbaar. Hij was „ondergedoken”, zei hij er later over.

Want het CDA was onaangenaam verrast dat beoogd coalitiepartner PvdA een parlementair onderzoek naar misstanden in het onderwijs wil. De PvdA wil „het patroon” van twintig jaar onderwijsbeleid onderzoeken en „lessen voor de toekomst” trekken.

De CDA’ers schrokken daarvan: dit was niet met hen overlegd. De stand van het onderwijs is een brisante maatschappelijke kwestie. Wat wilde de PvdA met deze manoeuvre?

Juist deze week praten de onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie aan de formatietafel over de onderwijsparagraaf in het regeerakkoord. Die gesprekken mogen niet beïnvloed worden door dagelijkse politiek.

En een parlementair onderzoek geldt als een politiek riskante operatie voor de betrokken bewindspersoon. Dat is nu CDA-minister Van der Hoeven.

Het CDA vond het onbegrijpelijk dat de PvdA dreigt met een onderzoek op het moment dat Jan Peter Balkenende (CDA), Wouter Bos (PvdA) en André Rouvoet (ChristenUnie) het onderwijs bespreken. Nog onbegrijpelijker was het voor het CDA dat de PvdA niet had overlegd, voordat PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer dinsdag in het wekelijkse vragenuur met haar plan kwam.

CDA’er De Vries: „Wij voelen niets voor zo’n onderzoek. Waarom wil de PvdA opeens praten over vernieuwingen die meestal afgesloten zijn?”

Dat komt, zegt de PvdA, door een scholierenprotest van afgelopen vrijdag. Een groep organisaties protesteerde in Den Haag tegen invoering van ‘competentiegericht’ leren – waarbij leerlingen geacht worden te leren door zelfstandig werken. De scholieren eisten vrijdag de terugkeer van de kennisoverdracht door docenten.

De PvdA, zegt Hamer, neemt die oproep serieus en vraagt om een parlementair onderzoek. Hamer: „De politiek is verplicht te luisteren naar de onvrede en zich de vraag te stellen: waarom slaat keer op keer de teleurstelling toe?”

Maar er speelt ook iets anders mee. Het échte antwoord op de vraag van De Vries moet wellicht eerder bij de PvdA gezocht worden. Alle grote onderwijsherzieningen van de afgelopen decennia dragen het stempel van de PvdA.

Onder verantwoordelijkheid van, onder meer, minister Ritzen en de staatssecretarissen Wallage, Adelmund en Netelenbos waren dat de basisvorming, de tweede fase, het studiehuis, het vmbo en, onlangs, het nieuwe leren.

Soms waren het omstreden vernieuwingen, zoals de basisvorming, die vorm gaf aan een oud sociaal-democratisch ideaal van gelijk onderwijs voor alle kinderen. Soms ook werden ze modern genoemd en politiek breed gedragen. Zoals het studiehuis, waarin leerlingen zelfstandiger moeten werken. Het vmbo geldt in het onderwijs echter als een mislukking.

Deze week komt in het Catshuis de vraag aan de orde wat het eventuele kabinet Balkenende-IV met het onderwijs wil. PvdA-onderhandelaar Bos wil in ieder geval dat een nieuw kabinet invoering van het competentiegericht leren zal ‘temperen’.

Voor de onderhandelingspositie van de PvdA is bovendien van belang dat de partij laat zien dat het geleerd heeft van de fouten uit het verleden. Sociaal-democratie en onderwijs is een ongelukkige combinatie, zeggen scholen.

Het CDA heeft de afgelopen vier jaar de onderwijsminister mogen leveren: Maria van der Hoeven. Zij droeg het beeld uit dat ze de PvdA-vernieuwingen in het onderwijs – „grand designs”, noemt ze het zelf – heeft teruggedraaid. Het leverde haar een zekere populariteit op onder scholen, als de minister die het onderwijs met rust laat.

PvdA-leider Wouter Bos heeft sinds zijn aantreden zijn best gedaan het imago van de PvdA in het onderwijs te verbeteren. Hij kwam met plannen die eerder liberaal dan sociaal-democratisch zijn: selectie in het hoger onderwijs, meer keuzevrijheid voor de ouders. Het terugdraaien van de basisvorming, het verzachten van de tweede fase: alle aanpassingen werden uiteindelijk door de PvdA gesteund.

Nu is de partij er zelfs klaar voor zelfreiniging. De partij wil dolgraag onderzoeken wat er allemaal mis ging in de jaren dat de PvdA in het onderwijs aan de macht was.

Een PvdA-minister op het ministerie van Onderwijs ligt, gezien het verleden, nog altijd politiek gevoelig. Toch wil de PvdA graag weer een minister of staatssecretaris met een belangrijke portefeuille leveren op dit departement. Bovendien wil PvdA-leider Bos laten zien dat zijn partij écht vernieuwd is – en dus niet meer dezelfde partij is als in de jaren negentig van de vorige eeuw.

Bij het CDA, en in iets mindere mate de ChristenUnie, werd de roep van PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer om een parlementair onderzoek gezien als een signaal aan de onderhandelaars. De christen-democraten willen zich helemaal niet voor het karretje van de PvdA laten spannen en zijn ontstemd over het pleidooi van Hamer.

En dat terwijl de PvdA inschatte dat een roep om een parlementair onderzoek niet heel veel kwaad kon. Ze had er immers al eens eerder voor gepleit, aldus Hamer. Maar dat was in de tijd dat er nog niet geformeerd werd.

Gistermorgen, na een ingelaste procedurevergadering, keek CDA’er Jan de Vries tevreden. Voorlopig lijkt er geen parlementair onderzoek naar de misstanden in het onderwijs te komen. Een Kamermeerderheid wil best een onderzoek, maar de partijen zijn het oneens over de vraag wát er eigenlijk onderzocht moet worden.

Zo heeft de PVV geen behoefte aan terugblikken, aarzelt GroenLinks over de formulering en staat voor de SP al vast dat de conclusie moet zijn dat de vernieuwingen van de afgelopen decennia mislukt zijn.

Dus wordt nu eerst onderzocht wát er moet worden onderzocht. Dat gaat gebeuren in een speciale commissie, waarvan Mariëtte Hamer de leiding krijgt. Pas daarna neemt de Kamer een besluit. Hamer: „Ik weet zeker dat we eruit komen. Er is geen weg terug.”