Groeiplaatsinrichtingen

Achttiende aflevering van een serie over het leven van bekende en onbekende bomen in Nederland.

„Bouwplannen worden altijd met groen verkocht en in steen uitgevoerd.” Foto Sake Elzinga Nederland - Assen - 31-01-2007 Jonge bomen in nieuwbouwwijk. Illustratie bij verhaal Koos van Zomeren serie boom voor boom 18 'Bouwplannen worden altijd met groen verkocht en in steen uitgevoerd'. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

We staan voor een stoplicht in Apeldoorn en Annemiek van Loon wijst naar voren. „Die eikjes zijn van 2002. Zij doen het goed; veel beter dan die linden.” Ze wijst naar links. „Die staan er al veertig jaar. Te wachten. Linden kúnnen lang wachten, maar daar wordt het nooit wat.”

We zetten de auto onder het stadhuis en lopen naar het Oranjepark. Winderig, regenachtig. In de Kerklaan stuiten we op een Noorse esdoorn en een probleem: wortelopdruk. Hier is door het gewicht van verharding en verkeer de bodem zo verdicht, dat een boom er geen zuurstof of water meer krijgt. In zijn benauwdheid stuurt hij zijn wortels naar boven.

„Wurgwortels met wondweefsel”, constateert Van Loon. Zij is 37, docent aan de Hogeschool Larestein in Velp en auteur van Ruimte voor de stadsboom. Dat gaat over de inrichting van geschikte groeiplaatsen voor bomen in stedelijk gebied. Dat confronteert stadsmensen met het feit dat het zichtbare deel van een boom onlosmakelijk verbonden is met het onzichtbare.

In het Oranjepark, de eiken die daar staan, vinden we onze referentie. Honderd jaar ongestoorde groei. Zo dik, zo hoog, zo vitaal. Lopen we vervolgens door de Regentesselaan terug naar het centrum, dan komen we langs eiken van dezelfde leeftijd, die echter (in de woorden van Van Loon) „steeds meer verstedelijking voor hun kiezen hebben gehad”.

„Deze”, zegt ze, „is aan het teruggroeien.” Je ziet het aan de stompe uiteinden in de kroon, aan het dode materiaal dat, ook vandaag weer, is neergekomen rond de voet. De boom krimpt. Hij concentreert zich noodgedwongen op zijn kernactiviteiten. Nu doet zich pijnlijk gevoelen dat hij fors is opgekroond – de onderste takken zijn weggenomen met het oog op de verkeersveiligheid. Dat betekent langere transportlijnen tussen wortels en kroon, hogere kosten van levensonderhoud.

Aan de overkant, wijst Van Loon, staat een eik in een veel betere conditie. Net zo oud, net zo dicht bij het centrum, net zo goed opgekroond. Maar naast een tuin. „Die heeft”, zegt ze, „in dat tuintje zijn snoeppotje.”

Deze bomen, dat moet je wel bedenken, hebben het zo ver geschopt omdat ze destijds, rond 1900, een goede start hebben gehad. Momenteel verdwijnt deze generatie overal uit het straatbeeld. En wat komt ervoor in de plaats? Bomen die sinds de wederopbouw zijn geplant, en aan hun lot overgelaten.

„Wat dreigt”, zegt Van Loon, „is dat we straks in de stad alleen nog maar halfwas bomen tegenkomen. De kritieke leeftijd is nu een jaar of dertig.” Dan zijn ze oud genoeg om op te vallen, maar nog niet zo oud dat burgers in het geweer komen om ze voor kappen te behoeden. Ja, dat is bewezen: van heel oude bomen wordt overlast minder als overlast ervaren.

Inmiddels zijn we terug bij de eikjes van 2002, in de Stationsstraat. Hierin heeft de gemeente royaal geïnvesteerd. „Apeldoorn”, zegt Van Loon, „is echt een proeftuin op het gebied van groeiplaatsinrichtingen.”

Ze staan elk apart in een betonnen bunker met veertig kuub uitstekende aarde, afkomstig van een akker in Ugchelen. Er zijn voorzieningen om de toe- en afvoer van water te regelen. De bunkers liggen verzonken en rondom de stam zijn de dekplaten stevig genoeg om een trottoir of parkeerplaats te dragen. In deze veertig kuub kan een eik tachtig jaar vooruit. En dan? „Dan zijn ze tussen de 17 en 20 meter hoog”, zegt Van Loon bij voorbaat opgetogen. „Dan heb je een winkelstraat met knotsen van bomen.”

„En dan?” herhaal ik. Want door de bunkers zijn hun groeikansen niet alleen gegarandeerd, maar ook gelimiteerd.

„Dan zullen ze heus niet meteen omvallen”, zegt ze. „Maar dan moet je kosten gaan maken voor onderhoud.”

Bomen worden ’s winters geplant omdat ze dan in rust zijn. Straks zullen weer overal bomen ontwaken op plaatsen waar ze weinig kunnen beginnen, niet alleen in stedelijke centra, maar ook in nieuwbouwwijken. Bouwplannen worden altijd met groen verkocht en in steen uitgevoerd – uiteindelijk is het groen dan sluitpost.

Van Loon: „Ik geloof niet dat bomen lijden. Maar ik geloof ook niet dat dat een reden is om ze liefdeloos te behandelen.”