Een leguaan bang maken

Paradijselijke eilanden zijn leuk. Je weet wel, van die eilanden waar de dieren niet bang voor je zijn. Waar vogeltjes op je schouder komen zitten, herten aan je schoenveters komen knabbelen.

Er is ook een nadeel. Voor die dieren. Want als een zogenaamd onbewoond eiland door mensen bewoond of bezocht gaat worden, is het toch wel handig om bang voor die mensen te worden. Mensen zijn niet te vertrouwen.

Vraag het maar aan de dodo. Nou ja, dat is wat lastig, want die vogel zonder vrees werd al uitgeroeid, door Nederlandse zeelui die ze dapper in de pan hakten. Er waren er veel, maar ja, als dieren niet bang zijn is het snel gebeurd. Dierenbeschermers zijn daarom tegenwoordig wel eens raar bezig, op eilanden met dieren zonder vrees. Ze rennen en jagen er hele dagen achter aan – om ze bang te máken. Daar leren die dieren van.

Op een van de Galápagoseilanden wordt dat nu ook gedaan. Met zeeleguanen. Dat zijn een soort oerreptielen om te zien, erg vervaarlijk en cool. Maar er zit geen kwaad bij, en ze zien het ook niet. Mensen, met honden die in ze willen bijten, eierrovers, brandende vuilstortplaatsen... Die leguanen zij nergens bang voor of voorzichtig mee. Ze zijn een beetje té rustig en cool.

Ze voelen zich onbedreigd op hun eiland, en na duizenden en duizenden jaren weigeren ze het nog anders te zien. Het gaat dus niet goed met ze. Ze worden nu bij bosjes gedood of beschadigd, vooral door honden die ze in hun lange staarten happen. Een heel team mensen met verstand van dieren is nu dus bezig, met honden aan de lijn, om die zeeleguanen aan het verstand te peuteren dat ze eens een keer moeten vluchten als iemand ze wil aanvallen. Die mensen hebben nu, na veel rennen en draven en bangmakerij van de dieren waarvan ze houden, een rapport uitgebracht . Het wil niet lukken.

Na lange dagen bij de leguanen op hun rotsstranden is er soms wel een succesje. Dan is er een bang gemaakt, en kijk: die vlucht. Omdat het blijkbaar per se moet, om ervan af te wezen. Zo’n leguaan is dus wel tijdelijk bang te maken.

Maar de volgende keer blijkt dan dat hij er niet van geleerd heeft. ‘Kijk, zo’n dier op de achterpoten, met zo’n harige happerd erbij. Ze komen op me af. Nou, ze doen maar.’ Zoiets. In ieder geval: je moet met die leguanen steeds weer helemaal opnieuw beginnen. Dat schiet niet op.

Een van die onderzoekers schrijft een beetje geïrriteerd over die leguanen die nooit kwaad in anderen willen zien. Alsof ze dom zijn. Dat vind ik nou juist niet. Ik vind ze wel paradijselijk.