Een kwestie van weerstandsvermogen

Meer geld van de woningcorporaties voor de oude wijken: honderden miljoenen euro’s voor huurverlagingen en miljarden voor investeringen. Dat zou de vereniging van woningcorporaties Aedes vanavond, na een vergadering, gaan beloven. De corporaties zien de bui wellicht hangen: ze zitten sinds hun verzelfstandiging in de jaren negentig op een enorm vermogen, en sinds demissionair minister van VROM Winsemius dat afgelopen november dreigde af te romen, moest er wat gebeuren. Nu de onderhandelingen over een nieuwe regering van CDA, PvdA en ChristenUnie hun voltooiing naderen en de eindjes aan elkaar moeten worden geknoopt, groeit de kans dat de coalitie haar oog laat vallen op het vermogen van de Aedes-leden.

Maar hoe groot is dat vermogen, en waar gaat het naar toe? Dat is onderwerp van langdurig touwtrekken tussen de corporaties en hun toezichthouder, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Er zijn tal van varianten, met of zonder veiligheidsmarges, op basis van kostprijs of actuele waarde van het woningbezit, en ga zo maar door.

Uit de rapportages van het CFV blijkt door de jaren heen een gezond wantrouwen. Zo constateerde het in 2002 dat het gezamenlijke ‘gepresenteerde weerstandsvermogen’ van de corporaties in 2001 omgerekend 13,8 miljard euro zou bedragen. Volgens de toenmalige prognoses van de corporaties zelf zou dat per 2005 met 14,5 procent toenemen tot 15,8 miljard euro. Het CFV is dan al op zijn hoede. Volgens eigen prognoses zal het vermogen volgens deze definitie veel sneller toenemen, met 41 procent tot omgerekend 19,5 miljard euro in 2005, vooral omdat de corporaties de verkoopopbrengsten van hun woningen te laag inschatten.

Achteraf bezien zit het nog weer anders. Volgens een andere definitie was het ‘actuele weerstandsvermogen’, dat is het eigen vermogen inclusief de herwaardering van woning- en ander bezit, in 2001 maar liefst 29,7 miljard euro. Dat is, volgens de laatst beschikbare gegevens, toegenomen tot maar liefst 45 miljard euro in 2005 – een stijging met 52 procent. Hoe de toename ook is samengesteld, zij komt tussen 2001 en 2005 neer op gemiddeld 9,5 procent per jaar.

Stel nu eens dat die stijging doorzet – en waarom ook niet? Dan neemt het vermogen versneld toe, met aanvankelijk 4,5 miljard euro per jaar. In dat geval kunnen de corporaties ruimhartig extra miljarden toezeggen aan de oude wijken, zonder dat hun excessieve vermogenspositie fundamenteel wordt aangetast. Geniaal. Maar wie zou daar nog in trappen?

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel