Een heer die er zijn mag

Atte Jongstra publiceerde een manuscript van een 19de-eeuwse Zwollenaar. Dat is te mooi om waar te zijn. En dus is het waar.

Atte Jongstra: De avonturen van Henry II Fix. De Arbeiderspers, 384 blz. € 22,95

Mag ik een boek bespreken van iemand die ooit een boek van mij besprak?

Mag een boekenbijlage een boek van een vaste medewerker laten bespreken?

Mag ik een boek bespreken van iemand die ik voor een groot publiek in het Vondelpark bejubelde?

Moet ik een oordeel vellen over de vraag of het in dit boek gaat om fictie of om feiten?

Mag ik een hedendaagse ‘roman’ bespreken, die vorige week in het Cultureel Supplement van deze krant werd voorgesteld als een authentieke archiefvondst uit het jaar 1844?

Vergeet de naam van de auteur Atte Jongstra, let niet op de reclame voor een tentoonstelling in de geschiedenishal van het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle. Lees gewoon het boek van Henry II Fix: De Avonturen van Henry II Fix.

Henry Fix was een rijke Zwollenaar die in 1774 in Zwolle werd geboren, altijd in Zwolle bleef wonen, en in 1844 in Zwolle overleed. Wie vier keer het woord Zwolle leest of uitspreekt gaat twijfelen of er wel zoiets als Zwolle bestaat, of dat het hier louter gaat om het alfabetisch laatste woord in atlas en woordenboek. Maar Zwolle ís toch de plaats waar je moet overstappen op weg naar Leeuwarden of Groningen? Niemand twijfelt aan het bestaan van een Zwolle buiten dat station. Zo hoeft geen lezer van De Avonturen van Henry II Fix te twijfelen aan het bestaan, tussen 1774 en 1844, in Zwolle, van Henry II Fix.

Henry Fix was een begenadigd denker en schrijver, die alleen door het gemene tegenwerken door de mede-Zwollenaar Rhijnvis Feith (zelf een dichter over wie nooit iemand heeft getwijfeld of hij echt heeft bestaan terwijl zijn verzen toch volslagen idioot zijn) in zijn tijd nooit serieus werd genomen en van wie zijn levenswerk, waarin zijn levenswerk nauwkeurig maar bescheiden wordt verteld, meer dan anderhalve eeuw ongelezen in archiefkisten heeft gelegen.

Horrelvoet

Gelukkig was het leven van Fix van buiten gezien nogal saai. Des te meer ruimte is er in De avonturen voor Fix zijn denkbeelden, fantasieën en beschouwingen, waarbij die van Multatuli, Busken Huet en Hildebrand bleke echo’s zijn. De inhoud is niet na te vertellen en ik ga het niet proberen.

Fix was rijk en hij had een horrelvoet. Hij struikelt over de Zwolse weduwe Wilhelmina Wilders, die hij ten huwelijk vraagt, maar dat huwelijk wist hij uit te stellen tot hij stierf. Toen de Belgen zich van Holland afscheurden bood hij zich als vrijwilliger aan, maar werd vanwege zijn voet afgekeurd. Toen hij zijn archief, inclusief het manuscript van De Avonturen, aanbood aan de archieven van de stad Zwolle en van de provincie Overijssel, bleken de bazen van die twee archieven al hun tijd te besteden aan een ruzie. Drie kisten met geschriften erfde zijn huisknecht, die in 2003 door een schrijver die altijd al zeer in de negentiende eeuw was geïnteresseerd, op een veiling gekocht werden.

In de tekst van de autobiografie komen soms merkwaardige passages voor die je hersenen aan het googelen zetten. Ik noem er drie.

Een. In een brief uit 1637 schrijft een voorvader van Henry Fix aan zijn vrouw: ‘Ik kom eraan! Wast u niet!’. Wanneer schreef Napoleon dat aan Hortense, of was die grap al eeuwen oud? Onze Henry II schrijft: ‘Over de zinsnede „wast u niet” heb ik me jarenlang het hoofd gebroken, zonder tot een bevredigende verklaring te komen’.

Twee. In 1793 gaat Fix met zijn vader naar een Zwols bordeel, waar hij verliefd wordt op Agatha. ‘Achgut’, zegt vader, ‘Gouden leeuwen, leeuwen van hout’. Maar dat is een regel van De Schoolmeester, die W.F. Hermans later enigszins verfomfaaid als boektitel heeft gebruikt. De Schoolmeester werd pas in 1808 geboren. Citeert de vader van Fix een ander? Of las Fix later de Schoolmeester? Of las De Schoolmeester het handschrift van Fix? Nee, hij is nooit in Zwolle geweest.

Drie. In 1821 ontmoet Fix een Amsterdamse toneel-decorator die hij per ongeluk Joseph Leonard Pfeiffer noemt. Die Pfeiffer met haar tot op de schouders laat in een twistgesprek met een Zwolse boer de merkwaardige woorden ‘het veld van mijn magnetische ogen buigt jouw elektrisch lijf’ en ‘de wie van de welke waait’ laat vallen. Dat zijn natuurlijk fragmenten uit de gedichten ‘Uit duizenden’ en ‘Wat’ van de hedendaagse dichter Ilja Leonard Pfeijffer, die ze kennelijk van zijn voorouder de toneel-decorator François Joseph Pfeiffer (1778- 1835) geleend had.

Deze drie dingen weet Atte Jongstra ook heus wel. Dat hij ze toch gewoon overtikte bewijst zijn onschuld.

Wie de mooiste passages uit Fix’ Avonturen wil vertonen, die moet het hele boek overschrijven. Voor een recensent is het dus voldoende om te zeggen: Lees dat boek. Werp de hele kwestie of het fixie of feiten betreft ver van u. Bij Multatuli en Hermans kunnen discussies zin hebben over wat waar is en wat niet. Bij Fix niet.

Fix is waar, zoals Homerus en Rabelais waar zijn. Sterke verhalen met raadselachtige passages, en juist daarom volslagen waar.

Grappig

Het nawoord van Jongstra zelf is opvallend ‘gewoon’ van stijl. Waarom schrijft er in deze eeuw niemand meer zo fraai en grappig als Bilderdijk of Fix? Of zal er over tweehonderd jaar een boek op het internet verschijnen met een in een kist gevonden dagboek van Atte Jongstra waar de lezers uit de 23ste eeuw zich een kriek om lachen?

De eerste drie vragen aan het begin moeten volmondig met ja beantwoord – met kritiek van kromgekraste zomperlingen, om Pfeiffer te citeren, moeten we ons echt niet bezig houden. Mijn laatste twee vragen aan het begin waren verkeerde vragen. We weten ook niet of Jezus echt na zijn kruisiging weer opstond, en of Woutertje Pieterse echt zo brutaal tegen juffrouw Laps was. Het doet er niet toe. Literatuur en religie onttrekken zich aan leugen en waarheid, aan fictie en feit. Niemand heeft het over de waarheid in een toneelstuk van Feith, dus doe dat ook niet over de fictie van Fix. We moeten Atte Jongstra dankbaar zijn, of hij nou het dagboek van Henry II Fix keurig in een nieuwe spelling heeft overgetikt, of grillig heeft verzonnen, of elke combinatie van die twee bezigheden. Als Fix niet in de 18de en 19de eeuw bestond, dan bestaat hij nu in ieder geval in de 21ste.

    • H. Brandt Corstius