Een avond boksen voor de eer van ‘010’ en ‘020’

Overal in het land wordt opnieuw gebokst.

De tweekamp tussen Amsterdam en Rotterdam trekt een fanatiek publiek: ‘Afmaken die gozer!’

Het Zonnehuis als decor voor de bokstweekamp tussen Amsterdammers en Rotterdammers. Foto Leo van Velzen Amsterdam, 27-01-07. Sfeerbeelden van het boksgala Amsterdam - Rotterdam. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Het dieptepunt van het boksen in Amsterdam duurde maar liefst twintig jaar; van 1921 tot in 1941 was de sport verboden in de hoofdstad. Boksen speelde zich af in de illegaliteit, zoals op een zolder in de Wagenstraat, achter het Rembrandtplein. Er werden in die periode door het gemeentebestuur een paar uitzonderingen gemaakt; voor een artiest die het in Tuschinski opnam tegen een boksende kangoeroe, en voor bokspartijen op de Olympische Spelen van 1928. Het was een Rotterdammer, vedergewicht Bep van Klaveren, die een olympische titel veroverde. Het was ook een Rotterdammer die de mooiste partij won op het eerste boksevenement in Amsterdam na de opheffing van het boksverbod, middengewicht Luc van Dam, in het Concertgebouw.

Het laatste boksevenement in de hoofdstad was zaterdagavond in Amsterdam-Noord, in het Zonnehuis, een voormalig theater uit de jaren dertig. Het betrof de ‘rematch’ van de stedenontmoeting die bijna drie weken geleden in Rotterdam nieuw leven werd ingeblazen. Dat was in Crooswijk, de oude buurt van Bep van Klaveren. Een van z’n jongere broers, de 76-jarige Wim, zat zaterdag in Amsterdam in het publiek.

De bokstweekamp Amsterdam-Roterdam groeide na de Tweede Wereldoorlog uit tot een traditie die decennia terug een zachte dood stierf. De wedergeboorte van het evenement is een initiatief van Jan Lenten, een oud-bokser uit Amsterdam, 68 jaar oud, en voorzitter van het district Noord-Holland van de Nederlandse Boks Bond. „Het gaat erom dat je boksers aan het boksen krijgt”, zegt Lenten, „en dat betekent wedstrijden organiseren. En Amsterdam- Rotterdam, dat spreekt aan.”

Voor aanvang van de eerste partij noemt de speaker, in smetteloos kostuum, de namen van de sponsors die deze avond in het Zonnehuis financieel mogelijk hebben gemaakt. Zoals de befaamde seksclub Casa Rosso, en eetcafé Moos uit de Albert Cuypstraat, niet ver van het clubhuis van boksvereniging Albert Cuyp, die hier in de ring ook door een paar jongens is vertegenwoordigd.

In tegenstelling tot bij een voetbaltreffen tussen Ajax en Feyenoord, zoals komende zondag in Amsterdam, zijn er geen aparte veiligheidsmaatregelen als ‘010’ en ‘020’ in de ring treden. In het publiek staan boksfans uit beide steden door elkaar – in het Zonnehuis bijna 500 man – en er vallen geen klappen als een fan uit Rotterdam luidkeels een bokser uit zijn stad aanmoedigt. „Afmaken die gozer”, klinkt het in onmiskenbaar Rotterdams. Maar net als de eerste partij eindigt de tweede in een Amsterdamse overwinning. Het ziet er voor Rotterdam somber uit na de 8-4 nederlaag in Crooswijk, en uiteindelijk zal Amsterdam ook deze avond winnen, met 6-2. „Schrijf maar op: partijdig”, zegt de potige Rotterdamse toeschouwer over de beslissingen van de jury als hij het notitieboekje van een verslaggever ziet. Amsterdam loopt uit naar 3-0. „Pleur op, dat kan toch niet”, roept een andere Rotterdamse boksfan vol ongeloof over de beslissing in hoofdstedelijk voordeel.

„Haat en nijd zoals onder voetbalsupporters heb je in het boksen niet”, zegt Rudi Koopmans, de 58-jarige oud-Europees (prof)bokskampioen in het halfzwaargewicht uit Friesland, die in 1985 stopte en die in het Zonnehuis een vip-plaats direct naast de ring bezet. Relschoppers in het voetbal noemt hij imbecielen. „Echte voetballiefhebbers uit Amsterdam kunnen ook genieten van Feyenoord, en omgekeerd.”

Koopmans, die z’n geld verdient „in beleggingen en zo”, volgt het amateurboksen nog op de voet. Zo is hij betrokken bij een initiatief om weer wedstrijden in Leeuwarden te houden, ook een stad die ooit een boksverbod kende. „Ik bokste destijds bij Frisia, een van de oudste sportscholen van Nederland”, zegt Koopmans, grijs, maar fysiek nog in vorm. Het doet hem ook deugd dat er weer een stedenontmoeting is. „Het amateurboksen in Nederland is de laatste jaren weer populair aan het worden.”

Eenlingen loodsten de sport door zware jaren, zoals Rotterdammer Aad Veerman, de man achter het grootste jaarlijkse boksevenement van Nederland, de Bep van Klaveren Memorial, vanzelfsprekend in Rotterdam. „Maar met één groot boksevenement per jaar kun je geen kampioenen kweken”, zegt Hans de Bruijn, event-manager van de boksbond. De man die als journalist Cassius Clay nog zag boksen, zorgde er vorig jaar voor dat het Nederlands kampioenschap in het World Trade Center in Rotterdam kon worden gehouden, in plaats van ergens „in de wijk”. De Bruijn: „De deelnemers vonden het fijn om in een andere ambiance te boksen, en je spreekt met zo’n locatie ook weer een nieuw publiek aan. Zo huurden 22 mensen van een tennisvereniging vier vip-tafels af.”

Ook in de provincie, zoals in Leeuwarden en Maastricht, vecht het boksen zich terug. In Vlissingen staat voor 10 februari de boksinterland Nederland-Engeland op het programma. De Bruijn laat niet na alvast reclame te maken voor het evenement dat net als de stedenontmoeting eens een traditie was. „Daar bokst ook Danny Roelofsen, een zwaargewicht uit Zeeland. Ze noemen hem de nieuwe Arnold Vanderlyde!”

Bekijk de slideshow met tientallen boksfoto’s van Leo van Velzen op www.nrc.nl