De vloek van Best

De exacte formulering ben ik vergeten, maar het effect ervan weet ik nog goed. Ze sneed door mijn ziel. De manager van Feyenoord zei ongeveer: ,,Voetbal wordt meer en meer een show.” Heel even wist ik me geen raad. Waar had die man het over? Voetbal, dat edele spel van ruimte en balgevoel, een shów? En had die Feyenoordmanager (Peter Stephan) dan uitsluitend om die reden een reusachtige neger met een baard en een stel houten benen naar de Kuip gehaald? De mensen een beetje vermaken?

Misschien was het helemaal geen aankondiging van nieuw beleid, alleen maar het zoveelste geval van opportunisme waar datzelfde edele spel zo rijk aan is. Maar dan nog, de gevolgen waren dezelfde. Feyenoord leek in 1977 de weg kwijt en is dat nu, dertig jaar later, nog steeds.

Hadden ze Clyde Best maar niet moeten aantrekken. Na de gouden jaren 1969-1974 probeerde de leiding van Feyenoord iets van de mythe overeind te houden met kunst- en vliegwerk. Het management dweepte met grote namen, Feyenoord moest en zou een Europese topclub blijven. En George Best was toen, hoewel in zijn nadagen, een beroemdheid. De briljante Noord-Ier kwam niet. Dan maar een tropische verrassing, zal Peter Stephan gedacht hebben. De ene Best of de andere, wat maakte het uit?

Vrij veel, uiteraard. Clyde Best van het Amerikaanse eiland Bermuda was een exotische verschijning in een hoegenaamd blanke competitie, en hij had bij West Ham United wel eens iets goed gedaan. En in normale kleren zag hij er goed uit. Fraaie kop, vlotte babbel, een showman. Maar hij kon er geen bal van. Na 23 wedstrijden en drie goaltjes mocht De Nieuwe Ove Kindvall weer naar huis. Het werd tijd voor de volgende ‘Nieuwe Ove Kindvall’. Een onwaarschijnlijke reeks miskopen kwam op gang en het einde van de reeks lijkt nog niet in zicht. Tegenover de goudvinken Dirk Kuyt en de gebroeders Kalou staat een leger aan onduidelijke types die wat door de Kuip doolden en toen weer gingen. Ook in Amsterdam en Eindhoven kun je een clubhuis vullen met voetbalprofs die daar bij nader inzien niets te zoeken hadden, maar Rotterdam spant de kroon.

Inschatten van wat spelers kunnen is zowel een van de moeilijkste als een van de voornaamste taken van een clubleiding. Als je weet wat je wilt en wie je bent, helpt dat. Een sterke identiteit bundelt de energie in tijden van nood. Daar heeft Ajax vaker baat bij gehad dan Feyenoord, de tegenstander van zondag. Het is ook lastig. Zeggen dat Feyenoord een club is van stoere jongens – van John de Wolff zeg maar – is een belediging voor de techniek van Kees Rijvers en Coen Moulijn. Maar wat is Feyenoord dan? Niemand die het weet. De vloek van Clyde Best is nog steeds niet uitgebannen.