Buffelen in Brussel

Caroline de Gruyter: De Europeanen. De Bezige Bij, 303 blz. €19,90

Caroline de Gruyter: De Europeanen. De Bezige Bij, 303 blz. €19,90

Erg geliefd zijn de Europeanen niet aan wie Caroline de Gruyter – voormalig correspondente van deze krant in Brussel – een boek heeft gewijd. Daarbij doelt zij op de ambtenaren, lobbyisten en anderen die direct betrokken zijn bij de machinerie van de Europese Unie. Het merendeel van hen woont in Brussel en als érgens de nieuwe Europese identiteit gestalte moest krijgen, dan moest dat wel bij hen zijn, zo veronderstelde zij. In bijna dertig interviews is zij op zoek gegaan naar deze ‘nieuwe Europeaan’.

Het resultaat is nogal divers. Zeker, in Brussel vermengen de talen, culturen en gewoonten van de lidstaten zich op ongekende schaal, niet alleen op het politieke, maar ook op het persoonlijke vlak. Velen van degenen die zij spreekt zijn getrouwd met iemand uit een ander land, hun kinderen spreken twee of drie talen, gaan naar internationale scholen en zeggen op de vraag waar ze vandaan komen, uit arren moede vaak: ‘van Brussel’.

Daar schuilt het addertje onder het gras. Terwijl de oudere generatie ‘eurocraten’ zich na de oorlog hartstochtelijk overgaf aan het Europese ideaal, ontdekt de jongere en pragmatischere generatie dat een Europees besef het niet kan stellen zonder worteling in een eigen, nationale cultuur. Op de grens van kosmopolitisme en onvervreemdbare ‘eigenheid’ zoeken de nieuwe Europeanen wankel hun nieuwe identiteit.

Van hun leven geeft Caroline de Gruyter in dit boek een indringend en nauwkeurig portret. Dat strookt nauwelijks met gangbare beeld van elitaire nietsdoeners in de moloch-achtige bureaucratie waarmee Brussel vaak wordt geassocieerd. In werkelijkheid telt de EU nog geen 30.000 ambtenaren, ongeveer evenveel als de stad Amsterdam erop na houdt. Ruim 20.000 daarvan zijn gestationeerd in Brussel, goed betaald – maar niet meer dan gebruikelijk in het internationale verkeer.

Velen van hen voelen zich dan ook persoonlijk getroffen door de Euro-scepsis die sinds enkele jaren de boventoon voert. Ze ervaren de gevolgen daarvan dagelijks. Steeds kariger worden de budgetten, zoals die voor het hoogst succesvolle Erasmus-programma, dat studenten in staat stelt een jaar te verblijven aan een andere Europese universiteit.

De burger is daarvoor niet verantwoordelijk, zo zeggen velen direct daarbij. Het zijn vooral de nationale regeringen die het Europese project ondermijnen door onpopulaire maatregelen voor te stellen als ‘dictaten van Brussel’. In dat klimaat kán Europa nauwelijks iets uitrichten, als het het al zou durven. Hij is niet de enige in dit boek die er opstandig van wordt. ‘Het moet maar eens afgelopen zijn, zegt hij, met dat timide Europa dat zich blijft gedragen als een geslagen hond.’