Baldadig duveltje op een schoorsteen

Rob Birza: ‘BurnTilburgBurn’.

Monumenten verbouwen is geen sinecure, maar soms is het nodig. De vraag is dan of de aanpassing in contrasterend glas en aluminium gebeurt – om de oudbouw in zijn waarde te laten – of dat in dezelfde stijl wordt aangebouwd – wederom om de oudbouw in zijn waarde te laten. Beeldende kunst toevoegen is uit den boze. Monumenten zijn af en heilig, daar kom je alleen aan bij hoge nood. En bij hoge nood denk je niet meteen aan kunst.

Maar in Tilburg prijkt bovenop een industrieel monument in het Veemarktkwartier een kunstwerk van Rob Birza – niet eens het meest voorzichtige. Hondsbrutaal is een betere beschrijving. Bovenop de schoorsteen van het Duvelhok, een oude textielfabriek, plaatste Birza een polyester lichtkunstwerk in de vorm van een duveltje. Ledlampjes in het doorzichtige polyester lichten ’s avonds in housetempo geel – rood – paars op en zetten de nachtelijke hemel in lichterlaaie.

„Tilburg heeft drie moskeeën”, licht Birza toe, „en ik wilde ook wel een minaret. Maar dan met een mannetje dat naar zijn lul grijpt.” Bij zulke baldadigheid hoort een dito titel: BurnTilburgBurn.

Stangen deed Birza wel met een boodschap. Hij wilde een baken voor de vrijheid maken als statement tegen de musealisering van de openbare ruimte. Juist monumenten, waar je niet aan mag komen, zijn daar hét teken van: „Ik vond het interessant om een oudere plek die anders alleen museaal wordt, bij de stad te betrekken. Ik respecteer de plek, ook al zet ik er een pittig beeld neer. Wat ik in de openbare ruimte wil doen, heeft te maken met vrijheid, met onze cultuur. Als kunstenaar moet je die vrijheid nemen.”

Eigenlijk had de gemeente andere ideeën. „Er was geld voor kunst in achterstands- of nieuwbouwwijken in Brabantse steden”, zegt Gerdi Beks van KORT, een kunststichting die de gemeente adviseert. „Birza kreeg een kunstopdracht voor een nieuw verzamelgebouw. Ook dat is een lichtkunstwerk van polyester en is onlangs onthuld iets verderop in het Veemarktkwartier. Toen kwam hij zelf met het Duvelhok.”

Beks maakte mee hoe de gemeentelijke monumentenzorg twijfelde over het duveltje, terwijl het rijk er juist een voorbeeldfunctie in zag. Terecht. Beeld en gebouw laten elkaar in hun waarde. Overigens is de schoorsteen door een restauratie ingekort en niet authentiek meer – anders had Birza alsnog een andere plek moeten vinden.

Hoewel vrijheid een groot goed is, is het op zich een slecht idee om masturberende mannetjes bovenop schoorstenen te plaatsen. Er zijn te veel mensen die daar aanstoot aan nemen, zeker in een stad met drie moskeeën. Gelukkig is Birza voorzichtig genoeg geweest: van de grond af kun je er geen obsceniteiten in zien. Het lijkt eerder Caspar het lieve spookje, doordat het afbeelden van een vlam in vaste contouren refereert aan comics. Op deze sacraal verheven hoogte kun je er ook de Heilige Geest in zien, die traditioneel als vlam wordt verbeeld. En het is een knipoog naar de textielarbeiders die altijd zo vies zwart uit de fabriek kwamen, dat ze duveltjes genoemd werden.

Monumenten verhalen over geschiedenis, beeldende kunst vertelt fictieve verhalen. Nu ook. Het Duvelhok voedt Birza’s verhaal als een sprookjesdecor. Andersom gedijt de architectuur erbij dat het zo’n spectaculaire bekroning heeft. Ze versterken elkaar. Zo werkt Birza’s vrijheidsidee: ook op een monument moet je zelf een nieuw verhaal kunnen loslaten, als je het maar in zijn waarde laat.

Rob Birza, BurnTilburgBurn, St. Josephstraat 33, Tilburg. Inl.: www.tilburg.nl/kort