13 reservebanden en 6 fietspompen

Djanar-Alijev reed door elf landen naar Saoedi-Arabië.

Hij werd door de VS uit Irak gezet en moest omrijden.

Hij kreeg met boze Amerikaanse soldaten te maken die zijn fiets kapot maakten, met schorpioenen, met wolven en met slangen. Toch is de 63-jarige Tsjetsjeen Djanar-Alijev Mahomedali erin geslaagd vanuit het door oorlog verscheurde Tsjetsjenië per fiets de pelgrimstocht maar Mekka te voltooien. Op 18 januari keerde hij na iets meer dan twee maanden in zijn door de oorlog geheel verwoeste woonplaats Oeroes-Martan terug – naar eigen zeggen de gelukkigste mens ter wereld.

Zijn hadj naar de heilige stad in Saoedi-Arabië is een goed voorbeeld van de vastbeslotenheid van veel ouderen in deze regio in het zuiden van Rusland om ondanks alles te overleven, hoeveel bijna bovenmenselijke inspanningen dat ook vereist.

Mahomedali fietste door elf landen. Het idee, zegt hij, kreeg hij toen hij over zijn moeder droomde. „Ze zei me: je moet de hadj maken. Toen ik haar vroeg hoe, zei ze: je hebt een fiets, en ik help je, de hele reis.” En dus ging Mohamedali op 8 november op pad, eerst kleine stukjes door het onveilige Tsjetsjenië, bepakt met dertien reservebanden en zes fietspompen die hij voor omgerekend zeventig dollar had gekocht. In Azerbajdzjan kampeerde hij bij de ambassade van Saoedi-Arabië in de hoop een visum te krijgen. Daar moest hij de verbazing van het ambassadepersoneel overwinnen, want „ze beschouwden me als een gek, en ze begrepen niet hoe ik hun land per fiets kon bereiken”.

Vervolgens fietste Mahomedali door Iran naar Irak, waar hij „de vreselijke oorlog” meemaakte. Bij het binnenrijden van Bagdad stuitte de Tsjetsjeen op een groep Amerikaanse soldaten, die hem naar een visum vroegen dat hij niet had. „Ze maakten daarop mijn fiets kapot, gooiden me op de grond en scholden me uit voor Russisch varken. Ik heb gezegd dat ik geen Rus ben, maar een moslim, maar ze pakten mijn paspoort en wezen op het Russische staatswapen [met de Heilige Joris die de draak doodt op de omslag].”

De Amerikanen stuurden hem terug, waarna hij weer naar Iran fietste en vandaar door Armenië en Georgië naar Turkije, Syrië, Jordanië – waar de media over zijn fietstocht berichtten – en uiteindelijk Saoedi-Arabië.

In Mekka werd Mahomedali goed ontvangen. „Ik heb mijn gebeden gezegd voor mijn familie en mijn vaderland, en ben weer vertrokken.” Op de terugweg, zegt hij, ontmoette hij wolven in Azerbajdzjan. Maar bang was hij nooit, zegt hij, zelfs niet in Irak. „Ik ben bang voor God en ik ben verder alleen bang dat ik mijn doel niet bereik. Ik heb de hadj voltooid om de wens te vervullen van mijn moeder die mij het leven heeft geschonken en me heeft geleerd van mijn land te houden. En op die liefde staat geen prijs.” (AFP)