Terreurlijst wordt ‘beter gemotiveerd’

Besluiten om mensen en organisaties op de terrorismelijst van de Europese Unie te zetten, worden voortaan beter gemotiveerd. Wie op de lijst komt, moet direct na plaatsing bericht krijgen en worden geïnformeerd over de redenen.

Dat heeft demissionair minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) gisteren aan de Tweede Kamer geschreven. De aanpassingen zijn nodig na kritiek van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg, eind vorig jaar, op de manier waarop de zogenoemde sanctielijst tot stand komt. Volgens het Hof moet iedereen die op de lijst komt, direct na plaatsing op de hoogte worden gebracht en de gelegenheid krijgen bezwaar te maken. Daarvoor is ook nodig dat iemand weet waarom hij op de lijst staat. De staat moet die informatie geven, behalve als het om staatsgeheimen gaat.

Van mensen en organisaties op de lijst worden alle tegoeden, financiële activa en andere economische middelen bevroren. De Raad van ministers van de EU besluit unaniem (op voordracht van één van de landen) om een persoon of organisatie op de lijst te plaatsen of ervan af te halen.

In zijn brief weerlegt Hirsch Ballin ook de vrees van Kamerleden van het CDA dat de extra eisen van het Europees Hof de terrorismebestrijding bemoeilijken. „Het met meer waarborgen omkleden van de procedure heeft naar mijn mening juist positieve gevolgen voor de terrorismebestrijding in Nederland en Europa. Dergelijke waarborgen verhogen de rechtsbescherming en dragen daarmee bij aan de verdere acceptatie van de maatregelen ter bestrijding van het terrorisme.”

Het Europees Hof verwierp vanmorgen het hoger beroep dat de naar Nederland gevluchte Filippijnse politiek activist José Maria Sison had ingesteld tegen de weigering van Nederland en de EU hem inzage te geven in de documenten op grond waarvan hij in 2002 op de EU-sanctielijst is gezet. Volgens het Hof was die weigering gegrond, omdat de documenten staatsgeheim zijn.

Terroristenlijst: pagina 7