Niet terugkijken op ‘zwalkend beleid’

Onderwijsorganisaties zijn blij dat er voorlopig geen onderzoek komt naar de onderwijsvernieuwingen. Oud-bewindspersonen zijn overwegend teleurgesteld.

Walter Dresscher, voorzitter Algemene Onderwijsbond: „Ik vind het goed dat het parlement niet zijn eigen straatje gaat schoonvegen. Veel onderwijsvernieuwingen, zoals de basisvorming, waren een politiek probleem, geen onderwijsprobleem. En ik vind de schuldvraag niet interessant. Het lijkt mij beter om een externe onderzoekscommissie in te stellen. Daarin kunnen leraren een belangrijke rol krijgen. Wat mij betreft mag zo’n commissie vooral kijken naar de decentralisatie: de verschuiving van de macht van het ministerie naar de schoolbesturen. Dat is een bron van veel problemen. Een uitkomst zou kunnen zijn dat leraren weer zeggenschap krijgen over het onderwijs dat zij geven. De nieuwe blauwdrukken in het onderwijs worden in de directiekamers gemaakt.”

Marleen Barth, voorzitter CNV Onderwijs en oud-onderwijswoordvoerster voor de PvdA in de Tweede Kamer: „Een parlementair onderzoek naar onderwijsvernieuwingen was een slecht idee, omdat ik denk dat de kwaliteit van het onderwijs niet door de vernieuwingen is gedaald. Er zijn ook scholen waar de vernieuwingen prima uitpakken. Daar is de kwaliteit toegenomen, en er is minder schooluitval en lerarenverzuim. Ik vind het flauwekul dat de politiek wilde proberen om zich het thema van onderwijskwaliteit weer toe te eigenen, het is juist goed dat scholen nu zelf beslissen over hun onderwijs. Bovendien wist ik de uitkomst van zo’n onderzoek al: stel een goede schoolleiding aan en geef scholen genoeg geld, tijd en ruimte. Dan komt alles goed. Dat weten de Tweede-Kamerleden ook.”

Loek Hermans, voorzitter MKB-Nederland en oud-minister van Onderwijs (1998-2002): „Een parlementair onderzoek was nutteloos geweest als het een afrekening zou zijn geworden met het verleden. Maar het was wel goed geweest als impuls voor de toekomst. Je kunt leren van het verleden, als je er maar niet te lang in blijft hangen. De politiek had kunnen onderzoeken of alle verwachtingen rond de onderwijsvernieuwingen zijn uitgekomen. Ik sta nog steeds achter sommige beslissingen die wij hebben genomen, zoals het stimuleren van zij-instromers en de invoering van het praktijkleren op het vmbo. Een onderzoek had niet lang hoeven duren en had nieuwe maatregelen kunnen opleveren. Dat er iets niet goed gaat, is helder.”

Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad, de organisatie van middelbare scholen: „Het voortgezet onderwijs had absoluut geen behoefte aan een parlementair onderzoek. Wij willen juist laten zien dat er ook goede dingen gebeuren. Met een politiek onderzoek kijk je achteruit, en wij willen naar de toekomst kijken. Ik had het prima gevonden als de politiek had willen terugkijken op het zwalkende beleid dat jarenlang is gevoerd, maar ik vreesde dat het onderzoek zich te veel op de schuldvraag zou richten. Ik heb geen behoefte aan zwartepieten. Verhalen van een dalende onderwijskwaliteit zijn vaak afkomstig van individuen. Ouders zijn tevreden, en volgens internationale vergelijkingen doen we het niet slecht.

Jacques Wallage, burgemeester van Groningen en oud-staatssecretaris van Onderwijs (1989-1993): „Ik vind het jammer dat er geen onderzoek komt. Er bestaan nu zo veel simplistische beelden over onderwijsinnovatie, dat het verstandig is om nog even terug te kijken. Ik was niet tegen een goede, kritische zelfanalyse geweest. Ik had me al verheugd op het uitleggen van de bedoelingen van destijds. Er was consensus over de vernieuwingen die onder mijn bewind zijn doorgevoerd. Ik vind nog steeds dat het onderwijs zich iedere tien à vijftien jaar moet heroriënteren op de maatschappelijke verwachtingen. De dynamiek in de maatschappij is nu eenmaal groter dan op scholen. Wat je zou moeten onderzoeken is de vraag of scholen niet te veel per wet worden beschermd, waardoor het moeilijk is om innovaties door te voeren. Dat debat wordt onvoldoende gevoerd. Ik had gehoopt dat daarmee een einde zou komen aan alle oneliners die zeggen dat het onderwijs is mislukt. Het idee dat nu heerst, dat we moeten ophouden met plannen maken, miskent het feit dat de minister van Onderwijs verantwoordelijk is voor het hele systeem.”