Na 2.100 lesuren nieuwe generatie toptrainers

Sinds deze week bestaat er in Nederland een opleiding voor topcoaches. „Als er honderd zijn afgestudeerd, hebben we een betere sport.”

In de sport heb je coaches en topcoaches. Voor de eerste groep bestaan opleidingen in vele gradaties, voor elitecoaches niet; die bekwamen zich in de praktijk en door zelfstudie. Tot begin deze week, want toen begonnen tien cursisten op het nationale sportcentrum Papendal aan de nieuwe studie TopCoach5.

Niet dat na anderhalf jaar – de duur van de studie – een nieuwe bovenklasse van coaches zal zijn gecreëerd, maar Charles van Commenée, technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF en een van de initiatiefnemers van de opleiding, verwacht dat er nu een stevig fundament voor een nieuwe generatie toptrainers wordt gelegd. „De route naar de top wordt verkort. Het hoeft niet meer, zoals in mijn geval, 27 jaar te duren.”

De opleiding tot topcoach is in het leven geroepen door de Hogeschool van Amsterdam en de Hanzehogeschool Groningen, in samenwerking met NOC*NSF. Die is bedoeld als aanvulling op het zogenoemde opleidingsniveau één tot en met vier dat het merendeel van de sportbonden aanbiedt. Met één uitzondering: de voetbalbond. De KNVB heeft met de cursus Coach Betaald Voetbal al een hoogwaardige opleiding voor toptrainers.

De opzet van TopCoach5 is om verdieping te bieden, maar vooral coaches persoonlijk te ontwikkelen zodat ze zelfstandig in de top kunnen werken. Daarvoor krijgen ze zeven leertrajecten aangeboden, variërend van training geven tot het ontwikkelen van topsportbeleid en het leiden van een begeleidingsteam.

Buiten de verplichte stageplaats op topniveau krijgen de cursisten, die nu nog op nationaal niveau of met talentvolle topsporters werken, 2.100 lesuren aangeboden. Tot juli van dit jaar theorie, daarna vooral praktijk. Op de eerste dag doceerde Van Commenée bijvoorbeeld over coaching, later volgen nog seminars van onder anderen Joop Alberda (volleybal), Henk Kraaijenhof (atletiek en krachttraining), Marc Lammers (hockey) en Jacco Verhaeren (zwemmen).

De nieuwe sportstudie is uniek in Europa en heeft een zogeheten multidisciplinair karakter, wat inhoudt dat het niet is toegespitst op één sport. De eerste tien cursisten komen uit atletiek (2), wielrennen (2), handbal, judo, paardensport, volleybal, poolbiljarten en zwemmen. De totale cursuskosten bedragen zo’n 20.000 euro per persoon. Daarvan wordt een belangrijk deel betaald door NOC*NSF en de betrokken hbo-scholen. De deelnemers betalen 7.000 euro inschrijfgeld. Voor het merendeel nemen de bonden (een deel van) dat bedrag voor hun rekening.

De nieuwe opleiding past in het beleid van Van Commenée om in Nederland de coaches meer aandacht te geven. Bij zijn aanstelling, twee jaar geleden, stelde de technisch directeur van NOC*NSF vast dat er relatief weinig geld aan de opleiding en arbeidsomstandigheden van coaches werd besteed. Van Commenée, intussen aangewezen als chef de mission voor de Olympische Spelen in Peking (2008), nam zich voor die omstandigheden te verbeteren.

Nu de nieuwe opleiding is begonnen, denkt hij dat de valkuilen voor de nieuwe lichting beperkt blijven. „Ik was als beginnend atletiektrainer nauwelijks bereid compromissen te sluiten. Doordat ik de lat al vroeg te hoog legde, haakten atleten af die achteraf best de internationale subtop hadden kunnen halen. Ik had te weinig geduld. Ik heb de cursisten ook verteld dat het niet goed is een eigen filosofie uit te dragen. Een coach moet zich richten naar de wensen van de sporter. Er bestaat geen ‘methode-Van Commenée’.”

De deelnemers waren enthousiast over de eerste cursusdag. „Heel verruimend en van het verwachte, hoge niveau”, zei Caroline van Veen, die in de paardensport dressuurtraining geeft en assistent-bondscoach endurance is. „Ik wilde coûte que coûte deze opleiding volgen, al moest ik er kruipend naartoe. Ik ben zeer ambitieus, streef het hoogste na. Daar heb ik alles voor over, ook die 7.000 euro inschrijfgeld. Ja, die heb ik zelf betaald, niet de bond.”

Grete Koens, sinds kort bondscoach Talentontwikkeling van de atletiekunie, doet de cursus vooral op aandringen van de KNAU. Niet dat ze ongemotiveerd is, maar ze hikte nogal aan tegen de cursusduur. „Ik heb het al zo druk”, zegt de oud-kampioene op de midden- en lange afstand en de cross. „Maar nu ik de stap heb gemaakt, hoop ik veel op te steken van andere sporten, vooral wat de omgang met atleten betreft.”

Van Commenée waarschuwt voor te hoge verwachtingen op de korte termijn. Er worden volgens hem over anderhalf jaar geen kant-en-klare toptrainers afgeleverd. Hij gaat uit van tien jaar ‘incubatietijd’. „Maar als er honderd zijn afgestudeerd, hebben we wel een betere sport. Dat durf ik wel te beweren.”