‘Muthana is mijn eigen landmijn’

Een filmmaakster die gestalkt wordt door haar hoofdpersoon. Het overkwam Nina Davenport bij het maken van de documentaire ‘Operation Filmmaker’.

Nina Davenport: „Mijn hoofdpersoon vergeleek me met Saddam.” Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Rotterdam, 31-01-07. Nina Davenport. Filmer. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Opeens heeft iedereen het erover. Een film die vijf dagen geleden nog niet eens áf was, vertelt regisseuse Nina Davenport (1970). Ze heeft er tot twee uur aan zitten monteren voordat ze in New York op het vliegtuig naar Nederland stapte. En nu is Operation Filmmaker dé buzz-film van het 36ste Filmfestival Rotterdam. Filmprofessionals uit binnen- en buitenland stoten elkaar gelukzalig aan: heb je díe al gezien? En voor het eerst ís er een film die iedereen gezien lijkt te hebben. Vanavond beleeft de documentaire over de filmstudent from hell, over de filmmaakster die door haar hoofdpersoon gestalkt wordt, zijn wereldpremière voor het publiek. Operation Filmmaker is hilarisch en ontnuchterend tegelijkertijd.

Het begon allemaal met een MTV-uitzending uit Bagdad, kort na de val van Saddam in 2003. Filmstudent Muthana Mohmed staat voor de puinhopen van zijn school en vertelt hoe de Amerikanen zijn dromen hebben platgebombardeerd. Dat wordt gezien door acteur/filmmaker Liev Schreiber die op het punt staat naar Praag te vertrekken voor de opnamen van de Jonathan Safran Foer-verfilming Everything is Illuminated. Hij biedt Muthana een stage aan. Documentairemaakster Nina Davenport wordt gevraagd voor de making of. Vanaf dat moment gaat het mis. Muthana die op MTV zijn ‘15 minutes of fame’ gehad heeft, moet aan de bak. Daar voelt hij zich duidelijk te goed voor, misschien wel omdat het, zoals hij ergens laat doorschemeren „a Jewish movie defending the Jewish theory” is. Of omdat hij niet voor Amerikanen wil werken. In plaats daarvan bespeelt hij hun schuldgevoel. De een na de ander valt voor zijn charme, helpt hem met een visumaanvraag, geld, goodwill of een baantje, terwijl je hem als toeschouwer zo langzamerhand wel door elkaar wilt rammelen. Nina Davenport: ,,En dan te bedenken dat ik nog zo m’n best heb gedaan om hem niet té onsympathiek af te schilderen. Vergeleken met wat wij hebben meegemaakt is dit nog niets. De afgelopen twee jaar zijn een nachtmerrie geweest. Vanochtend kreeg ik weer een e-mail van hem waarin hij om geld vraagt. Muthana is mijn eigen landmijn. Het is zoals ik aan het einde van de film zeg: ik ben op zoek naar een ‘permanent exit strategy’.”

En die is net zo min eenvoudig te bedenken als een manier voor de Amerikanen om zich uit Irak terug te trekken, bekent ze. „Ik kies niet voor niets die woorden. Deze hele situatie is voor mij een metafoor geworden voor de Amerikaanse invasie in Irak. Het begon met goede bedoelingen, met iets naïefs en simpels, en voor je het weet zit je in een situatie waaruit je niet meer kunt ontsnappen. Ik vind dat Amerika zo snel mogelijk uit Irak moet vertrekken, maar aan de andere kant kan ik door deze situatie ook wel begrip opbrengen voor mensen die zeggen dat we daar eerst maar eens onze rotzooi moeten opruimen. Ik zoek niet naar een excuus, want ik haat Bush. Ik ben nu wel voorgoed teruggekomen van de gedachte dat mensen misschien blij zijn met je hulp, omdat jíj in hun situatie blij zou zijn met hulp. Zo werkt het blijkbaar niet.”

Het bracht haar tot de kern van het dilemma waar elke documentairemaker op een keer mee geconfronteerd wordt: in hoeverre ben je verantwoordelijk voor je onderwerp, en wanneer ga je de grens tussen objectiviteit en persoonlijke betrokkenheid over?

Davenport: „Je voelt je schuldig. De meeste docu’s zijn feelgood films van rijke mensen over arme. Je probeert wat terug te doen. Bovendien zijn wij zelf verantwoordelijk voor de situatie, want wij hebben hem naar het Westen gehaald. Hij is opgevoed met Amerikaanse films en heeft van zichzelf een soort filmpersonage gemaakt. Hij droomt van de Amerikaanse droom, maar tegelijkertijd staat zijn hele mentaliteit haaks op het feit dat de Amerikaanse droom over hard werken gaat. Hij is te trots om te werken. Dat is onbegrijpelijk.

„Maar stel je voor dat hij op straat terechtkomt. Dat zou ik mezelf nooit kunnen vergeven. Shockerend vind ik echter dat hij geen enkele vorm van dankbaarheid toont. Hij voelt het als een recht dat we hem helpen, als een soort herstelbetaling voor wat de Amerikanen Irak hebben aangedaan. Hij dreigde zelfs met een rechtszaak als ik hem niet nog meer geld zou geven. Hij vergeleek me met Saddam: zelfs die was er niet in geslaagd zijn leven te beheersen, zei hij. Tegelijkertijd gedroeg hij zich zo irrationeel, dat het fascinerend was om naar te kijken en verslavend om te filmen.”

‘Operation Filmmaker’ is vanavond te zien in Pathé 6 om 19.30u. Verder op vrijdag 2/2 om 10.45u in Pathé 6 en zaterdag 3/2 om 20.15u in Cinerama 2. Voor meer informatie: filmfestivalrotterdam.comFilmrecensent Bas Blokker doet verslag vanaf het filmfestival via nrc.nl/video