Minder leed nabestaande van IC-dode

Rouwende familieleden van mensen die op de intensive care overleden, hebben minder last van angst, depressie en posttraumatische stress als artsen hen betrekken bij de stervensbeslissing.

Op intensive-care-afdelingen valt regelmatig de beslissing om levensondersteunende apparatuur uit te zetten, omdat de artsen zeker denken te weten dat de patiënt toch zal overlijden. Verder behandelen komt dan neer op het zinloos rekken van leven.

Voor de familie is die beslissing doorgaans een harde klap. Zij denken vaak dat het verblijf op een IC-afdeling tot verbetering, hopelijk zelfs genezing zal leiden. De plotselinge omslag in behandeling – van technologisch genezen naar comfortabel sterven – horen ze vaak in een bijeenkomst waar artsen hun beslissing meedelen. Waarna de standaardvraag volgt: zijn er nog vragen?

Die traditionele aanpak is in een Frans onderzoek vergeleken met een aanpak waarbij familieleden de gelegenheid krijgen te praten over de persoon van de patiënt, waarin ze hun emoties kunnen uiten. In het daarvoor ontwikkelde VALUE-protocol staan de vragen om zo’n gesprek op gang te brengen. Aan het eind krijgt de familie een schriftelijke uitleg mee over rouw en rouwverwerking.

Bij het Franse onderzoek bepaalde het lot of een familie een ‘standaardoverleg’ kreeg, of dat de bijeenkomst volgens het VALUE-protocol verliep.

De familieleden die het VALUE-protocol volgden, hadden negentig dagen later aanzienlijk minder last van posttraumatische stress-symptomen, van angstaanvallen en van depressieve gevoelens, vergeleken met de nabestaanden die de standaardaanpak kregen. Het aantal mensen dat kalmerende medicijnen of antidepressiva slikte, halveerde bijna door de nieuwe aanpak.

De resultaten van het Franse onderzoek zijn vandaag gepubliceerd in het Amerikaanse medisch wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine.