Kinderlijk plezierige humor van Aboriginals

Ten Canoes. Regie: Rolf de Heer en Peter Djigirr. Met: Crusoe Kurrdal, Jamie Gulpilil, David Gulpilil, Richard Birrinbirrin. In: 13 bioscopen. scene uit de film Ten Canoes (2006) FOTO: Cinemien Cinemien

Ten Canoes. Regie: Rolf de Heer en Peter Djigirr. Met: Crusoe Kurrdal, Jamie Gulpilil, David Gulpilil, Richard Birrinbirrin. In: 13 bioscopen.

One hundred and fifty spears, ten canoes, three wives heet de Australische film Ten Canoes voluit. En die titel zou nog wel langer kunnen zijn, want al vroeg in de film, die Aboriginal-verteltradities documenteert in een fictieve setting, wordt uitgelegd dat voor de oorspronkelijke inwoners van Australië verhalen als bomen zijn.

Ze vertakken zich eindeloos en om iets van die boom te begrijpen, moet je alle takken bestuderen. En om het nog gecompliceerder te maken: waargebeurde verhalen hebben in de orale traditie van de Aboriginals evenveel waarde als verzonnen gebeurtenissen.

De film had dus net zo goed ‘Duizend vogels, honderdvijftig speren, tien kano’s, drie echtgenotes en een ei’ kunnen heten. En met het verhaal dat tegelijkertijd verteld en gespeeld wordt, en de talloze verhaaltjes-in-verhaaltjes kent, groeit ook de titel. Na afloop van die narratieve kluwen, die begon bij een jongeman die verliefd is op de vrouw van zijn broer, duurt het waarschijnlijk precies 92 minuten om hem helemaal uit te spreken.

De Nederlands-Australische regisseur Rolf de Heer maakte Ten Canoes in opdracht van de Yolgnu-Aboriginals, net zoals hij zijn filmtalent in 1998 in dienst stelde van de invalide Heather Rose met wie hij Dance Me To My Song maakte.

Ten Canoes is de eerste film die geheel door Aboriginals gespeeld en verteld wordt, in hun eigen talen. De Heer leerde de stam, die in het Noord-Australische Arnhem Land leeft, kennen, toen hij met acteur David Gulpilil (zo’n beetje de enige professionele Aboriginal-acteur) aan zijn vorige film The Tracker werkte.

Voor de Australische film was Ten Canoes een mijlpaal. Hij markeert het hoogtepunt van een revival van films waarin Australische regisseurs hun eigen geschiedenis onderzoeken en moeten concluderen dat het niet alleen een ‘white man’s history’ was.

Popzanger Nick Cave ging daar met regisseur John Hillcoat in The Proposition (verkrijgbaar op dvd) vermoedelijk het verste in. Zij waren waarschijnlijk de eersten die het geweld van blank tegen zwart in extremis lieten zien, maar ook het geweld van zwart tegen blank en zwart tegen zwart onderling.

Ten Canoes breekt het overgeleverde filmbeeld af van de Aboriginal als primitieve woestelingen en zet daar dat van de nobele, ietwat naïeve wilde tegenover. Dat lijkt me antropologisch gezien geen grote stap vooruit. Toch is dat ook de charme van de film. Visueel gezien is hij overdonderend: veel van de shots zijn remakes van foto’s van antropoloog David Thompson, die in de jaren dertig meer dan vierduizend foto’s in het Arafura-moeras maakte. Maar De Heer en co-regisseur Peter Djigirr willen niet imponeren. Ze willen informeren, en vinden daarvoor in de kinderlijk plezierige humor van de Aboriginals hun ideale wapen.