Kastanje- flensjes

Voor 6 stuks:50 gram tammekastanjemeel (natuurvoedingswinkels)50 gram patentbloemsnufje zout20 gram fijne tafelsuiker2 grote eieren5 eetlepels melk5 eetlepels water1 grote sinaasappel1 eetlepel olijfolie extra verginezonnebloemolie (voor het bakken)

Van meel van tamme kastanjes bakt men in Toscane ’s winters castagnaccio, een compacte koek waarin wat rozijnen, walnoten, pijnboompitten en rozemarijn zitten. Het recept daarvoor gaf ik al eens. Niet iedereen bleek geporteerd van de enigszins bittere smaak van het kastanjemeel.

Castagnaccio was oorspronkelijk de voedzame koek die Toscaanse boeren bakten van het alom voorhanden kastanjemeel dat goedkoop was en hen in leven hield. Om door een zak kastanjemeel te geraken voordat de winter achter de rug is, ditmaal een iets aangepast recept voor flensjes van half-om-half kastanjemeel en bloem.

Bereiding: maak een beslag door eerst de droge bestanddelen met elkaar te vermengen in een ruime kom. Roer vervolgens een voor een de eieren erdoor en verdun het mengsel daarna al kloppend met een garde (tegen eventuele klontjes) met de melk en het water. Rasp er de schil van de sinaasappel bij en roer tot slot de olijfolie door het verkregen beslag. Laat dit ten minste 2 uur rusten en roer het beslag vlak voor gebruik nog even goed om. Verhit een bakpan met dikke bodem en een doorsnede van 18 cm op een hoog vuur tot de bodem gloeiend heet is. Vet de bakpan vliesdun in met 2 theelepels zonnebloemolie. Giet ½ keukensoeplepel beslag in de pan en laat het gelijkmatig over de bodem van de pan uitlopen terwijl deze wordt rondgewenteld. Draai het vuur halfhoog en bak het flensje aan weerszijden gaar. Houd – tijdens het bakken – de reeds gebakken flensjes warm onder een deksel en op een bord dat rust op een pan met een bodempje zachtjes kokend water.

De kastanjeflensjes kunnen worden gegeten met een beetje ricotta, een klontje roomboter of een lepeltje bloemenhoning. Maar het allerlekkerst zijn deze flensjes als ze met frisse kweeperen- of aalbessengelei worden besmeerd. Dan worden het net taartjes.

Florine Boucher

Morgen: Mexicaanse dipsauzen