Er is iets aan te doen, maar de tijd dringt

De mens veroorzaakt ‘zeer waarschijnlijk’ de recente opwarming van de aarde.

De scenario’s om er iets tegen te doen liggen er, maar zijn ze ook haalbaar?

De klimaten op aarde veranderen. En de opwarming van de laatste vijftig jaar is „zeer waarschijnlijk” toe te schrijven aan de mens, zo stelt de klimaatorganisatie van de Verenigde Naties IPCC in een vrijdag verschijnend rapport.

Wat nu? Is opwarming onafwendbaar, gezien de aanhoudende groei van de wereldeconomie, de alsmaar stijgende vraag naar energie en de daaraan gekoppelde uitstoot van broeikasgassen?

Of kan de mens er ook iets aan doen? De scenario’s liggen er. Ze richten zich met name op CO2, omdat dat veruit het belangrijkste broeikasgas is. Vaak duiken dezelfde strategieën op. Energiebesparing speelt een prominente rol. Die is te bereiken via zuiniger auto’s, huizen, koelkasten, vaatwassers, vrieskisten, airco’s, maar ook door terugdringen van subsidies op fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld in Rusland en het Midden-Oosten. Dat maakt kolen, benzine en gas duurder, waardoor de consument er zuiniger mee omspringt.

Verder wordt van de ondergrondse opslag van CO2 veel verwacht. Het IPCC schat dat halverwege deze eeuw tussen de 20 en 45 procent van alle wereldwijd uitgestoten CO2 ondergronds kan worden opgeslagen. Daarnaast maakt in veel scenario’s de kernenergie een comeback. En verder: wind- en zonne-energie, gebruik van biomassa in elektriciteitscentrales en in de transportsector, grootschalige aanplant van bossen.

Op papier kan het allemaal wel, maar de vraag is hoe realistisch de scenario’s zijn. Feit is dat de grootste reducties zullen moeten komen van de belangrijkste CO2-uitstoters: de Verenigde Staten en China. De VS hebben het Kyoto-protocol, dat zich tot doel stelt om de mondiale uitstoot van broeikasgassen te beperken, niet geratificeerd en China wordt in het protocol nog steeds beschouwd als een ontwikkelingsland dat volgens het verdrag geen verplichtingen heeft.

Het zou al heel veel helpen als de VS strengere regels zouden opstellen voor het energieverbruik van auto’s. Van alle beleidsmaatregelen die wereldwijd genomen kunnen worden, is dit de belangrijkste, zo schreef het Internationaal Energie Agentschap (IEA) vorig jaar. Maar welke Amerikaanse regeringsleider strijkt de machtige auto-industrie tegen de haren in, of legt zijn burgers beperkingen op als het op rijgedrag aankomt?

In China wil de regering het gebruik van hernieuwbare energie (waterkracht, windturbines, zonnepanelen) de komende jaren fors uitbreiden. Er liggen plannen voor de bouw van twintig kerncentrales. De industrie wordt gedwongen efficiënter met energie om te springen. Maar de economie van het land groeit zo hard, dat het de vraag is wat deze maatregelen opleveren. China probeert minder afhankelijk te worden van kolen, waarvan het gigantische voorraden heeft, maar deze vuile brandstof levert nog steeds 70 procent van alle energie en er worden nog veel nieuwe kolencentrales gebouwd.

Een ander gevoelig punt van de scenario’s zijn de technologische verwachtingen. Die zijn hoog, zeker voor ondergrondse opslag van CO2. Maar de technologie is nog steeds experimenteel. Amerikaanse geochemici waarschuwden afgelopen zomer voor mogelijke risico’s van CO2-opslag, gebaseerd op experimenten in Texas. En als er straks zuiniger auto’s, koelkasten en vaatwassers zijn, gaat de consument die dan massaal aanschaffen, zoals verwacht? Heeft hij daar geld voor over? Zal hij een kleine auto aanschaffen, als dat niet past bij zijn status?

Het terugdringen van de CO2-uitstoot vraagt om ingrijpende politieke maatregelen. Hoe langer maatregelen uitblijven, hoe moeilijker het wordt de CO2-concentratie in de atmosfeer de komende tijd terug te duwen. Lukt dat wel, dan blijft volgens het IPCC de temperatuurstijging deze eeuw beperkt tot 2 graden.

Is de politiek tot zulke drastische beleidsombuigingen in staat? Zal de uitstoot van CO2 worden belast? De praktijk is weerbarstig. Zo stuit eurocommissaris Stavros Dimas (Milieu) bij zijn poging om autofabrikanten te verplichten de CO2-uitstoot van voertuigen terug te brengen op weerstand van de Duitse eurocommissaris Verheugen (Industrie), omdat de Duitse auto-industrie met zijn luxe voertuigen extra wordt getroffen.

De Europese Commissie heeft onlangs ambitieuze doelen gesteld voor het terugdringen van de CO2-uitstoot en het stimuleren van duurzame energie tot 2020. Ze zei er niet bij dat de doelen voor 2010 (voor onder meer biobrandstoffen en duurzame elektriciteit) waarschijnlijk niet eens gehaald worden, als gevolg van jarenlange lage olieprijzen, industrieel lobbywerk en trage regelgeving.

Voor Nederland vormen energiebesparing, CO2-opslag en kernenergie de belangrijkste en verhoudingsgewijs goedkoopste oplossingen om de CO2-uitstoot naar beneden te krijgen, zo becijferden het Energieonderzoek Centrum Nederland en het Milieu- en Natuurplanbureau vorig jaar. Maar hoe snel is een nieuwe kerncentrale te realiseren, rekening houdend met de publieke discussie die hier ongetwijfeld over zal losbarsten?

Het verleden leert dat initiatieven voor duurzame energie uit de markt worden geprezen als de olieprijzen laag zijn. Nu is er steun vanuit de klimaatdiscussie, maar wat gebeurt er als er straks een paar koele jaren komen en burgers beginnen te klagen over hoge investeringen in duurzame energie? Welke politicus houdt dan zijn rug recht, en zegt dat het voor het grotere goed van de mensheid is?

www.nrc.nl/dossiers:energie en klimaat