Een kwartiertje les en dan zwelt de herrie aan

Geen politicus durft te zeggen: beste leraren, de prestaties moeten beter.

Dat zou, nu het er echt op aankomt voor het onderwijs, wél de boodschap moeten zijn.

De formatie gaat vooral over macht. Het gevaar bestaat dat daardoor grote maatschappelijke kwesties blijven liggen. Onderwijs is zo’n kwestie. Het onderpresteren van de sector is algemeen bekend. Toch hielden de lijsttrekkers het onderwerp buiten de verkiezingsstrijd.

Het is ook lastig. Onderwijs is een optelsom van drie miljoen gebruikers en driehonderdduizend werknemers. Wat de één vooruit helpt, schaadt de ander. Vandaar vooral tandenloze voorstellen. Leraren krijgen meer salaris, managers moeten een beetje oppassen, schoolboeken worden gratis.

Geen politicus durft te zeggen: beste leraren van Nederland, de prestaties moeten beter. Toch zou dat de boodschap moeten zijn. Tot de brugklas is er weinig aan de hand. Onderzoeken tonen aan dat in het basisonderwijs kinderen redelijk tot goed leren rekenen, lezen en spellen. Daarna daalt de leerlijn. Het voortgezet onderwijs reproduceert demotie en uitval. Deze excessen zijn de zichtbare symptomen van falend beleid. Slechte doorstroming naar het vervolgonderwijs is de dagelijks repeterende schade. Pubers leren gewoon te weinig. De afbrokkeling van kennis en vaardigheid tast de toekomstige welvaart aan. Dat is het drama van het Nederlandse onderwijs: de jeugd van nu moet straks de vergrijzing betalen en is daar onvoldoende op voorbereid.

Toen Nederland dertig jaar geleden een industriële natie was, ging bijna 8 procent van het bbp naar onderwijs. Nu zijn we een kenniseconomie en is dat percentage net vijf. In de dans rond de slinkende pot met geld is de middelbare school de grote verliezer.

Terwijl het voortgezet onderwijs budgettair wordt gemangeld, ligt het aan het vernieuwingsinfuus. Innoveren zonder geld is moeilijk. Het wordt onmogelijk vanwege conflicterende beelden van excellent onderwijs. Qua pedagogisch-didactische aanpak zoekt de leraar aansluiting bij het Angelsaksische gedachtengoed. De leerling prikkelen tot constructie van kennis, het zogenoemde zelfstandig leren, wordt een doel op zich. Het curriculum speelt echter leentjebuur bij de Duitse, Belgische en Franse aanpak. Die staat voor fragmentatie van inhoud in schoolvakken, stuk voor stuk overladen met eindtermen. De bulk aan inhoud maakt constructie onmogelijk en de keuze voor instructie komt in beeld. De eindtermen moeten minimaal een keer verteld zijn.

De spanning tussen inhoud en pedagogisch-didactische werkwijze leidt tot een bizarre lespraktijk. Gemiddeld genomen vertelt de Nederlandse leraar per lesuur een kwartier, daarna begint het grote opgaven maken, de herrie zwelt aan en de zoemer maakt een eind aan het samenzijn. Deze lessen zijn inefficiënt en saai. Ze zijn een karikatuur van zowel het constructie- als het instructieonderwijs.

Een nationaal herstel van het beeld van excellent onderwijs is broodnodig en vraagt om een robuuste aanpak: minder vakken, kleinere klassen, meer contact en meer diepgang. Vakken zullen verdwijnen, maar zo erg is dat niet. Hordes leerlingen krijgen verplicht les in een tweede en derde vreemde taal. Na de schoolloopbaan kan een meerderheid daar niks mee.

De kenniseconomie eist verandering. Van de kleine letters zal menig leraar nog schrikken. Verschuilen achter een lang geleden behaald diploma en een vaste aanstelling is niet van deze tijd. Zittende krachten zullen hun professionele ontwikkeling zichtbaar moeten maken. Het is aan management en inspectie om te kijken wat hiervan in de klas waarneembaar is. Prestatiebeloning zal er niet snel komen. Het verschil tussen een redelijke, goede en excellente docent laat zich niet operationaliseren. Een slechte leraar is wél herkenbaar. Versoepeling van het ontslagrecht ligt voor de hand.

Het is voor het onderwijs nu of nooit. Verhogen van status betekent sturen op kwaliteit. Alleen dat houdt goede docenten voor de klas. Vergeet niet, de leraar is het cement in de relatie tussen volwassenen en jeugd.

Ton van Haperen is leraar en lerarenopleider.