Een koe bijt, een man verkracht

Dumont creëert personages die somber stemmen over het vermogen van de mensheid om te communiceren.

Toch is ‘Flandres’ geen uiting van misantropie.

André Demester (Samuel Boidin) heeft zich op Barbe (Adélaïde Leroux) gestort. scene uit de film Flandres (2006) FOTO: Contact Film

Zwijgend loopt boerenzoon Demester door het landschap van Frans Vlaanderen. In de verte liggen de akkers. Aan de horizon staat een armetierig rijtje bomen. Zijn vriendin Barbe dirigeert hem naar een bosje. Ze klimmen over een hek, kruipen door het prikkeldaad. Hun soepelheid op de route verraadt routine: dit hebben ze vaker gedaan. Barbe vlijt zich op de koude grond en trekt haar slipje uit. Demester gaat op haar liggen en neemt haar. Barbe staart naar de lucht. Het volgende shot is gefilmd vanuit haar gezichtspunt, de bomen wuiven lichtjes in de grijze lucht.

Deze scène typeert het werk van de Franse filmmaker Bruno Dumont, die eerder de meningen verdeelde met La vie de Jésus (1996), L’humanité (1999) en Twentynine Palms (2003). Zijn het cinematografische meesterwerken of deprimerende uitingen van misantropie? Op het laatste festival van Cannes ontving hij voor Flandres de Grote Prijs. Eerder won hij daar al de prijs voor beste debuutfilm en de Grote Juryprijs (voor L’humanité.)

Dumonts hoofdpersonen zijn van eenvoudige komaf, weinig spraakzaam, op het norse af. Ze lijken weinig na te denken, doen wat ze moeten doen, of het nu koeien melken is of even op hun vriendin liggen om zich snel te bevredigen. Op hun gezichten is geen enkele emotie te lezen.

Dumont kiest voor deze personages amateur-acteurs met sprekende koppen die je niet licht vergeet. Hun acteren is minimaal. Alsof ze zo van de boerderij of van straat geplukt zijn. Ze zijn. Wat en wie ze zijn, stemt somber over het vermogen van de mensheid om te communiceren, lief te hebben, te reflecteren over wat hen bezighoudt of overkomt.

In Flandres is het niet niks wat hun overkomt: een oorlog – niet nader aangeduid waar en tegen wie. Dumont bouwt het langzaam op. In een van de eerste shots wordt Demester buiten beeld gebeten door een koe en komt hij uit de stal met een pijnlijke grimas. Vervolgens verliest hij zijn vriendinnetje aan een ander, omdat hij niet wilde toegeven dat ze samen zijn. Barbe ligt even later met hem op de achterbank van een auto te vrijen.

Dan moet Demester met wat vrienden naar de oorlog. Ze weten niet waarheen of waarom. Ze gaan gewoon, doen hun plicht. Hun koppen worden kaal geschoren, ze krijgen een geweer in de handen gedrukt en worden eropuit gestuurd, op weg naar een onzichtbare vijand. Een van hun makkers laat al snel het leven als hij door een granaat wordt opgeblazen. Dumont toont het even kaal en droog als de eerdere scènes op de boerderij. Zo gaat dat nu eenmaal. Even gruwelijk is hun verkrachting van een vijandelijke vrouwelijke soldaat. Dat doen mensen in een oorlog. Later worden de rollen omgedraaid en krijgt dit gedeelte een verrassende en bloedige wending als de enige soldaat die haar niet verkrachtte ontmand wordt.

Dumont houdt alles natuurlijk in zijn mise-en-scene. Het licht is naturel, zowel in het grauwe, zompige boerenland, als in de droge woestijn ergens in Arabië waar dood en verderf overal op de loer liggen. De camera registreert het liefst van een afstandje, en toont slechts af en toe beeldvullend een detail. Het tempo is rustig. Sturende muziek is er niet, de geluiden zijn even basaal als zijn personages. Ergens fluiten wat vogels, wind ruist door de bomen. In de oorlogssequenties, opgenomen in Tunesië, wordt in een seconde de vredige stilte plots doorbroken door het oorverdovende geluid van bommen die dood en verderf zaaien. Even plots als een koe in een arm kan happen.

Toch is Flandres uiteindelijk minder pessimistisch dan Dumonts eerdere films. Voor het eerst weet hij zelfs te ontroeren, met een prachtig einde. Er spreekt hoop uit voor de toekomst, voor de mensheid. De lucht klaart op.

Flandres. Regie: Bruno Dumont. Met: Adelaïde Leroux, Samuel Boidin, Henri Cretel. In: 7 bioscopen.