Een klein ‘feestje’ in Ahoy voor nieuwe zorgwet

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning is lokaal een gevoelig onderwerp. „Een wethouder die de WMO niet goed uitvoert, heeft een kort politiek leven.’’

Ahoy in Rotterdam was gisteren volgelopen. Niet voor Frans Bauer of Marco Borsato, maar voor de WMO ofwel de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Ruim 1600 ambtenaren, mensen van zorg- en hulporganisaties, gehandicapten en andere cliënten waren daar op uitnodiging van het ministerie van VWS bijeen om bijgepraat te worden over de op 1 januari ingevoerde regeling.

Maar liefst vijf bewindslieden – Ross (VWS, CDA), Verdonk (Integratie, VVD), Nicolaï (Bestuurlijke Venieuwing,VVD), Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) en Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) – waren aanwezig om te onderstrepen dat de WMO een van de belangrijkste hervormingen van het kabinet Balkenende III is. Staatssecretaris Ross sprak van een „heel belangrijke bestuurlijke vernieuwing”. Haar directeur-generaal Van Gastel zei zelfs dat het de WMO een veel grotere impact op de lokale democratie heeft dan de gekozen burgermeester.

De nieuwe wet moet ertoe leiden dat iedere burger volwaardig kan deelnemen aan de samenleving. De gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de wet, zijn verplicht nauw samen te werken met cliënten- en hulporganisaties. Als burgers het niet eens zijn met de manier waarop hun gemeente de WMO uitvoert, kunnen zij de gemeenteraad vragen de wethouder ter verantwoording te roepen. „Een wethouder die de WMO niet goed uitvoert, heeft een kort politiek leven”, voorspelde gisteren topambtenaar Van Gastel.

Veel gemeenten hadden de laatste maanden hun inspanningen vooral gericht op aanbesteding en verstrekking van huishoudelijke hulp, die werd overgeheveld naar de WMO (uit de AWBZ). De overgang lijkt redelijk soepel te gaan, alhoewel sommige grote steden 2007 als overgangsjaar gebruiken.

Nu gaat de aandacht van de gemeenten vooral naar welzijn en gehandicaptenvoorzieningen. De gemeenten waren hiervoor al verantwoordelijk. Maar de Welzijnswet en de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) zijn in de WMO ondergebracht, waardoor gemeenten hun werkwijze moeten aanpassen aan nieuwe eisen van vergaande inspraak en samenwerking. Zo moeten nieuwe beleidsplannen worden opgesteld voor – in Haags jargon – ‘prestatievelden’ als preventieve ondersteuning jeugd, verslavingszorg , individuele voorzieningen, vrouwenopvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en participatiebevordering.

Bovendien krijgen de gemeenten veel meer een regiefunctie voor professionele en vrijwilligersorganisaties. Ross „kan wel begrijpen” dat sommige gemeenten met zo’n nieuwe rol tobben.

Toch waren van gemeenten gisteren overwegend positieve geluiden te horen. Zo zijn er de eerste signalen dat de nieuwe werkwijze efficiënter is. Een Zeeuwse ambtenaar zei dat zijn gemeente „buitengewoon veel geld” bespaart door cliënten in de geestelijke gezondheidszorg niet meer de gang langs allerlei instellingen en deskundigen te laten maken, maar voor elke cliënt één verantwoordelijke begeleider aan te wijzen die zonodig deskundigheid voor enkele uren inhuurt. Vrijwilligersorganisaties in bijvoorbeeld gezinsondersteuning of buurpreventie zijn positief, omdat gemeenten door de WMO niet meer om hen heen kunnen en taken beter op elkaar moeten worden afgestemd.

Wel zijn gemeenten volgens hen „gemakkelijk geneigd” te denken dat vrijwilligersorganisaties met heel weinig geld toe kunnen om hun kosten te dekken. Een ambtenaar van een middelgrote gemeente constateerde tegelijkertijd dat hulporganisaties waaraan eerder subsidie is geweigerd nu de WMO aangrijpen alsnog geld te krijgen. „We moeten echt prioriteiten stellen”, aldus de ambtenaar.

Volgens staatssecretaris Ross is er geen reden de komende maanden voor de gemeenten extra geld vrij te maken. Ook al omdat gemeenten besparingen uit efficiency niet aan het Rijk hoeven terug te storten. „Bij de Wet voorzieningen gehandicapten was daar wel voor gekozen, maar bij de WMO hebben we dat juist niet gedaan”, onderstreept ze. Wel wil ze via een indexatie snel een verhoging van het budget voor huishoudelijke hulp, dat nu nog op 2005 is gebaseerd.

Voor Ross was de bijeenkomst een beetje een feestje, al was het een afscheidsfeestje. De wet is niet in Den Haag „vanachter de tekentafel gemaakt”, zegt ze, „maar de weerslag van ervaringen in wijken en dorpen.” Daarom heeft de wet volgens haar een breed draagvlak. „Als je mij anderhalf jaar geleden had verteld dat 1600 man in Ahoy zouden komen, had ik je waarschijnlijk voor gek verklaard.”