De ladder op

Vier grote huizen staan er in Niemandsdorp, elk in een andere kleur. Een rood huis, een bruin, een wit en een vuilwit. Ze dateren uit wat ze de betere tijden noemen, zonder dat iemand precies kan zeggen wat er beter aan was. Een huis uit de negentiende eeuw, twee uit de eerste decennia van de twintigste eeuw en een nakomertje uit de sixties. Drie van de vier huizen zijn nu spookhuizen, wachtend op nog beroerder tijden.

Zelfs de geesten die erin ronddwalen voelen zich ver verheven boven de zielen in Niemandsdorp die het met hun sterfelijk lichaam moeten zien te rooien. Vrouwen die zijn kromgetrokken van de landarbeid en de morgendauw. Mannen die duimendraaien.

Plus het handjevol types dat door de vrouwen met de nek wordt aangekeken en door de mannen wordt uitgelachen.

Ook de kosmos van de vier grote huizen kent zijn buitenbeentje. Er staat nog een vijfde huis, op een vooruitgeschoven post. Een huis dat je bij aankomst als eerste ziet, maar dat in het rijtje van vier niet mag meedoen. Het is hors concours, zelfs voor de zielen uit de lagere wereld.

’t Ziet er het antiekst uit. Zó indrukwekkend antiek, met zijn stroomgodmotieven, gewelfde smeedwerk en achttiende-eeuwse raamomlijstingen, dat het wel gloednieuw moet zijn. Het is ook net iets groter uitgevallen dan het grootste huis uit het rijtje van vier.

Geen wonder dat de eigenaar een ontzaglijke carrière achter de rug heeft. Om en nabij de veertig zal hij nu zijn. Alves Gonçalves is de naam. Vijftien jaar geleden startte hij een rijschool in de nabijgelegen middelgrote gemeente. Veel boeren kochten in die tijd hun eerste autootje, veel burgers en buitenlui bezweken voor het afbetalingssysteem. Er ontstond plotseling een grote behoefte aan rijvaardigheid. Alves Gonçalves had het geluk, of het instinct, met zijn neus in een groeimarkt te vallen. Binnen vijf jaar hield hij er in elk van de omliggende middelgrote gemeentes een rijschool op na en binnen tien jaar stond hij aan het hoofd van de Groep Alves Gonçalves. Rijschoolketen. Autolease. Keuringsinstituten. GAA Logistics, voorheen versnipperde verhuismaatschappijen.

Een geweldige carrière voor een arme jongen. Zijn nederige afkomst was het mooiste aan Alves Gonçalves. Zijn vader was een mandenmaker en zijn moeder één meter vijftig. Analfabeten en de armsten onder de armsten. Onooglijke homunculi. Mandenmaker – zelfs als molenaar of aftapper van hars verdiende je meer.

Alves Gonçalves wilde niets meer van nederigheid weten.

Zijn eerste rijschool, zijn ware wieg, toverde hij om tot het paradepaard van zijn rijschoolketen. Het werd geheel in marmer herbouwd, met speciaal uit Macau geïmporteerde sierdakpannen. Rondom waren de muren bezet met monumentale tegeltableaus waarop een heuse kunstenaar de fasen van het menselijk transport had afgebeeld. Onder royaal glazuur trokken daar de Romeinse zegekar, de middeleeuwse ossenwagen en de vroegste auto voorbij. Op de achtergrond ontwaarde je ook beestenvellen en supersonische vliegtuigen, alles in het kader van de triomftocht van de beschaving. Ik zag het en voor het eerst drong de betekenis van het Stendhal-syndroom tot me door, het verschijnsel dat je doodziek wordt van te veel schoonheid.

En in Niemandsdorp stond daar ineens het vijfde huis.