De knie van dikke oude vrouwen

Artrose (gewrichtsslijtage) pijnigt minstens 600.000 Nederlanders. Dr. Sita Bierma-Zeinstra krijgt vandaag de Annaprijs voor baanbrekend artrose-onderzoek.

Een MRI-scan van een gezonde knie. Foto Erasmus MC Erasmus MC

Sita Bierma is onderzoeker bij de afdeling huisartsgeneeskunde van de Erasmusuniversiteit en schetst de medische onkunde over artrose: „Een dokter kan eigenlijk geen zinnig antwoord geven als een patiënt met kniepijn, waarschijnlijk door beginnende artrose, hem vraagt ‘is tennissen nog goed voor me?’ Want wat we weten is dat beginnende artrosepatiënten die in beweging blijven minder pijn hebben. Maar nooit is er aangetoond dat de ziekte erdoor vertraagt of versnelt. Je kunt je wel vóórstellen dat bewegen goed is. De spieren blijven dan krachtig en goede spieren beschermen het gewricht doordat ze een gewricht stabiliseren.”

Artrose is de klassieke gewrichtsslijtage. Dan verdwijnt het veerkrachtige kraakbeen dat in alle gewrichten de ‘smering’ tussen de bewegende botten verzorgt. Het gewricht compenseert door botgroei aan de gewrichtsranden en door ‘noodaanmaak’ van nieuw kraakbeen. Maar de botaangroeisels veroorzaken pijn en het kraakbeen is onfunctioneel. Artrose is te zien op röntgenfoto’s. De spleet tussen twee botten is dan vernauwd en er die botaangroeisels zijn te zien.

„Maar”, zegt Bierma, „als het te zien is, dan is er al heel veel schade in het gewricht. En die is onomkeerbaar. Het idee is dat eerdere ingrepen, voordat er iets te zien is, de ziekte stop kunnen zetten, of trager laten verlopen.”

Hoe zie je die eerdere artrose?

„Daar heb ik een vidi-subsidie van NWO voor gekregen. Wij gaan bij mensen die een grote kans hebben om artrose te krijgen een aantal jaren kijken of er inderdaad artrose ontstaat. We houden ondertussen bij of en wanneer ze pijn hebben, maken scans om veranderingen in het botpatroon te zien, kijken met MRI naar het gewricht en het kraakbeen. Je kunt dan zien of er al groeven in het kraakbeen zitten die duiden op artrose. Zo komen we er achter welke signalen voorspellend zijn voor het wel of niet krijgen van artrose.”

Wie hebben er eigenlijk een grote kans op artrose?

„Wij doen dit onderzoek bij 800 vrouwen met overgewicht van tussen de 45 en 60 jaar oud. Leeftijd, overgewicht en vrouw-zijn, dat zijn drie factoren die bij elkaar een hele hoge kans op knieartrose geven. We verwachten dat tussen de 20 en 25 procent van de deelneemsters over vijf jaar artrose heeft.”

Bierma begon haar carrière als fysiotherapeute. In Zweden, omdat er in de jaren tachtig een groot overschot aan Nederlandse fysiotherapeuten bestond die naar andere landen uitzwermden. „Ik had al een baan in IJsland aangenomen, maar toch nog brieven naar Zweden gestuurd. Daar kon ik op vijf plaatsen beginnen. We hebben de plaats geprikt die het dichtst bij de spoorlijn lag. Al snel had ik het gevoel: ik doe maar wat. Je wist niet of een behandeling effect had.”

Het gevoel resulteerde in een biomedische studie in Nijmegen, een promotie in Rotterdam en haar daaropvolgende aanstelling als onderzoeker. Bierma’s toenemende stroom publicaties levert haar nu de Annaprijs op, de eens in de twee jaar uitgeloofde prijs van orthopeden.

Wordt artrose in Zweden anders aangepakt?

„Ze zijn daar erg bezig met verkeerde piekbelasting als oorzaak van uiteindelijke artrose. Ze kijken bijvoorbeeld naar de manier hoe mensen uit een stoel opstaan en proberen dat te verbeteren. De gedachte is dat er in een heup- of kniegewricht op die momenten instabiliteit kan bestaan, waardoor er een schadelijke belasting ontstaat.”

Houding en belasting doen er wel toe?

„Ja, het is bijvoorbeeld bekend dat een ongunstige o-beenhoek in combinatie met overgewicht een sterk verhoogd risico geeft. Wellicht dat je met een inlegzooltje of met training voor het beter neerzetten van het been dat risico te verminderen is. Dan zou je de belasting in het gewricht wat gunstiger kunnen maken.”

Waarom is onderzoek daarnaar al niet veel eerder gedaan?

„Artrose was heel lang geen interessante aandoening. Het is moeilijk onderzoek omdat er veel risicofactoren zijn en het een langzaam ziekteproces is.”

Vreemd, want het komt toch heel veel voor?

„Ja, jaarlijks komen er meer dan 600.000 mensen bij de huisarts met artrose. Dat is zeker een onderrapportage, want de arts streept de categorie artrose pas aan als hij tamelijk zeker is van de diagnose. Bij onzekerheid zijn het ‘heupklachten’ of ‘knieklachten’.”

En als het te erg wordt, is het tijd voor een nieuwe heup?

„Als je de leeftijd ervoor hebt, is dat een voor de hand liggende operatie. Maar een kunstgewricht heeft een beperkte levensduur, van gemiddeld 15 jaar. Een nieuw gewricht voor je zestigste is dus jong. Daarna biedt de orthopeed het wat makkelijker aan. Maar omdat mensen steeds langer een actief leven leiden en hoge eisen aan hun lichaam stellen, is het erg nuttig om te onderzoeken of je artrose kunt afremmen of stilzetten.”