De andere kanten van zelfmoord

Het commentaar ‘Geen hulp bij zelfmoord’ in nrc.next van 26 januari heeft veel kritische reacties van lezers opgeleverd.

De brieven werpen een ander licht op zelfdoding.

Besluit tot zelfdoding altijd weloverwogen

De woorden ‘zelfmoord is nooit goed’ (nrc.next commentaar, 26 januari) kan ik theoretisch weerleggen, maar ik beperk mij tot de de laatste drie zelfdodingen waarbij ik betrokken was.

Mijn laatste overleden cliënt was 94 jaar oud, fysiek op, mentaal prima in orde. Hij is in zijn eigen bed, in aanwezigheid van zijn kinderen, rustig overleden. Ik heb járen contact met hem gehad. Hij en zijn kinderen waren mij buitengewoon dankbaar voor de verleende steun.

Daarvóór overleed een cliënt die de gevolgen van Alzheimer niet wilde afwachten. Ook met hem én zijn partner (en later de kinderen) heb ik jaren contact gehad. Het zal u niet verbazen dat dat intensieve gesprekken waren. Ja, de Alzheimer was een ramp. De zelfdoding was een intense, belangrijke gebeurtenis voor alle betrokkenen.

Nog eerder overleed een jonge man bij wie zijn hiv-besmetting zich tot aids had ontwikkeld. Voor hem stond al vast dat hij zijn eigen moment van sterven zou kiezen. Zijn ziekte was een ramp. Zijn zelfdoding, thuis bij zijn ouders, hoe verdrietig ook, geenszins.

Waren deze mensen dan toch ten minste depressief? Iemand die Alzheimer heeft, daarvoor behandeld wordt, zijn geestelijk wezen door zijn vingers voelt wegglijden, is niet alle 24 uur van de dag even opgewekt. Iemand die voelt hoe het aidsvirus zijn lijf afbreekt, ervaart het leven minder als een feest dan u en ik. Maar vanwaar de drang om hen een depressie aan te praten? Mijn cliënten hebben bewust een buitengewoon moeilijke keuze gemaakt. Wie dat niet kan of wil begrijpen, moet zich er niet mee bemoeien.

Dr. Ton Vink, suïcideconsulent

Velp

Bewondering voor wils- en daadkracht

‘Zelfmoord is nooit goed’, aldus de eerste zin van commentaar in nrc.next. Als argument wordt aangevoerd dat mensen, door de hand aan zichzelf te slaan, schade kunnen toebrengen aan familie en nabestaanden. De eerste maal dat ik met zelfmoord geconfronteerd werd, was in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog. Ik was toen hooguit zeven. Onze buren waren ver in de tachtig en het ging niet goed met hen. Op een ochtend vond hun zoon hen, levenloos in elkaars armen, in bed. De slang van het gaskacheltje was er af en de gaspenning op. Het toenmalige stadsgas was giftig. Zij hadden besloten dat het genoeg geweest was en verkozen dit einde boven een hulpbehoevend bestaan ten laste van zichzelf, hun familie en omgeving.

De laatste maal dat ik met zelfmoord werd geconfronteerd, was toen mijn moeder op haar 89ste besloot om geen voedsel meer tot zich te nemen en ook kunstmatige voeding categorisch weigerde. Ze was er zich van bewust dat haar geestelijke vermogens sterk achteruitgingen en weigerde de aftakeling tot een plantaardig bestaan te accepteren. In beide gevallen zijn de woorden ‘niet goed’ nooit bij mij opgekomen. Ik heb eerder bewondering en respect voor de wils- en daadkracht van deze zelfstandig beslissende mensen.

Harry Dijstelbergen

Essen (België)

Term ‘zelfmoord’ is sterk verouderd

De term ‘zelfmoord’, zoals gebruikt in het commentaar, stamt uit de tijd waarin niet-gelovigen als heidenen werden betiteld. Zelfmoord was de daad van een zondaar. Sinds geruime tijd is de neutrale term ‘zelfdoding’ in gebruik en opgenomen in diverse woordenboeken. Waarom gebruikt u expliciet deze term, die impliciet een veroordeling inhoudt? Ook wordt Koerselman aangehaald met de woorden: „Mensen leven niet alleen voor zichzelf maar zijn ingebed in een groter geheel van verantwoordelijkheden waarnaar zij zich hebben te schikken”. Met kennelijke instemming van de redactie wordt hier door psychiater Koerselman verordonneerd dat iedereen maar moet doorleven, ongeacht het al of niet zinvol zijn en ongeacht het verlies van waardigheid van het leven voor betrokkenen. Van de redactie had ik meer respect voor de Libertas van de niet-geesteszieke burger verwacht.

H.W.H. Weeda

Leiden

Mijn man is gelukkig en trots gestorven

De zin: ‘Zelfmoord is nooit goed’ wordt gepresenteerd als een feit in plaats van een mening. De mijne is anders, gestoeld op eigen ervaring. Mijn man die al acht jaar aan Alzheimer leed, heeft in september 2006 een einde aan zijn leven gemaakt. Hij kon de angst niet meer aan en wilde de onzekerheid van het wegglijden van zijn geestelijke vermogens niet langer meemaken. Al genoot hij nog van veel. Hij is daar open en transparant in geweest, heeft van al zijn dierbaren afscheid genomen en het uitgelegd. Het is uiteindelijk door allen geaccepteerd. Wij hebben daar een goed gevoel over, hij is gelukkig en trots gestorven. Ook stelt het commentaar achteloos dat een depressie, bij een andere categorie zelfdoders, wel weer voorbij kan gaan. Dit is een achterhaald standpunt.En wat betreft hulp bij zelfdoding: wat moeten mensen die er fysiek niet meer toe in staat zijn?

M. van Eerde-van Doorn

Zoetermeer