Chirac bagatelliseert (even) kernbom Iran

Zei hij wat hij écht denkt, of formuleerde hij slordig? Feit is dat de Franse president Jacques Chirac zichzelf in de problemen heeft gebracht door maandag in een interview met de New York Times, de International Herald Tribune en het Franse weekblad Le Nouvel Observateur het gevaar te relativeren van een eventueel Iraans bezit van een kernbom.

De volgende dag kwam hij tegenover de verslaggevers terug van zijn uitspraken. Frankrijk trekt al maanden met de Verenigde Staten op om met diplomatieke druk te bereiken dat Iran het verrijken van uranium opschort.

Maandag zei hij tegen de betrokken verslaggevers: „Een kernbom hebben, of misschien later twee, dat is niet het gevaar. Het gevaar is de proliferatie.” Hij redeneerde, zo melden de bladen vandaag, dat Iran een kernbom niet zou kunnen gebruiken, omdat dit zelfvernietiging zou betekenen. „Waar zou Iran die bom moeten laten vallen? Op Israël? Hij zou nog geen 200 meter in de atmosfeer zijn en Teheran zou met de grond gelijk gemaakt zijn.”

Dinsdag liet Chirac de verslaggevers weten dat hij „te losjes” had gesproken en dat hij deze formulering terugtrok. Hij herinnerde zich niet over Israël te hebben gesproken. Chirac zei maandag dat een Iraanse kernbom andere landen zou kunnen verleiden er een te ontwikkelen. Hij noemde Saoedi-Arabië en Egypte. Ook dit trok hij dinsdag terug.

Vorige maand lekte uit dat Chirac had overwogen zijn minister van Buitenlandse Zaken naar Iran te sturen voor overleg over de situatie in Irak. Mede onder Amerikaanse druk zag hij daarvan af.