Boosheid en angst in het verkeer

Emoties hebben een sterke invloed op het rijgedrag van automobilisten. Per rit wordt een automobilist gemiddeld twee keer boos en drie keer nerveus of angstig. Daar zou de overheid lering uit moeten trekken, vindt Jolieke Mesken.

Een vrachtwagenchauffeur steekt zijn middelvinger op. Irritatie en nervositeit zijn de meest voorkomende emoties in het verkeer. Foto Hollandse Hoogte Nederland, 17-2-2000 Stress in het verkeer, Vrachtautochauffeur, Opgestoken Middelvinger opsteken. Agressie. Foto:Ton Poortvliet/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Jolieke Mesken (32) promoveerde eind vorig jaar aan de Rijksuniversiteit van Groningen op een onderzoek in samenwerking met de SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid). De belangrijkste conclusie uit haar onderzoek is dat irritatie en nervositeit de meest voorkomende emoties zijn in het verkeer.

Vooral irritatie is een vervelende emotie, omdat die met zich meebrengt dat automobilisten bepaalde verkeerssituaties als minder riskant inschatten.

„Als het weer verslechtert of de weg bijvoorbeeld gladder wordt, worden mensen een beetje nerveus en gaan ze meer aandacht besteden aan het autorijden”, zegt Mesken. „Dat zouden ze ook moeten doen als ze geïrriteerd zijn, want ook dat is een taakverzwarende omstandigheid. Maar als mensen geïrriteerd zijn, letten ze juist minder goed op.” Dat zou in campagnes wat meer kunnen worden benadrukt, meent Mesken, inmiddels adviseur Mobiliteit en Verkeer bij ingenieursbureau DHV.

De drukte in het Nederlandse verkeer helpt niet echt bij het onderdrukken van agressie in het verkeer, meent de kersverse doctor. „Op het moment dat je doorgang geblokkeerd wordt en je vertraging oploopt, treedt er al irritatie op. Als je alle tijd van de wereld hebt en het maakt niet uit of je ergens een kwartiertje later bent, dan doen gesloten spoorbomen je helemaal niets.”

Maar dat verandert volgens haar onderzoek als je haast hebt. Mesken: „Ik heb dat zelf ook. Ik rij ’s ochtends altijd met de auto naar het station en dan is het belang om de trein te halen heel groot. Op die momenten zit ik echt ontzettend opgefokt in de auto. Als iemand voor je dan treuzelt als het licht op groen springt waardoor hij wél en ik niet kan doorrijden, nou, dan zit de irritatie vrij hoog. Dat wordt dan verklaard door de doelen die je hebt, je eigen belangen en een duidelijk aanwijsbare ander, die je de schuld kan geven.”

Twee keer per uur werden proefchauffeurs uit het onderzoekstraject boos en drie keer per uur angstig, zo wees het onderzoek van Jolieke Mesken uit. „Bij angst heb je geen controle en bij boosheid heb je die wel. Dus als iemand in het verkeer iets doet waardoor er grote kans is op een aanrijding, dan schrik je eerst. Je schiet in de angst en op dat moment is even de controle weg. Maar als het goed afloopt dan slaat het om in irritatie.”

Volgens Mesken zijn emoties nooit helemaal uit te vlakken. „Dat is maar goed ook, want emoties hebben absoluut een functie. Vanuit biologisch oogpunt stimuleerde angst om te vluchten en boosheid om aan te vallen. Ook nu hebben emoties zo’n functie, maar in het verkeer is dat niet al te handig, omdat al je aandacht er naartoe wordt getrokken, terwijl je die aandacht beter aan het besturen van de auto kunt besteden. Het zou mooi zijn als automobilisten die boosheid leren beheersen. Al moet ik er meteen bij zeggen dat dat niet eenvoudig is.”

Naar de mening van Mesken kan de overheid zeker aan irritatiebeperking doen. Bijvoorbeeld door goed te communiceren. „Stel dat je als overheid ingrijpende maatregelen wilt nemen voor bijvoorbeeld het leiden van verkeersstromen en je wilt dat die maatregelen effectief zijn. Dan is het wel handig om even na te denken welke groepen verkeersdeelnemers erdoor worden beïnvloed en welke belangen er worden doorkruist. Welke groepen hebben hier nu last van? En welke niet?”

Duidelijkheid is, kortom, belangrijk, meent Mesken. „Het is altijd prettig als het gedrag van andere mensen in het verkeer duidelijk en voorspelbaar is. Dat levert de minste emoties op. Dat gedrag krijg je vanzelf als de verkeerssituaties duidelijk en voorspelbaar zijn. Een voorbeeld zijn geloofwaardige snelheidslimieten.”

Mensen kunnen volgens Mesken op twee manieren geïrriteerd raken over snelheidsregels. „Óf ze zien de reden ervan totaal niet in, óf ze zien de reden wel, maar snappen de veiligheidsrelevantie niet. Je hebt wel eens binnen de bebouwde kom twee keer twee rijstroken met gescheiden fietspaden en daar mag je dan toch maar 50. Daar snappen de mensen niets van. Op de één of andere manier moet de overheid duidelijk maken waarom auto’s daar maar 50 mogen. Al zeg je maar met een groot bord langs de weg dat bij snelheden boven de 50 kilometer per uur het risico op dodelijk letsel heel sterk toeneemt.”

Het proefschrift van Mesken over emoties in het verkeer is te lezen op http://dissertations.ub.rug.nl/ faculties/ppsw/2006/j.mesken/