Weg van alle koeien

Het boerenbestaan is hard en onzeker. Veel boeren stoppen ermee.

Maar werk op het land blijft trekken en terugkijkend komt vaak de nostalgie.

Vrachtwagenchauffeur Cees Wiersma voor zijn stelpboerderij bij Hartwert. Tien jaar geleden verkocht hij zijn vee. Foto Hoge Noorden/ Jacob van Essen Cees Wiersma Hardwerd 27-01-2007 NRC / LOOPBAAN Ex boer Cees Wiersma is sinds kort vrachtwagenchauffeur ©Foto: Hoge Noorden / Jacob Van Essen Essen, Jacob van / Hoge Noorden

Een kronkelig weggetje door het Friese platteland leidt naar de boerderij van Cees Wiersma (46) bij Hartwert (gemeente Wunseradiel). Hij is boer zonder veestapel. Tien jaar geleden verkocht hij zijn 35 koeien en schapen. Nu is hij zelfstandig ondernemer en werkt hij als vrachtwagenchauffeur. Heimwee heeft hij niet. „Het is tegenwoordig niet meer aantrekkelijk om boer te zijn.”

Het was niet zijn roeping om boer te worden, vertelt hij aan de keukentafel van de boerderij, waar hij met zijn vrouw Linda en twee kinderen woont. Hij had een opleiding in de metaal, maar daar was, eind jaren zeventig, geen werk in te vinden. Dan maar op de boerderij van zijn ouders. „Het boerenleven is mooi, je leeft in de natuur en met de seizoenen en je maakt alles mee, van geboorte van dieren tot hun dood.” Hij begon vol goede moed, al wist hij dat hij een niet levensvatbaar bedrijf overnam, licht hij toe. „Ik was de derde generatie op deze pachtboerderij. Maar omdat die niet ons eigendom was konden we geen krediet krijgen bij de bank voor een uitbreiding.”

De superheffing begin jaren tachtig speelde hem parten. Veehouders moesten eenvijfde minder melk leveren en kregen een quota toegewezen. „De financiële druk werd te groot. Ik had een boterham, maar teerde in op wat ik had.” Dat kon zo niet verder gaan. In 1994 verkocht hij zijn vee. Zijn ouders steunden hem. „Ze zeiden dat ik het eerder had moeten doen.” Op zijn 33ste trad hij voor het eerst in loondienst als tractor- en vrachtwagenchauffeur bij een loonbedrijf. In 2000 begon hij voor zichzelf. Hij rijdt nu afval („allerlei stoffen, ook gevaarlijke”) in Friesland, Noord-Holland en Rotterdam. Soms ook op zondag. „Het werk gaat met pieken en dalen. Ik heb een redelijke boterham, maar zit onder modaal.” Hij houdt van zijn werk, omdat het afwisselend is. Heimwee naar het boerenbestaan heeft hij niet. „Het is tegenwoordig niet meer aantrekkelijk om boer te zijn met al die regeltjes en ziektes als mond-en-klauwzeer en vogelgriep. Het vrije leven van de boer is niet meer.” Heimwee, nee, al vertelt zijn vrouw Linda dat hij direct de koeienstal inloopt als hij op het boerenbedrijf van zijn zuster komt. Wiersma: „Dat is nostalgie, geen heimwee. Het is de wereld waarin ik ben opgegroeid.”

Heimwee heeft oud-veehouder Rein Brandsma (44) uit het Friese Goënga soms nog wel. Als gevolg van rugproblemen deed hij zijn veehouderij zeven jaar geleden definitief van de hand en werd hij makelaar/bemiddelaar van agrarisch onroerend goed. „Vooral het melken mis ik en de vrijheid. Als boer ben je koning op je eigen erf. Je voelt je vrij. Nu word ik meer geleefd. Als boer had ik geen agenda.” Brandsma’s vader was veehouder in Welsrijp en als jongen hielp hij al mee met melken. „De vrijheid, het voeren van de koeien, ik wilde boer worden”, vertelt hij in zijn ruime werkruimte in zijn kop-hals-rompboerderij. Een droom ging in vervulling toen hij op zijn negentiende met zijn vader een maatschap aanging. „We kochten een grotere boerderij op deze plek in Goënga met 35 hectare land en 80 melkkoeien.” Brandsma maakte lange dagen („ik werkte soms zestien uur per dag”) en kreeg rugklachten. In 1992 werd hij aan een hernia geopereerd. Even ging het goed, maar twee jaar later volgde opnieuw een operatie. Zijn arts zei toen dat hij lichter werk moest zoeken. „Een enorme klap. We hadden kleine kinderen en ik had mijn vader net uitgekocht. Maar ik kon amper lopen. Mijn hele rug zat in het gips.” Een medewerker en zijn vader hielden de boerderij draaiende. Brandsma zelf stortte zich op de quotahandel. Handelen en bemiddelen vond hij leuk en hij volgde de driejarige makelaarsopleiding. In 1995 begon hij voor zichzelf.Maar als het voorjaar in de lucht hangt en hij de koeien en het kuilvoer buiten ruikt gaat het hem aan het hart dat hij boer af is. „Toen ik net begon als makelaar en een klant opzocht die net aan het melken was, kreeg ik het soms te kwaad. En als ik gezond was zou ik zo weer boer willen worden.”

Auke Boschma (39) uit Burgwerd woont, net als Wiersma en Brandsma, nog op de boerderij. Boschma deed zijn melkveehouderij vorig jaar mei van de hand. Hij had geen plezier meer in zijn vak. Hij is nu huisman, volgt een cursus neurolinguïstisch programmeren (NLP) en mest koeien. Een druk is van zijn schouders gevallen. Zijn vrouw Anita, die tandartsassistente is, ziet hem in de toekomst als leraar op een basisschool. „Hij kan goed met jonge kinderen omgaan.” Maar Boschma weet zelf nog niet precies wat hij wil. Als jochie van zes wel. „Auke wilde boer worden. Ik was een dierenman, had een geit en konijnen.”

Toen zijn vader ziek werd, hield hij op zijn vijftiende het melkveebedrijf draaiende. Op zijn zeventiende kwam hij in de maatschap. Vijf jaar later kocht hij de boerderij van zijn ouders. Maar de sleur van het boerenbestaan brak hem op. „Je moet altijd weer melken. Er is nooit rust. Ik wil de stal altijd schoon hebben. Ben een perfectionist en daar heb je werk van.” Hij genoot niet van het boerenbedrijf. „Het was steeds: even snel dit, even snel dat. ’t Groeide me boven het hoofd.”