Voor als je Unilever te saai vindt

11.000 hoogopgeleide jongeren hebben het leger boven kantoor verkozen.

Irak, Afghanistan, het kan. Maar militair voor het leven zijn, hoeft allang niet meer.

Oefening met legerhelikopters in de Marnewaard in 2002. Sommige hoogopgeleiden vinden dit werk leuker dan op kantoor zitten. Foto Sake Elzinga Nederland-Marnehuizen (GR)-21-10-2002. Grootscheepse oefening in militair oefendorp Marnehuizen in de Marnewaard. Hier een deel van een 'Wave' landing van helikoters. Foto:Sake Elzinga Elzinga, Sake

Stel je bent jong, ambitieus, hoogopgeleid en voelt je aangetrokken tot een avontuur in het buitenland. Dan ligt een internationale carrière bij bijvoorbeeld Shell of Unilever voor de hand. Maar sommige vwo’ers en academici vinden dat veel te saai en gooien het over een andere boeg. Zij hullen zich in het legergroen en marineblauw van defensie, waarmee ze tevens hun lot verbinden aan levensgevaarlijke missies in Irak en Afghanistan.

Defensie heeft 63.000 medewerkers in dienst, van wie 11.000 hoogopgeleid; ze hebben ten minste een vwo-diploma op zak. En ieder jaar beginnen zo’n 500 jonge hoogopgeleiden bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). Daar worden toekomstige officieren wetenschappelijk geschoold voor de marechaussee, marine, luchtmacht en landmacht, adelborsten en cadetten in jargon.

Hun maritieme en militaire opleiding krijgen ze aan respectievelijk het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder en de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Daarnaast kunnen afgestudeerde hbo’ers en academici op de NLDA de Korte Officiersopleiding volgen.

Waarom verkiezen deze hoogopgeleiden een mentaal en fysiek zware baan? Een met een vrijwel gegarandeerde kans op uitzending? Terwijl ze ook kunnen kiezen voor een veelbelovende carrière in het bedrijfsleven, waar in de regel ook meer geld te verdienen is?

„Ik was zo enthousiast geworden door de verhalen over het leger en de reclames op tv dat ik op al mijn zestiende besloot dat ik mij na het gymnasium zou aanmelden bij de KMA”, vertelt Maurice Stahlecker (25). „Ik heb altijd een drang gehad naar avontuur en hou erg van sport. Ook het ‘maatjesgevoel’ dat je binnen de landmacht aantreft vind ik heel belangrijk.”

Luitenant Stahlecker heeft de KMA afgerond en geeft als pelotonscommandant leiding aan 35 soldaten op de militaire basis in ’t Harde. Dat bevalt hem zeer goed. „Tijdens de opleiding word je goed geleerd om ‘commandantje’ te spelen en leiding te geven.”

Majoor Angélique Appels (35), jurist bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit in Den Haag, raakte enthousiast voor het soldatenleven tijdens het schrijven van haar afstudeerscriptie over peacekeeping operations. Dat deed ze in New York, waar ze in contact kwam met hoge militairen.

Terug in Nederland besloot ze de korte specialistenopleiding van tien weken te volgen. Ook zij is enthousiast over haar baan waarvoor ze onderhandelt over contracten voor bouw en onderhoud van vliegtuigen. „Het is heel afwisselend werk, ik ben veel ‘in het veld’. Bijvoorbeeld om vliegtuigen te bekijken, onlangs was ik daarvoor nog bij een bedrijf in Jordanië”, zegt Appels.

Majoor John Janssen van de Nederlandse Defensie Academie heeft wel een idee van wat jonge hoogopgeleiden bij defensie als Stahlecker en Appels bindt. „Het zijn vaak mensen met een hoog verantwoordelijkheidsgevoel, die goed leiding kunnen geven en die persoonlijke vorming belangrijk vinden.

„Daarnaast voelen ze zich aangetrokken tot de taken die defensie verricht. De kreet ‘Voor God, Koning en Vaderland’ hoor je allang niet meer, maar deze mensen vinden het wel belangrijk om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse belangen in het buitenland.”

Tot die bijdrage behoort ook de uitzending naar brandhaarden als Irak en Afghanistan. Angélique Appels is in 2005 in Afghanistan geweest voor contractonderhandelingen. „Dat was een fantastische ervaring. Onze basis was in de Afghaanse hoofdstad Kabul en daar was de bevolking positief over onze aanwezigheid, dat maakte het bijzonder.”

De kans bestaat dat ze op termijn weer wordt uigezonden, en dat heeft zo zijn nadelen. „Mijn zoontje is inmiddels groter en ik laat hem niet graag alleen. Zo weet hij nu nog te vertellen dat hij het als driejarige zo vervelend vond ‘dat mama toen zo lang weg was’.” Maar Appels piekert er niet om defensie te verlaten. „Mijn baan bevalt me veel te goed.”

Dat betekent niet dat Appels, of haar collega’s, hun hele lever in dienst blijven bij defensie. Vroeger betekende het leger baangarantie tot aan het pensioen. Het oude adagium ‘militair ben je voor ’t leven’ is echter vervlogen. Bij iedere militair wordt op hun 35ste bekeken of er een toekomst is weggelegd bij defensie. Het is up or out. Is het out, dan wordt hij of zij geholpen bij het vinden van een baan in de burgermaatschappij.

„De Nederlandse arbeidsmarkt is veranderd en defensie moet mee veranderen”, aldus majoor John Jansen van de NLDA. „We willen niet langer een gesloten personeelsorganisatie zijn, maar flexibel.”

Maurice Stahlecker past in het plaatje van de moderne werknemer. „Ik ben niet zo gehecht aan een vaste baan en sta niet onwelwillend tegenover een overstap naar het bedrijfsleven in de toekomst.”

Voorlopig denkt Stahlecker niet aan opstappen. Dat kan ook niet, wie de opleiding aan de KMA volgt, verplicht zich om een aantal jaren bij defensie in dienst blijven. Bij tussentijds vertrek moet de studie worden terugbetaald.

Hij verwacht niet dat hij zich bij een eventuele overstap naar het burgerleven moet laten bij- of omscholen. „Volgens mij zijn wij in het bedrijfsleven best geliefd. Wij zijn gedisciplineerd, loyaal, collegiaal en sportief. Ik heb er wel vertrouwen in.”

Meer informatie over carrières in het leger is te vinden via: www.nlda.nl en www.werkenbijdelandmacht.nl

    • Friso Schotanus