Verruiming behandeling onder dwang

Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat akkoord met de verruiming van de mogelijkheden om psychiatrische patiënten onder dwang op te nemen en te behandelen.

Dat bleek gisteren in een debat over wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). De gewijzigde wet die het zelfbeschikkingsrecht van mensen met psychische stoornissen beperkt, moet in april dit jaar in werking treden.

Nu is dwangbehandeling van psychiatrische patiënten alleen mogelijk als er een acuut gevaar binnen de inrichting is. Straks wordt het mogelijk de patiënt onder dwang te behandelen als voldoende vaststaat dat hij anders te lang opgenomen moet blijven omdat het gevaar, veroorzaakt door zijn stoornis, niet wordt weggenomen.

Een tweede wetswijziging betreft de voorwaardelijke machtiging. De wijziging maakt het mogelijk dat de rechter een behandeling buiten de kliniek oplegt zonder instemming van de patiënt, als hij wel het vertrouwen heeft dat de patiënt zich aan de voorwaarden (bijvoorbeeld over het slikken van pillen) houdt. Zo wordt meer ruimte geboden voor alternatieven voor gedwongen opnames.

Als iemand met psychische klachten zich vrijwillig laat opnemen, kan hij niet gedwongen behandeld worden. Het kabinet wil de duur van een vrijwillige opname beperken tot maximaal drie dagen. Dat vindt de Tweede Kamer te kort omdat het een rem zou zetten op de keuze van de patiënt voor een vrijwillige opname. Demissionair minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) toonde zich bereid de maximumduur van vrijwillige opnames uit te breiden tot drie weken.

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVVP) juicht de voorgestelde wetswijzigingen toe. Pandora, de belangenorganisatie van psychiatrische patiënten, is teleurgesteld. Zij vindt dat de rechtspositie van patiënten wordt aangetast. Het wordt moeilijker om een behandeling te weigeren. Patiënten klagen soms over bijwerkingen van medicijnen en nemen ze daarom niet in. Jaarlijks worden 17.000 patiënten onder dwang opgenomen.