Politici (m/v)

De rekrutering van geschikte volksvertegenwoordigers is een van de elementaire taken van politieke partijen. Het werven van personeel voor openbare functies is in hoge mate een interne kwestie van de betrokken politieke vereniging. Maar dat houdt op wanneer het algemeen belang in het geding komt, of indien een partij handelt in strijd met wetten of verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen.

Dit laatste is het geval met de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). Deze partij werd in 1918 opgericht uit afkeer van samenwerking met katholieken, maar ook van nieuwerwetsigheden als sociale zekerheid en het vrouwenkiesrecht. Volgens de SGP mogen vrouwen krachtens de bijbel geen regeerambt bekleden.

In september 2005 oordeelde de Haagse rechtbank dat de Nederlandse overheid geen subsidie meer mag verlenen aan de SGP, omdat die partij vrouwen niet als volwaardig lid toelaat. Dat oordeel vloeide voort uit het feit dat Nederland in 1991 het Vrouwenverdrag van de Verenigde Naties heeft geratificeerd. Volgens de rechter is de overheid daarom verplicht „passende maatregelen” te nemen om discriminatie van vrouwen in het politieke en openbare leven uit te bannen.

Het proces was aangespannen door het Clara Wichmannfonds en andere maatschappelijke organisaties. En dat was natuurlijk terecht: het is onbestaanbaar dat een democratische partij in de Staten-Generaal als officieel standpunt huldigt dat de vrouw de facto is ondergeschikt aan de man. Het feit dat de staat tegen de uitspraak van de rechter beroep heeft aangetekend, valt dan ook niet goed te begrijpen.

De SGP heeft het afgelopen jaar haar statuten cosmetisch aangepast. Maar terecht is Binnenlandse Zaken, hangende het hoger beroep, er nu toe overgegaan ook voor dit jaar geen subsidie te verlenen aan deze theocratische partij. De mannenbroeders zullen voorlopig zelf moeten opdraaien voor de kosten van hun archaïsche opvattingen.

Tegenover de SGP staat de Partij van de Arbeid als enige partij die de positie van de vrouw garandeert. Vorig najaar bij de kandidaatsstelling voor de Tweede Kamer, en nu voor de Eerste Kamer. Maar net als de SGP hanteert de partij hierbij een ongezonde rechtlijnigheid. Partijvoorzitter Michiel van Hulten hanteert de ‘vrouwenregel’ om te rechtvaardigen dat voormalig Tweede Kamerlid Klaas de Vries op een onverkiesbare plaats belandde voor de Eerste Kamer. Tweede Kamerlid Jet Bussemaker heeft dit zeer juist getypeerd als een drogreden: de partij had immers ook een hooggeplaatste mannelijke kandidaat ten bate van De Vries kunnen laten dalen in de rangorde.

De onderschikking door de SGP deugt niet. Maar positieve discriminatie zoals toegepast door de PvdA is uiteindelijk ook contraproductief voor de positie van vrouwen in de maatschappij en de politiek. De verkeerde veronderstelling achter dit beleid is immers dat vrouwen te zwak zijn om op eigen kracht op zo’n positie te komen.