Partijen willen af van streng begroten

De coalitiepartijen van het nieuwe kabinet nemen afstand van een van de grondslagen van het begrotingsbeleid van de afgelopen twaalf jaar. Dit bevestigen bronnen rond de informatiebesprekingen.

Door uit te gaan van een hogere gemiddelde economische groei scheppen ze extra financiële ruimte. Deze verandering in het begrotingsbeleid betekent dat CDA-leider Balkenende afstand neemt van de lijn van zijn kabinetten in de afgelopen vier jaar.

De bijstelling van de gemiddelde groei van 1,75 naar 2 procent levert over de hele kabinetsperiode een meevaller van zo'n 6 miljard euro op. Ter bewaking van de begrotingsdiscipline willen het CDA, de PvdA en de ChristenUnie in het regeerakkoord een strengere norm voor het begrotingsoverschot vastleggen. Het overschot zou in 2011 moeten uitkomen op 1 procent van het bruto binnenlandse product.

Voor dit jaar, zo blijkt uit vertrouwelijke berekeningen van het Centraal Planbureau ten behoeve van de formatie, moeten de onderhandelaars evenwel rekening houden met een onverwachte verslechtering van de overheidsfinanciën. Het CPB gaat uit van een tekort van 0,3 procent van het bruto binnenlandse product. Dit betekent dat het nieuwe kabinet moet beginnen met bezuinigingen. Vertrekkend minister Zalm (Financiën, VVD) kondigde onlangs aan dat 2006 wordt afgesloten met een overschot van 0,6 procent, maar deed over het saldo in 2007 geen uitspraken.

De onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie hebben afgesproken om het zogenoemde behoedzame groeiscenario waarop de ramingen van de publieke uitgaven en inkomsten worden gebaseerd, los te laten. Ze willen in plaats hiervan uitgaan van een ‘realistisch scenario’.

Het behoedzame scenario is één van de pijlers van de ‘zalmnorm’ voor het begrotingsbeleid. Andere uitgangspunten, scheiding van inkomsten en uitgaven en gebruik van meevallers voor vermindering van de staatsschuld, willen de beoogde coalitiepartijen handhaven.

    • Roel Janssen