Minister Israël weg na seksuele intimidatie van soldaat

De Israëlische ex-minister van Justitie en Knessetlid Haim Ramon (Kadima) is vandaag schuldig bevonden aan seksuele intimidatie. Bij vrijspraak zou hij nog vandaag zijn teruggekeerd als lid van de regering van premier Olmert, maar nu hij door de rechtbank van Tel Aviv schuldig is bevonden moet hij definitief aftreden.

Ramon (56) had op de dag dat de oorlog tegen Libanon begon op een feest een vrouwelijke soldaat(18) tegen haar wil gezoend. Zijn verweer dat de soldate met hem had geflirt en dat het om een wederzijdse kus ging is door een drie rechters tellend panel niet geaccepteerd. „Er zijn grenzen die niet overschreden kunnen worden”, aldus de rechters. Zij vonden het verweer van de ex-minister van Justitie vol tegenspraak. Hij had als minister beter moeten weten en zich heeft misdragen. Het relaas van de jonge soldate werd geloofwaardig en betrouwbaar bevonden. Ramon kan maximaal tot drie jaar gevangenisstraf worden veroordeeld.

De veroordeling kwam voor Ramon zichtbaar als een enorme schok. In de Israëlische kranten zei hij vanochtend nog te rekenen op vrijspraak en een onmiddellijke terugkeer naar het ministerie van Justitie. Ook Olmert had daarop gerekend. De premier bereidt een als ingrijpend omschreven wijziging van zijn regeringsploeg voor. Volgens de Israëlische media zal in die herschikking minister van Defensie Peretz, tevens leider van de Arbeidspartij, worden overgeplaatst naar een ander departement.

Ramon was niet de enige minister met problemen. Premier Olmert en minister van Financiën Hirschon zijn betrokken in een reeks van politieonderzoeken in verband met – nog niet aangetoonde – corruptie. De kabinetschef van Olmert zit thuis in verband met belastingfraude en een prominent lid van Olmerts partij Kadima is aangeklaagd wegens corruptie toen hij nog minister was.

Inmiddels heeft president Katsav, die zal worden aangeklaagd op verdenking van verkrachting en aanranding van vier vrouwelijke medewerksters, alsnog besloten de presidentiële ambtswoning te verlaten. Hij weigerde dat aanvankelijk, maar is daartoe gedwongen door de procureur-generaal bij het Hooggerechtshof.