Intenties in een blanco envelop

Wielerploegen vragen renners toestemming om bij dopingaffaires hun DNA te mogen gebruiken.

‘Dit doe je normaal alleen bij de ergste misdadigers.’

Een polderoplossing in het internationale wielrennen. Dat is het antwoord van de Raboploeg op de vraag naar steeds drastischer middelen om het dopingprobleem op te lossen. Zomaar toestemming vragen aan een renner om DNA-materiaal af te staan – zoals bij sommige ploegen gebeurt – ging de ploeg te ver. Maar de internationale solidariteit doorbreken, dat wilde ook niemand.

„We moeten met de ploegen schouder aan schouder staan, maar om DNA vragen doe je normaal gesproken alleen bij de ergste misdadigers. Daar moet je dus erg voorzichtig mee zijn”, zegt woordvoerder Jacob Bergsma van de ploeg van Rabobank. Gisteren bracht De Telegraaf het nieuws dat Raborenners akkoord moeten gaan met het afstaan van DNA-materiaal. In september van vorig jaar spraken de ProTourploegen af dat renners hun toestemming moeten geven voor mogelijk gebruik van hun DNA-materiaal.

„Wij hebben de renners intentieverklaringen voorgelegd, maar die zijn gezamenlijk in een blanco envelop gestopt”, aldus Bergsma. „Niemand weet wie er al of niet heeft getekend. Dat wordt pas duidelijk als er een eventueel probleem is. En zelfs als een renner de verklaring heeft getekend, dan nog heeft hij bij een dopingvermoeden drie dagen om zijn toestemming in te trekken”.

Bij de Duitse wielerploeg T-Mobile is het veel eenvoudiger. „Bij ons staat gewoon in het arbeidscontract dat renners bij eventuele dopingproblemen DNA-materiaal moeten afstaan”, zegt Luuc Eisenga, directeur bij T-Mobile.

Hij kreeg de opdracht om één seizoen na de dopingvermoedens rond Jan Ullrich, die daardoor niet mocht deelnemen aan de Tour de France, ervoor te zorgen dat de ploeg niet meer met doping in verband kon worden gebracht. Mocht op een hotelkamer een verdachte zak bloed worden aangetroffen, dan kan via dna gemakkelijk de eigenaar worden opgespoord.

„Ik weet niet of er renners zijn geweest die als gevolg van het vernieuwde contract zijn vertrokken bij ons. Dat is altijd moeilijk vast te stellen. Belangrijker vind ik te constateren dat we 29 renners in dienst hebben die er uitdrukkelijk geen probleem mee hebben”, zegt Eisenga.

In de praktijk hoeft geen renner bijvoorbeeld bloed of een haar af te staan: het gaat erom dat hij toestemming heeft gegeven om al opgeslagen materiaal, zoals bloedmonsters bij de internationale wielerunie UCI, te gebruiken voor een DNA-test.

Volgens Herman Ram, directeur van Dopingautoriteit Nederland, heeft het verzamelen van dna beperkt nut. Op die manier kan alleen worden vastgesteld welk bloed bij welke renner hoort. Met een DNA-monster alleen is niet vast te stellen of iemand dope heeft gebruikt. Vooralsnog beschouwt Ram de nadruk van de professionele wielerploegen op DNA vooral als symboolpolitiek. „Ze willen laten zien er alles aan te doen om dopegebruik te voorkomen. Een kwestie van communicatie, lijkt me. Daarnaast is het afstaan van DNA voor de wielerploegen een arbeidsrechtelijke voorwaarde. Dat gaat naar mijn mening een stap te ver, ook al wordt gevraagd vrijwillig mee te werken. Die eigen keus moet je wel in een context plaatsen; zo vrijwillig lijkt me dat niet.”

Op de vraag of de strijd tegen doping niet doorschiet, reageert Ram terughoudend. „De wielersport ziet de status als olympische sport in gevaar komen, dus ik kan me voorstellen dat men voor harde maatregelen pleit.”

Volgens Bergsma is de intentieverklaring meer dan symbolisch. „Op het moment dat er een probleem is en een renner aangeeft dat hij met een DNA-test geen probleem heeft, dan verloopt zo’n procedure toch gemakkelijker. Maar het is wel zo dat de verklaring die er nu ligt, nauwelijks status heeft.”

De wielerploegen hebben de verklaringen vooraf op hun juridische houdbaarheid laten testen. Er bestaat nauwelijks jurisprudentie, maar ontslagen waarbij DNA-bewijs is gebruikt kenden tot nog toe weinig mededogen van rechters. „Ik geloof dat er wel vijf advocaten naar gekeken hebben, voordat hiertoe internationaal is besloten”, zegt Bergsma.

Volgens advocaat Diana Simons, gespecialiseerd in arbeidsrecht, lijkt de gebruikte intentieverklaring van Rabobank weinig zin te hebben. „Wat maakt het nu uit of je nu al tekent, of pas bij een eventueel probleem toestemming geeft voor het gebruik van dna? Ik zie dat niet. Aan de andere kant: ook een intentieverklaring is een vorm van medische keuring. Het enige dat ik mij kan voorstellen is dat zo’n verklaring een preventieve werking heeft.”

Bekijk de volledige lijst met verboden stimuleringsmiddelen op www.wada-ama.org

Lees meer over de strijd tegen doping in Nederland op www.dopingautoriteit.nl