Het gaat nu om noemen en genoemd worden

Er is nog geen regeerakkoord, maar de partijen zijn al druk bezig met het verdelen van de ministersposten en het zoeken naar de juiste namen. Wouter Bos heeft al jaren een eigen lijstje.

Het hoge woord is er bijna uit. PvdA-leider Wouter Bos overweegt serieus om in het nieuwe kabinet plaats te nemen. De druk op Bos werd gisteren opgevoerd door partijvoorzitter Michiel van Hulten, die namens het partijbestuur Bos opriep het vicepremierschap te aanvaarden.

De formatie zit in de afrondende fase. Vandaag en morgen onderhandelen Balkenende (CDA), Bos (PvdA) en Rouvoet (ChristenUnie) onder leiding van informateur Herman Wijffels (CDA) weer in het Catshuis in Den Haag. In tegenstelling tot eerdere berichten zal het concept-regeerakkoord waarschijnlijk pas volgende week definitief zijn. „Niets dramatisch”, aldus een betrokkene. „Er zijn nog wat losse eindjes, en alles moet nog op papier gezet worden”.

Nu het regeringsprogramma vaste vormen begint aan te nemen, buigen de onderhandelaars zich over de personele bezetting van het nieuwe kabinet. In de Haagse wandelgangen gaat het nu om noemen en genoemd worden. Wim van de Camp, nestor van de CDA-fractie, heeft een lijstje in zijn binnenzak met namen van fractieleden die volgens hem kans maken op een plek in het kabinet. Behalve uiteraard Balkenende, Donner en Wijn zijn dat bijvoorbeeld de Kamerleden Liesbeth Spies en Gerda Verburg. Bos heeft al jaren een eigen lijstje, alsmede een door het partijbestuur opgestelde reeks potentiële bewindslieden.

De invulling van de kabinetsposten gaat volgens een redelijk strak stramien. Maar steevast te laat en chaotisch. Alle voornemens van de onderhandelende partijleiders om te komen tot een ‘kernkabinet’ zijn van de baan. Het kabinet is toch vooral een weerspiegeling van de machtsverhoudingen tussen de coalitiepartijen. Naar verluidt lijken CDA, PvdA en ChristenUnie aan te sturen op respectievelijk acht, zes en twee ministersposten. De formule voor staatssecretariaten is nog vaag: voorlopig houden insiders het op vijf (CDA), vier (PvdA), één (ChristenUnie).

Het CDA zal de premier leveren. Dat de grootste partij dat doet, is al tientallen jaren gebruikelijk, hoewel dit nergens formeel is vastgelegd. Suggesties als zou de PvdA het premierschap kunnen claimen, zijn niet erg realistisch te noemen.

Balkenende wordt dus premier van zijn vierde kabinet. Volgens de gebruiken levert de grootste coalitiepartner, de PvdA, dan de minister van Financiën, die geldt als de machtigste post naast Algemene Zaken. Naar alle waarschijnlijkheid wordt dat Bos zelf, die tevens vicepremier zal zijn. Ook de ChristenUnie zal een vicepremier leveren: André Rouvoet. Niet vast staat aan welke portefeuille die functie is gekoppeld. Vermoedelijk wordt Rouvoet minister voor Jeugd en Gezin, ondergebracht bij Volksgezondheid. Dat zou een politiek geprofileerde portefeuille zijn, passend bij de ChristenUnie, net zoals De LPF in 2002 Vreemdelingenzaken kreeg en D66 in 2003 Bestuurlijke Vernieuwing.

Uitgaande van die bezetting aan de top van de piramide wordt vervolgens per ‘deelgebied’ de macht verdeeld. Dit spel speelt zich tot nu toe niet af aan de formatietafel, maar in de ‘bilatjes’, de vele gesprekken die de onderhandelaars met elkaar hebben buiten het zicht van informateur Wijffels.

Het gaat bijvoorbeeld om de buitenlandhoek, met Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Defensie. Betrokkenen denken dat het goed mogelijk is dat hiervoor respectievelijk het CDA (Maxime Verhagen), PvdA (Bert Koenders) en ChristenUnie (Eimert van Middelkoop) de ministers leveren. Dat Van Middelkoop een serieuze kandidaat is, blijkt uit het feit dat de partijtop van de ChristenUnie de bijna 70-jarige senator Egbert Schuurman gevraagd heeft in de Eerste Kamer te blijven, omdat met het vertrek van Van Middelkoop een te onervaren senaatsfractie zou resteren.

In de financieel-economische hoek streeft de PvdA ernaar om Sociale Zaken in de wacht te slepen. Economische Zaken zou met Joop Wijn als minister van het CDA kunnen blijven. Ook wordt overwogen een aparte minister van Integratie in het leven te roepen, die bij Sociale Zaken of bij Onderwijs ondergebracht kan worden. De PvdA aast op die post omdat dat volgens een betrokkene „de grootste sociale kwestie van de komende jaren zal zijn”. De partij heeft ook al een kandidaat: de Amsterdamse wethouder Aboutaleb.

Een andere wetmatigheid in het verdelen van de posten, is dat de ministeries Justitie en Binnenlandse Zaken niet in handen komen van één partij. Het CDA heeft oud-minister Piet Hein Donner in de aanbieding om terug te keren op Justitie (niet geheel onomstreden wegens diens vertrek vorig jaar naar aanleiding van de Schipholbrand). Dat zou betekenen dat de PvdA Binnenlandse Zaken krijgt. Eenzelfde redenering gaat op voor de departementen VROM en Verkeer en Waterstaat. Bij VROM komt de nadruk waarschijnlijk sterker op milieu te liggen.

Een ingewikkelde kwestie is het ministerie van Onderwijs. Minister Van der Hoeven (CDA) wil graag blijven, maar het is nog onduidelijk of dat gebeurt. Wel is helder dat er grote weerstand bestaat in het onderwijsveld tegen een PvdA’er op dat ministerie, vanwege de vermeende regeldrift van de PvdA op dat terrein.

Los van de verdeling van de posten, moet met name de PvdA voldoende vrouwen in het kabinet zien te krijgen, vindt partijvoorzitter Van Hulten. De helft van de PvdA-bewindslieden moet vrouw zijn, en eigenlijk zou dat voor het hele kabinet moeten gelden, vindt Van Hulten.