Gemiste kansen

Als het de mens is die het klimaat verandert – en volgens onderzoekers is dat waarschijnlijk – moet het ook de mens zijn die maatregelen neemt tegen klimaatverandering. Het lijkt voor de hand te liggen, maar de werkelijkheid is prozaïscher. De besluitvorming over terugdringing van de CO2-uitstoot, energiebesparing en alternatieven voor ernstig vervuilende energiedragers, verloopt moeizaam. Men kan als politicus of burger makkelijk met Al Gore’s ongemakkelijke waarheid over het klimaat koketteren. Maar het is moeilijk om beleidsmaatregelen uit te voeren die het klimaat ten goede komen. Of als consument verantwoordelijkheid te nemen. Dat wil bijvoorbeeld zeggen: een zuinige auto kopen en geen vliegvakanties meer boeken.

Er is geen debat waar zoveel lucht zit tussen werkelijkheid en wenselijkheid als het klimaatdebat. De schijnheiligheid is groot. Neem de Europese Unie. Het dagelijks bestuur, de Europese Commissie, lanceerde laatst grootse plannen voor terugdringing van de CO2-uitstoot tot 2020. De duurzaamheidsdoelstellingen voor de korte termijn, tussen nu en drie jaar, blijken echter op geen stukken na te worden gehaald. Wat is er dan het nut van om met plannen voor 2020 te komen waarvan iedereen nu al weet dat die waarschijnlijk luchtfietserij zijn?

Tegelijkertijd ging de Commissie wegens politieke gevoeligheid een ondubbelzinnige keuze voor kernenergie uit de weg. Het moet nog maar eens worden gezegd: zolang er geen realistische, grootschalige alternatieven zijn voor de olie, is kernenergie onmisbaar. Kernenergie zou een principiële keuze moeten worden voor het nieuwe Nederlandse kabinet. Zo’n keus betekent dat nieuwe centrales pas over vijftien of twintig in gebruik kunnen worden genomen. Dat is bij benadering de termijn die nodig is voordat de politieke en maatschappelijke besluitvorming erover is afgerond – en voordat de bouw ervan een feit is.

Juist in Brussel zou men beter moeten weten. Europa is net als de Verenigde Staten verslaafd aan olie en gas. In Amerika durft de president dat tenminste nog hardop te zeggen, en te waarschuwen voor de gevolgen. De Unie en veel van haar lidstaten spelen mooi weer met doelstellingen voor een verre toekomst en gaan het politieke en maatschappelijke debat uit de weg over harde keuzes die in feite nú moeten worden gemaakt.

Een voorbeeld. Waarom kan in Duitsland, dat aan het infuus ligt van de Russische machtige gasleverancier Gazprom, geen discussie meer over kernenergie worden gevoerd? Het besluit van toenmalig bondskanselier Schröder om het kernenergiegebruik tot 2020 helemaal te stoppen, zou in theorie door de huidige grote coalitie kunnen worden teruggedraaid. Maar de sociaal-democratische partner in de regering heeft het gevetood en het is onwaarschijnlijk dat kanselier Merkel, die persoonlijk niet tegen kernenergie is, het in deze regeerperiode nog aanroert.

Ook dit is een ongemakkelijke waarheid: nog steeds rust in te veel EU-lidstaten een taboe op de relatief schone en voor de hand liggende oplossing die kernenergie biedt. Het is een gemiste kans, zoals het hele klimaatdebat vol gemiste kansen zit.