Gekweld door miezerigheid

Zijn zelfopgelegde eenzaamheid dreef hem naar de marge van de literatuur. Vorige week overleed A Punt Moonen in een verpleegtehuis.

Schrijver A. Moonen noemde zich sinds zijn debuut Stadsgerechten (1978) nadrukkelijk A Punt Moonen. Deze autobiografische verhalenbundel zette de toon voor een oeuvre van zo’n tien boeken, de dichtbundel Gezagsvoerdersverzen (1988) en het toneelstuk De Huwelijksfuik (1997). Hij schreef regelmatig voor het Amsterdamse satirische studentenweekblad Propria Cures.

In al zijn werk doet hij verslag van de zelfkant van het leven, zijn fascinatie voor met name Marokkaanse jongens en leeft de auteur zich uit in een wonderlijke mengeling van plechtstatigheid en grauwe seksbeschrijvingen. Aan humor ontbrak het Moonen niet.

Vorige week woensdag, 24 januari, overleed hij in zijn woonplaats Rotterdam. De laatste jaren sleet hij in een verzorgingstehuis. Zijn volledige naam luidt Arie Wilhelmus Pieter. Hij werd 69 jaar.

De auteur noemt Van Oudshoorn, Gerard Reve en Louis-Ferdinand Céline als zijn grootste voorbeelden. Aanvankelijk viel hem voor zijn boeken lof ten deel. Vooral Moonens archaïserend taalgebruik trok aandacht.

In de loop der jaren verwierf hij ook grote faam als literair performer. Tijdens optredens toonde hij het publiek met trots en plezier de jarretel die hij droeg. Hij was een meester in het provoceren van interviewers.

In latere boeken, zoals Naar Portugal (1994), Koud buffet (1996) en zijn laatste publicatie Verbanning uit 2000, groeiden zijn monomane treurigheid en flirt met seksueel divertissement en dood uit tot extreme proporties.

Moonen ontwikkelde een wonderlijk Nederlands zonder lidwoorden. In Naar Portugal staan gekke zinnen zoals: „Nou ben ik in deze buurt onderhand wel aan oerlelijke volwassenen gewend geraakt en bovendien is het met eigen voorkomen ook woekeren.”

Moonens zelfopgelegde eenzaamheid dreef hem naar de marge van de literatuur. Hij vereenzaamde. Na een tijd in Amsterdam te hebben gewoond keerde hij terug naar zijn geboortestad Rotterdam. Zijn jeugdjaren noemde hij ‘verkreukeld’.

In 1997 leefde hij op tijdens de première van het toneelstuk De Huwelijksfuik. Hij sprak regisseur en acteurs bemoedigend toe met wijsheden over een toneelstuk dat ‘vol moet zijn met personages, rekwisieten enzo’. Bij die gelegenheid liet hij een visitekaartje drukken met de tekst: „A Punt Moonen. Improvisatietheater.”

Moonen bouwde zorgvuldig aan zijn reputatie van verschoppeling. In het toneelstuk over een geluidsneuroticus en zijn vrouw ligt het pistool klaar. In een gesprek met deze krant zei hij: „Als ik door de stad loop en het regent, voel ik me een miezerige stadsfiguur. Maar achter mijn schrijftafel ben ik door niemand te evenaren.”