Clubs moeten laten zien hoe ze aan hun geld komen

Brussel is bereid betaald- voetbalclubs, wegens hun maatschappelijke belang, niet als bedrijven te behandelen.

Maar daar moeten ze wel wat voor terug doen.

Leonardo nadat hij vorige week zijn eerste doelpunt in dienst van Ajax maakte, in de bekerwedstrijd tegen Haarlem. Foto WFA WFA01:VOETBAL KNVB BEKER AJAX - HAARLEM:AMSTERDAM;25JAN2007-Ajax heeft zich op eenvoudige wijze geplaatst voor de kwartfinale van de KNVB-beker. De Amsterdamse bekerhouder versloeg woensdag in een voor de helft gevulde Amsterdam ArenA Haarlem met 4-0. Foto: Leonardo heeft zojuist zijn eerste doelpunt voor Ajax gemaakt en Ajax op 2-0 gebracht. WFA/wc/str. Ben Haeck WFA WFA

Voetbalclubs en overheden klagen al jaren over juridische onzekerheid als gevolg van Europese regels voor de gezamenlijke markt. Mogen gemeenten profclubs, die in financiële moeilijkheden verkeren, overeind houden? Is het gezamenlijk verzilveren van tv-inkomsten uit eredivisie of Champions League niet strijdig met EU-regels tegen kartelvorming? Zo zette de Nederlandse Mededingingsautoriteit al eens vraagtekens bij de gezamenlijke verkoop van live-uitzendingen.

En wat te denken van de nieuwe regels van de Europese voetbalbond UEFA? Deze verplichten clubs om vanaf 2008 minimaal acht spelers in hun selectie op te nemen, waarvan er vier door de club zelf zijn opgeleid en vier in het land waar de club gevestigd is. Doel hiervan is de macht van rijke clubs, die liever spelers kopen dan opleiden, terug te dringen. Maar de regel lijkt strijdig met het recht op vrij verkeer van werknemers in de EU. Een spelersmakelaar kan bij de rechter betogen, dat de UEFA hiermee kansen van andere spelers beperkt om hun vak in een ander EU-land uit te oefenen. „Wij hopen op erkenning van onze specifieke positie”, zegt Henk Kesler, directeur betaald voetbal bij de voetbalbond KNVB.

In het Europees Parlement (EP) stemde maandag een ruime meerderheid in met voorstellen van de Vlaamse europarlementariër Ivo Belet, die tegemoetkomen aan de wensen van Kesler. „Maar om voor die bijzondere positie in aanmerking te komen, moeten de clubs wel wat terug doen”, aldus Belet na de stemming.

Het parlement heeft formeel geen bevoegdheden op sportgebied. Belet: „Als de Europese Grondwet was aangenomen wel.” Maar de europarlementariërs hopen toch dat hun voorstellen worden overgenomen door de Europese Commissie. Het dagelijks bestuur van de EU is vóór de Grondwet en lijkt mede daarom rekening te houden met de wensen van het EP. „Wij hebben begrepen dat de plannen van de Commissie lijken op die van Belet”, aldus een woordvoerder van de KNVB. De Commissie komt binnen een half jaar met een zogenaamd ‘witboek’, waarin de specifieke positie van profclubs tot uiting komt.

Maar wat moeten de voetbalclubs volgens het EP doen om voor een uitzonderingspositie in aanmerking te komen? Een belangrijke eis is dat ze openheid van zaken geven over hun financiële huishouding. „Het is nu soms totaal onduidelijk hoe rijke clubs aan hun geld komen”, zegt Belet. „Het Europese profvoetbal gaat gebukt onder gokfraude, witwasserij van geld en obscure investeerders. Wij roepen de Europese Commissie en de UEFA op, clubs te verplichten een helder financieel beleid te voeren en daar ook op toe te zien.” Het parlement stelt voor dat nationale voetbalbonden en de UEFA een onafhankelijk orgaan oprichten, dat toezicht houdt op transparant financieel beleid bij Europese voetbalclubs.

Het EP spreekt zich verder uit vóór het afstaan door clubs van hun spelers aan nationale elftallen, zonder dat ze daarvoor gecompenseerd worden. Bij clubs met veel internationals leeft de wens van financiële compensatie, omdat ze spelers na interlandwedstrijden soms geblesseerd terug krijgen. De europarlementariërs eisen ook maatregelen van de Commissie tegen kinderhandel in het profvoetbal. Het zou clubs onmogelijk gemaakt moeten worden om kinderen al op jonge leeftijd contractueel aan zich te binden. Bekend voorbeeld hiervan is Feyenoord dat de Braziliaan Leonardo, nu in dienst van Ajax, al op 12-jarige leeftijd wegplukte uit Rio de Janeiro. Voor spelers van buiten de EU geldt nu een leeftijdsgrens van achttien jaar.

In ruil hiervoor moet de Commissie beloven regels over kartelvorming en vrij verkeer van personen niet strikt toe te passen op voetbalclubs. Over staatssteun moet de Commissie duidelijke richtlijnen opstellen. „We hebben een soort spoorboekje nodig waarin overheden precies kunnen zien wat wel en niet geoorloofd is”, aldus VVD-europarlementariër Toine Manders, een van de initiatiefnemers van de EP-voorstellen. „Sommige landen kennen bijvoorbeeld een gunstig belastingtarief voor spelers. Dat werkt concurrentievervalsend ten opzichte van clubs in andere landen. De Commissie moet duidelijk aangeven of dat is toegestaan.”

Meer over de EU en voetbal op: www.epp-ed.eu.