Besson jat flink voor ‘Minimoys’

Arthur and the Minimoys. Regie: Luc Besson. Met: Freddy Highmore, Mia Farrow, Penny Balfour. In 85 bioscopen (Ned. versie) + 1 in originele versie.

Een magisch zwaard zit vast in een steen, een jongetje dat Arthur heet trekt het er uit. De meeste schrijvers en filmmakers zouden er voor terugdeinzen zo’n motief rechtstreeks te kopiëren. Maar voor de Fransman Luc Besson is zoiets geen enkel probleem. De scenario’s, die hij in hoog tempo aflevert voor zijn eigen filmmaatschappij, zijn collecties van hergebruikte ideeën en plotwendingen. Als regisseur poetst hij even graag clichés op.

In Arthur and the Minimoys, zijn tiende film en zijn eerste jeugdfilm, maakt Besson daarbij voor het eerst gebruik van animatie. Na een live-action begin schakelt hij over op digitale animatie wanneer de hoofdpersoon, de tienjarige Arthur, krimpt en in een magische miniatuurwereld belandt onder de tuin van zijn grootmoeder.

Toch betekent die overgang voor Besson geen grote verandering. Strips en tekenfilms waren al vaak als inspiratiebronnen voor zijn werk te herkennen. Het is maar een kleine stap van de futuristische omgeving van zijn sciencefictionsucces The Fifth Element uit 1997 naar de verborgen domeinen van wormen, insecten en de minimoys, de kleine wezentjes voor wie Arthur een verlosser moet zijn.

En ook in dit eerste deel van een serie verfilmingen van door Besson zelf geschreven kinderboeken, is het zijn stijlgevoel dat hem erin doet slagen het gebrek aan originaliteit te verdoezelen. Met een knappe prinses, een verborgen schat en een schurk die, omdat zijn naam niet mag worden uitgesproken, aan Harry Potters vijand Voldemort herinnert, volgt Arthurs ondergrondse avontuur weinig verrassende patronen.

De zeven jaar en tachtig miljoen euro die in de productie van Arthur and the Minimoys werden geïnvesteerd, zijn gebruikt om de decors te laten glinsteren en van de achtervolgingen achtbaanritjes te maken. De buitenkant van Arthur and the Minimoys is goed verzorgd.