Zonder mooi licht is een gebouw niet echt af

Met een gebouw neerzetten neemt geen architect tegenwoordig meer genoegen.

Als het er staat, moet het worden ‘opgemaakt’ met de juiste, sfeervolle verlichting.

De Torre Agbar in Barcelona, Spanje, ontworpen door Ateliers Jean Nouvel (2000-2005) Foto Roland Halbe Projekt: Torre Agbar, Barcelona Architekt: Jean Nouvel Halbe, Roland

Regelmatig worden monumentale gebouwen in de felgekleurde spotlights gezet. Om onze aandacht te trekken, natuurlijk. En omdat de gebouwen, en daarmee de steden waarin ze staan, er een imago mee kweken, zegt curator Saskia van Stein van de tentoonstelling Architectuur van de Nacht.

Het komende jaar zullen paarse lampen schijnen op de Erasmusbrug, om te onderstrepen dat 2007 in Rotterdam is uitgeroepen tot ‘Jaar van de Architectuur’. In dat kader besteedt het Nederlands Architectuur Instituut (NAi) aandacht aan de verlichting van gebouwen. Want hoewel steeds meer stemmen opgaan om het aantal lampen die steden in het licht doen baden te verminderen (zie bijvoorbeeld de website www.laathetdonkerdonker.nl), kunnen verlichte gebouwen ook een positieve bijdrage leveren aan het leven in de stad.

Een gebouw mooi uitlichten blijkt niet een kwestie van zomaar een schijnwerper richten. Voor nieuwe wolkenkrabbers en kantoren worden zelfs kunstenaars ingehuurd om een ‘lichtplan’ te maken. De juiste verlichting is onderdeel van een gebouw, zegt Van Stein: ,,Net als make-up voor een vrouw, het hoort erbij.” Een kunstig verlichte passage geeft voorbijgangers een prettiger gevoel dan een donker steegje.

Het eerste bouwsel dat ooit met kunstlicht werd beschenen was de Eiffeltoren. Op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1889 was de uitvinding van elektriciteit de nieuwe revolutie – voor die tijd waren steden slechts schaars verlicht, met gaslampen. Architect André Granet ontwierp een heuse ‘choreografie’ voor de splinternieuwe Parijse blikvanger. In het NAi hangen Granets oude lichtontwerptekeningen: een fontein van rode, blauwe en gele lichtstralen.

Daarna was het hek van de dam en probeerden architecten steeds vaker hun creatie uit te lichten. Gecombineerd met de opkomst van lichtreclames, verlichte winkeletalages en straatverlichting leidde dat soms tot explosies van licht, zoals in Las Vegas of het New-Yorkse Times Square.

Dankzij nieuwe technieken kunnen gebouwen nu ook zélf licht uitstralen. Architect Renzo Piano verzon een gevel met ongeveer duizend grote groene lampen voor het KPN-gebouw in Rotterdam-Zuid. De lampen worden per stuk aangestuurd, waardoor lichtpatronen ontstaan die worden gebruikt voor artistieke afbeeldingen of reclame-uitingen.

De ontwikkeling van LED (light emitting diode) bood nog meer mogelijkheden. Omdat LED-lampjes (die onder meer worden toegepast in afstandsbedieningen) een zeer lange levensduur hebben, schokbestendig zijn en minder energie kosten, is het voor architecten een aantrekkelijk idee om ze te gebruiken als ‘gebouw-make-up’. Het is zelfs denkbaar om naar een gebouw een sms te sturen, en zo je boodschap in pixels van LEDs over de hele gevel uit te schreeuwen. Deze ‘architainment’ moet terughoudend worden toegepast, vinden de kenners: een overdosis LED-grapjes zou kunnen leiden tot een kakofonie aan geflikker.

Op de expositie is te zien wat de mogelijkheden zijn van lampen. De Franse architect Jean Nouvel liet zich voor zijn wolkenkrabber ‘Torre Agbar’ (zie foto) inspireren door een vulkaaneruptie: met vlammende rode en blauwe lampen lijkt de kogelvormige flat ’s nachts vervaarlijk te branden. In 1924 zorgde het gele en rode kunstlicht dat in het glazen dak van het ‘Radiator Building’ in New York scheen nog voor veel ongeruste meldingen bij de brandweer.

Maar een juiste belichting kan ook een vredestichtend effect hebben. De spectaculaire Allianz Arena, het voetbalstadion in München, moet twee rivaliserende voetbalclubs herbergen: Bayern München (rood tenue) en TSV 1860 München (blauw tenue). Afhankelijk van welke club die avond een wedstrijd speelt, is de witte zwemband om het stadion heen rood of blauw verlicht – om onrust bij de supporters te voorkomen.

‘Architectuur van de Nacht’, t/m 6 mei in het Nederlands Architectuur insituut, Museumpark, Rotterdam. Open di t/m za 10-17u. Entree 8 euro.

    • Olga van Ditzhuijzen