Vooroordelen over medisch specialisten

Op z`n minst teleurgesteld zijn wij na het lezen van het hoofdartikel van 18 januari, waarin onjuist en ondeskundig commentaar wordt geleverd op de positie, het gedrag en het inkomen van de medisch specialist in Nederland. Op basis van verouderde informatie zijn hierin alle vooroordelen over medisch specialisten nog eens op een rijtje gezet.

Gesteld wordt dat medisch specialisten grotendeels de toegang tot hun eigen beroepsgroep bepalen. Dit is pertinent onjuist. Sinds 1999 bestaat het Capaciteitsorgaan, waarin ziekenhuizen, zorgverzekeraars en specialisten samen de capaciteit ramen. Op basis van die raming bepaalt de minister - gelet de ruimte in de Zorgnota - de opleidingscapaciteit.

Vervolgens stelt het commentaar dat medisch specialisten bewust hun vijfde dag vrijhouden. Hun productiecapaciteit wordt echter primair bepaald door de zorgvraag, het plafond van de totale zorgkosten en de inkoop door de zorgverzekeraars en niet door een wens van medisch specialisten om parttime te werken. Datzelfde geldt voor spreekuren op zaterdag en in de avonduren. De strenge budgettering heeft de gezondheidszorg voor een belangrijke periode verlamd. Ook Nederlandse medisch specialisten is het een doorn in het oog dat patiënten daardoor ook nu weer naar het buitenland gaan of moeten gaan.

Ten slotte heeft juist de Orde in de gesprekken over het uurtarief ingebracht dat prestaties een rol kunnen spelen bij de beloning. Ook de gesprekken over het functioneren van medisch specialisten worden op initiatief van de beroepsgroep zelf tot stand gebracht. En omdat de beroepsgroep de kwaliteit zo belangrijk vindt, heeft het Ordebestuur ervoor gezorgd dat hiervoor 0,50 euro in het uurtarief is opgenomen. De Nederlandse patiënt kan daardoor op een kwalitatief goede zorg blijven vertrouwen.

Bij het steeds weer oprakelen van allerlei vooroordelen is echter niemand gebaat.