Splijtzwam papaver

Afghanistan en de papaverteelt: het is een verhaal van eeuwen. Het is deel van de complexe geschiedenis en de vaak gewelddadige lotsverbondenheid die Azië heeft met de opium. Door de Nederlandse militaire betrokkenheid in Afghanistan is de papaver als probleem in Den Haag beland. Want de Afghaanse papaverteelt zou de wederopbouw van het land verhinderen. Immers, met de opiuminkomsten financieren Talibaan- en Al Qaedastrijders hun guerrilla, zo wordt gesteld. President Karzai van Afghanistan pakt na lang aarzelen en onder Amerikaanse druk de bestrijding van de papaverteelt aan in onder andere Uruzgan, waar de Nederlandse troepen zijn gelegerd. Karzai krijgt steun van minister Kamp (Defensie, VVD), maar juist niet van diens collega minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA). De papaver is aldus splijtzwam in het demissionaire kabinet.

Van Ardenne, die de afgelopen week op werkbezoek in Zuid-Afghanistan was, heeft het gelijk aan haar kant. Eerdere plannen om papaverboeren aan alternatieven te helpen, hebben weinig resultaat opgeleverd. Van katoen-, saffraan-, bloemen- en fruitteelt als keuzemogelijkheid is nog weinig sprake. Als de papaver verdwijnt, vallen de hoofdinkomsten weg en zal van wederopbouw niets terechtkomen. De samenwerking met de lokale bevolking, die de NAVO-troepen worden geacht na te streven, komt daarmee onder druk te staan.

Sterker, bij gebrek aan alternatieve inkomsten zullen de boeren, zoals Van Ardenne zei, worden teruggedreven in de armen van de Talibaan. Zo kunnen de strijd in Afghanistan en de pogingen dit land op te bouwen uitgroeien tot een opiumoorlog.

De productie van opium in Afghanistan bereikte in 2006 een recordhoogte. Het land is ’s werelds grootste leverancier van opium en heroïne. De Franse opiumonderzoeker Pierre-Arnaud Chouvy stelde onlangs vast dat de Afghaanse papaverteeltbestrijding alleen resultaat zal hebben als in het land een basis is gelegd van politieke stabiliteit en economische ontwikkeling (www.geopium.org). Pas als aan die voorwaarden enigszins is voldaan, kan de opiumhandel worden aangepakt. Wat Amerika, Karzai en Kamp willen is het omgekeerde: de papaver moet omgeploegd of weggesproeid worden als voorwaarde voor wederopbouw. Washington neemt Colombia graag als voorbeeld, maar de overigens omstreden aanpak daar garandeert nog geen resultaat in Afghanistan. Het is kansloos zonder medewerking van de boeren.

Er komt nog iets bij. Drugsbestrijding is geen taak van de vredesmacht in Afghanistan. NAVO-chef De Hoop Scheffer zei het vorig jaar expliciet: de troepen van de alliantie kunnen niet alles doen in het land. Ze zijn geen opiumjagers en moeten dat ook niet worden. Maar een geslaagd of mislukt papaverbeleid bepaalt wél mede het succes van deze militaire missie. Het is de taak van de Afghaanse regering om met een doordacht plan te komen. Zolang een alomvattende strategie voor de bestrijding van de papaverteelt en de opiumhandel ontbreekt, heeft incidentenbeleid geen zin.