Slang met paddengif

De Aziatische slang Rhabdophis tigrinus gebruikt het gif uit padden die hij opeet om zich tegen vijanden te verdedigen. Slangenmoeders van deze soort kunnen het gif niet alleen opslaan, maar ook doorgeven aan hun nakomelingen. Dat schrijft een groep van Japanse en Amerikaanse onderzoekers vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Als R. tigrinus wordt belaagd door een havik, dan draait hij zich om en toont een klier op de achterkant van de nek. Als de havik die klier aanraakt spuit er gif uit. Deborah Hutchinson van de universiteit van Norfold in Virginia vermoedde dat de slang bepaalde steroïden (‘bufadienolides’) die in dit gif aanwezig zijn niet zelf maakt, maar haalt uit de huid van bepaalde padden (Bufonidae).

Om te bepalen of dat klopt analyseerde ze de samenstelling van het gif van deze slang. Daarna kon ze vaststellen dat deze steroïden geheel ontbreken in slangen die leven op het paddenvrije Japanse eiland Kinkazan. Deze slangen slaan op de vlucht als er een havik in de buurt is. In het gif van Rhabdophis-slangen die leven op Ishima, waar padden juist wel veel voorkomen, was dit type steroïden wel ruim aanwezig.

Hutchinson bevestigde haar vermoeden dat de padden het gif aanleveren door jonge slangen van deze soort te voeren met een paddenvrij of juist een paddenrijk dieet. Herhaalde analyse van de chemische samenstelling van het gif in de nekklier van de dieren bracht de herkomst aan het licht.

Het opslaan en gebruiken van gif uit prooien is vrij algemeen. Rupsen schrikken vijanden af met gif uit wolfsmelkplanten, felgekleurde tropische kikkers slaan gif op uit insecten die zij opeten en er leeft een vogelsoort op Nieuw-Guinea die hetzelfde doet. De opname van van gif uit gewervelde prooidieren is daarentegen wél zeldzaam. Hutchinson en haar team kennen alleen het voorbeeld van de slang Thamnophis sirtalis die vijanden lijkt af te schrikken met watersalamandergif.