Shell stapt in gaswinning op zee in Iran

Oliemaatschappijen Shell en Repsol gaan voor Iran onderzoek doen naar de winning van gas uit de zeebodem. Het project kan resulteren in de bouw van een van de grootste fabrieken van vloeibaar gas ter wereld.

Het draait om gaswinning uit een deel van het zogeheten Zuid Pars-veld voor de Iraanse kust dat volgens het Iraanse staatsoliebedrijf NIOC 16.000 miljard kubieke meter gas bevat.

Het Brits-Nederlandse Shell en het Spaanse Repsol gaan onderzoeken hoe het gas het beste kan worden gewonnen en aan land worden gebracht, aldus een woordvoerder van Shell vandaag. Daartoe hebben de drie partijen, van Iraanse kant de staatsoliemaatschappij NIOC, afgelopen zaterdag in Iran een overeenkomst getekend.

Als het gaswinningsproject doorgaat zullen Repsol en Shell samen zorgdragen voor boorputten, de bouw van platformen en het aanleggen van pijpleidingen, aldus de woordvoerder. Het NIOC blijft eigenaar van het gas en zal dit leveren aan een fabriek die in handen is van een gezamenlijk bedrijf van de drie partijen.

NIOC zal 50 procent van het bedrijf bezitten, de twee Europese concerns elk 25 procent. De fabriek zal maximaal 8,1 miljoen ton vloeibaar gas (LNG) per jaar kunnen produceren en daarmee tot de grootste LNG-fabrieken ter wereld behoren. De drie eigenaren zullen elk hun eigen deel van de productie kunnen verkopen. Voor Shell komt dat neer op zo’n 2 miljoen ton LNG per jaar.

Het duurt echter nog even voor het zover is. De drie partijen tekenden in 2004 een intentieverklaring om de levensvatbaarheid van het project te onderzoeken. Nu worden de eerste concrete kostenramingen gemaakt. Het werk op basis van dit akkoord is volgens Shell alleen nog „uitzoekwerk. Er gaat nog geen paal de grond in.”

Het uiteindelijke contract zou een waarde kunnen hebben van 4,3 miljard dollar, bericht persbureau Bloomberg op basis van Iraanse bronnen. De waarde van het gehele project zou uit kunnen komen op 10 miljard. Shell zelf weigert nog bedragen te noemen, omdat die pas duidelijk zullen worden als het onderzoek is afgerond. Begin 2008 verwacht Shell een besluit te kunnen nemen over de investering. Volgens het Iraanse olieministerie zou het project in 2011 kunnen draaien.

Omdat de Iraanse diplomatieke positie gevoelig ligt en de Verenigde Staten handel met het land ontmoedigen, heeft Shell „gezorgd dat de Amerikaanse overheid geïnformeerd werd”, aldus een woordvoerder van Shell, die echter niet kan vertellen of de Amerikanen hierop hebben gereageerd. Concurrent BP heeft bij monde van topman John Browne eerder te kennen gegeven niet in Iran te willen investeren om belangen in de VS niet in gevaar te brengen.