Shell Californië deels verkocht

Olieconcern Shell trekt zich verder terug uit Californië. Shell verkoopt een raffinaderij en 250 pompstations voor 1,6 miljard dollar (1,3 miljard euro) aan de Amerikaanse branchegenoot Tesoro.

Bestuursvoorzitter J. van der Veer van het Brits-Nederlandse Shell zei vorige week nog in het Zwitserse Davos dat hij een beter evenwicht nastreeft tussen het aantal benzinestations en de raffinagecapaciteit van Shell in de verschillende regio’s.

Andere olieconcerns zoals BP en Chevron zijn ook bezig raffinaderijen te verkopen. In maart 2005 verkocht Shell een andere Californische raffinaderij. Eerder werden drie Franse raffinaderijen van Shell en een vestiging in de Dominicaanse Republiek te koop gezet.

De raffinaderij aan de rand van Los Angeles die nu aan Tesoro wordt verkocht, heeft een capaciteit van 100.000 vaten per dag. Tesoro’s prijs is volgens analisten aan de hoge kant. De marges op raffinage zijn de afgelopen twee decennia teruggelopen.

Sinds de orkanen Katrina en Rita in 2005 de Amerikaanse raffinagecapaciteit fors verminderde, is de prijs per vat capaciteit echter weer gestegen. Voor de orkanen werd nog 9.000 dollar per vat capaciteit betaald, daarna steeg de prijs tot 19.000 dollar. Tesoro betaalde Shell 16.300 dollar per vat capaciteit. Bovenop de 1,63 miljard komt nog de waarde van de op Shell-terreinen aanwezige olie op het moment van overdracht.

Shell is Europa’s grootste olieconcern. Alleen het Amerikaanse ExxonMobil heeft wereldwijd meer raffinagecapaciteit dan Shell. De 250 tankstations in het zuiden van Californië zijn goed voor een marktaandeel van 4,2 procent in de grootste benzinemarkt van de Verenigde Staten. De stations blijven de naam Shell voeren.

Tegelijkertijd met de aankoop van Shell maakte Tesoro gisteren bekend 140 tankstations van een andere branchegenoot, USA Petroleum, te kopen. Het aandeel Tesoro steeg na de bekendmaking van de overnames met ruim 6 procent.

In 2004 wilde Shell een andere Californische raffinaderij sluiten omdat deze onrendabel zou zijn. Wetgevers vroegen Shell tevergeefs de raffinaderij open te houden omdat olieconcerns in de staat bij gebrek aan concurrentie de benzineprijzen kunstmatig hoog konden houden. De raffinaderij in Bakersfield werd uiteindelijk in 2005 verkocht aan een exploitant van stopplaatsen voor vrachtwagens.