Ouderen Akzo verliezen pensioenzaak

De Vereniging van Gepensioneerden Akzo Nobel heeft een proefproces tegen Akzo Nobel en zijn pensioenfonds verloren. De zaak gaat over een wijziging in de financiering van de pensioenregeling, en geldt als een proefproces over de maatregelen die diverse grote Nederlandse bedrijven de afgelopen jaren hebben genomen om hun pensioenpremies aan een maximum te binden.

De laatste jaren zijn naast verf- en farmabedrijf Akzo Nobel ook ingenieursbureau Arcadis en Maxeda (voorheen detailhandelsketen Vendex KBB) op zo’n regeling overgestapt. Bij deze nieuwe financieringsregelingen hoeft de werkgever alleen de vooraf vastgestelde premie te betalen, en is hij bij een verslechterde financiële situatie van het pensioenfonds niet gehouden extra geld in de pensioenpot te steken. Na de beurskrach van 2001/2002, die de positie van pensioenfondsen aantastte, moesten werkgevers op aanzienlijke schaal extra geld overmaken.

De kantonrechter in Arnhem heeft gistermiddag alle eisen van de gepensioneerdenvereniging van Akzo Nobel afgewezen. „Als dit de rechtsgeldige situatie wordt, is het gemakkelijker voor bedrijven om de pensioenregelingen te veranderen en worden de indexatierechten voor gepensioneerden minder zeker”, zegt advocaat E. Lutjens van de gepensioneerden. Indexatie is de prijscompensatie waarmee pensioenen jaarlijks worden verhoogd, mits het pensioenfonds een adequate financiële positie heeft.

Het pensioenfonds van Akzo Nobel illustreert de vergrijzing in Nederland. Bij het fonds (belegd vermogen: ruim 5 miljard euro) waren eind 2005 19.295 gepensioneerden aangesloten en 12.451 actieve werknemers.

De rechter vindt dat Akzo Nobel bij de wijzigingen in 2005 de belangen van gepensioneerden afdoende in acht heeft genomen, gezien zijn extra bijdrage van 300 miljoen euro aan het pensioenfonds en gezien zijn „redelijk belang” bij de veranderingen en gezien het toezicht van De Nederlandsche Bank op de gang van zaken. De vereniging van gepensioneerden is „teleurgesteld” en beslist na bestudering van het vonnis over hoger beroep.

    • Menno Tamminga