‘Niet vreemd dat wij shi’ieten aanhang winnen’

Op de shi’itische rouwdag Ashura vieren jongeren op het Mohseniplein in Teheran hun Husseinparty. Abdolreza van de gaarkeuken verheugt zich in de opkomst van het shi’isme.

Het is een bijzondere Ashura dit jaar, zegt Abdolreza (57). In een klein wijkje achter de Shariati-straat in de Iraanse hoofdstad Teheran controleert hij een gaarkeuken van geweldige omvang. Shi’ieten wereldwijd herdenken vandaag het sneuvelen in het jaar 680 van hun derde imam, Hussein, tegen een overmacht aan tegenstanders bij Kerbala en die dag, Ashura, hoort men eten weg te geven. Maar dat is niet wat herdenking dit jaar zo speciaal maakt. „Het is de wereld duidelijk aan het worden dat wij shi’ieten gelijk hebben”, zegt Abdolreza. „We zijn sterk geworden.”

Samen met zijn broers en buren kookt Abdolreza (die vloeiend Duits spreekt en geen achternaam wil geven) voor ongeveer 4.000 armen, onder wie het eten zal worden verdeeld. „Dat is een van de redenen waarom het shi’isme zo in trek is”, zegt hij. „Het zorgen voor minder bedeelden is de kern van onze filosofie.” Abdolreza, nog geen anderhalve meter lang, geeft de Libanese Hezbollah als voorbeeld, een krachtige organisatie die sociaal heel actief is. „Als je dat afzet tegen de corrupte Arabische regimes, is het niet vreemd dat wij zo’n aantrekkingskracht hebben.”

De kracht van de shi’ieten, en de angst daarvoor, was een belangrijk thema in de State of the Union van de Amerikaanse president George Bush vorige week. „Het is duidelijk geworden dat we met een escalerend gevaar van shi’itische extremisten worden geconfronteerd, die net zo vijandig zijn tegen de VS en vastberaden het Midden-Oosten te domineren”, zei Bush. Hij verwees naar het Iraanse regime en de Libanese shi’itische Hezbollah-beweging, die volgens Bush alleen door Al-Qaeda wordt overtroffen in het aantal Amerikanen dat het netwerk heeft omgebracht.

Dat de shi’ieten, tien procent van alle moslims, zich roeren in het Midden-Oosten staat buiten kijf. Momenteel probeert Hezbollah in Libanon de pro-westerse regering ten val te brengen, nadat de beweging in de zomer voor veel moslims een morele overwinning op Israël behaalde na 33 dagen oorlog. In Irak is de meerderheid van de regering in handen van shi’itische groepen, evenals een groot deel van de doodseskaders. En in Iran voelt de regering zich sterker dan ooit sinds de VS regionale vijanden als de Talibaan en het Iraakse regime van Saddam Hussein hebben uitgeschakeld. De westerse onmacht om iets aan het Iraanse nucleaire programma te doen, sterkt de regering alleen maar in haar zelfvertrouwen.

Maar wie denkt dat iedereen daar net zo trots op is als Abdolreza, heeft het mis. Want in Iran verschillen de meningen over de politieke koers van het land en shi’itsme meer dan ooit. Een eenzame politieagent loopt verloren tussen de massa’s jongeren op het Mohseniplein. Hier wordt ook Ashura gevierd, maar in plaats van trommels, kettingen en religieuze zangers draait het op het Mohseniplein om hoge laarzen, strakke mantels en de allernieuwste mobieltjes. Hier heeft ieder jaar de onofficiële Hussein party plaats, het grote flirtfeest voor de jeugd die onder het mom van het religieuze festijn massaal samenkomt in glamour-outfits. Als het al over politiek gaat op het plein dan gaat het over problemen in Iran en niet over de groeiende kracht van het regime of het shi’itisme.

„Wellicht dat mensen in Europa of Amerika het idee hebben dat Iran of de shi’ieten een geweldige bedreiging zijn, maar voor ons – in het land zelf – voelt dat heel anders”, zegt een 47-jarige man die zijn naam niet wil geven, maar zegt te werken voor een semi-overheidsbedrijf. Samen met vrienden is hij gekomen om het feest op het Mohseniplein te aanschouwen. „Misschien lijken we wel sterk, maar ga dat maar eens aan mensen vertellen die geen geld hebben om vlees te kopen.” Zijn vriend, die naast hem staat, knikt instemmend.

Ook bij de gaarkeuken van Abdolreza is een discussie ontstaan. Niemand minder dan zijn broer Hamid blijkt het volledig oneens te zijn met hem. „Als onze overheid en de andere shi’itische bewegingen niet heel diplomatiek en geraffineerd te werk gaan, hebben we alleen de schijn van kracht”, zegt Hamid (52), een even klein mannetje als zijn broer.

„We kunnen niet op eigen kracht de wereld gaan veroveren. Zo werkt het niet, we moeten streven naar vrede in samenwerking met andere landen en culturen”, zegt Hamid. „Nou, ik ben klaar voor de jihad”, laat Abdolreza weten. „Maar ik ben wel bang voor een wereldoorlog.”

    • Thomas Erdbrink