‘Mijn partij is slachtoffer van complot’

Justitie deed huiszoeking bij lijsttrekker Van der Beek van de Partij voor de Jongeren, wegens valsheid in geschrifte.

Van der Beek ontkent fraude en gaat in de tegenaanval.

Eerst was er de beschuldiging van fraude, toen de huiszoeking. Voorzitter en lijsttrekker Ronald van der Beek (45) van de Partij voor de Jongeren noemt het „schandalig” dat er zondagochtend in het Limburgse Elsloo een groepje agenten op zijn stoep stond om zijn huis te doorzoeken op sporen van fraude.

Afgelopen vrijdag maakten de burgemeesters Leers (Maastricht) en Bruls (Venlo) bekend dat de Partij voor de Jongeren had gefraudeerd met handtekeningen die nodig waren om in Limburg aan de Provinciale Statenverkiezingen van 7 maart te kunnen deelnemen. Slechts 11 van de 70 benodigde handtekeningen bleken correct. Van der Beek deed gisterochtend aangifte tegen de burgemeesters, wegens „smaad en laster”.

Wat verwijt u de burgemeesters?

Van der Beek: „Toen bleek dat een aantal handtekeningen niet in orde was, verstuurden ze direct een persbericht waarin ik van fraude werd beschuldigd. Ze hadden me ook even kunnen bellen, dan had ik nog de kans gekregen om het verzuim te herstellen. Maar ze hebben geen contact met mij opgenomen, en ook niet met mijn plaatsvervanger. Er is onherstelbare schade aangebracht aan de hele partij.”

Bent u geschrokken van de huiszoeking?

„Ik vind de huiszoeking buiten proporties. Het was zondagmorgen, ik zat gezellig aan tafel met de familie, toen er ineens een groep agenten, een rechter-commissaris en een officier van justitie voor de deur stonden. Ze hebben mijn computer en wat papieren meegenomen. Het is meer een hetze dan wat anders. Wij zijn een partij die opkomt voor kinderen, geen criminelen.”

Waarom hebt u valse handtekeningen ingeleverd?

„Mij zijn ondersteuningsverklaringen aangereikt, zo werkt dat. Anderen hebben voor mij handtekeningen geronseld, en ik ben er te goeder trouw van uitgegaan dat alles zou kloppen. Toen ik de verklaringen inleverde, hebben ambtenaren alles grondig onderzocht en in orde bevonden.”

Gaat u nog iets ondernemen tegen deze ambtenaren?

„Jazeker. De Kieswet is niet goed toegepast door deze ambtenaren. Als er gebreken worden geconstateerd, moeten ze mij nog de kans geven om de lijst in orde te maken. Dat is niet gebeurd, dus stap ik naar de bestuursrechter.”

Had u niet beter moeten controleren of de handtekeningen klopten?

„Het enige wat ik kan controleren, is of er een gemeentelijke stempel op de verklaringen staat. Ik mocht ervan uitgaan dat alles in orde was. Het ophalen van die verklaringen is arbeidsintensief, en wij hadden het heel druk om alles te organiseren. Ik vind niet dat ik heb onderschat wat het betekent om aan verkiezingen deel te nemen. Je moet dingen delegeren, en dat is misgegaan. Natuurlijk ga ik iets ondernemen tegen degene die mij de handtekeningen heeft geleverd.”

Vreest u te worden vervolgd?

„Ik heb niets te verbergen. Ik denk niet dat het Openbaar Ministerie een zaak heeft. Ik denk dat ze ons willen pakken, omdat wij taboes bespreekbaar willen maken. Ze willen mij gewoon niet in de Provinciale Staten hebben. Ik voel me slachtoffer van een complot.”

Denkt u nog te kunnen deelnemen aan de verkiezingen?

„Ik ben in beroep gegaan bij de Raad van State. Die beslist eind deze week of ik nog mag meedoen. Ik hoop van harte dat het nog kan. Mijn partij heeft al meegedaan aan de Tweede-Kamerverkiezingen, maar toen werden we overvleugeld door de gevestigde partijen. Nu wil ik heel graag de provincie in. Je moet ergens beginnen om iets te doen aan de 15.000 kinderen die worden verwaarloosd. ”

Kunt u nog functioneren?

„Het leed voor mij persoonlijk is groot. Ik slaap niet, ben de hele tijd aan het denken wat er mis ging. Maar als blijkt dat mij geen blaam treft, kan ik er misschien voordeel uit halen. De partij staat in elk geval wel in de schijnwerpers.”

    • Derk Walters