‘Impopulaire Meles Zenawi zocht vijand’

De Ethiopische regering dacht met de inval van Somalië nationalistische gevoelens los te maken onder de bevolking. Maar die is sceptisch. ‘Hoe kan een land in burgeroorlog en zonder effectief gezag ons bedreigen?’

Heimelijke motieven hebben een rol gespeeld bij de Ethiopische invasie van Somalië vorige maand.

„Ethiopië, de Somalische fundamentalisten en Eritrea, alle partijen hebben op deze oorlog aangestuurd”, stelt een hoogleraar aan de universiteit van Addis Abeba, de hoofdstad van Ethopië. „Aartsvijand Eritrea steunde de Unie van Islamitische Rechtbanken (ICU) in Somalië om Ethiopië een hak te zetten. De fundamentalisten van de Unie probeerden de Somaliërs achter zich te krijgen door een heilige oorlog tegen Ethiopië te ontketenen. En de Ethiopische premier Meles Zenawi hoopte van zijn impopulariteit in eigen land af te komen door een buitenlandse vijand te creëren.”

Een voormalig Ethiopisch parlementslid tuurt uit het raam naar geheimagenten; hij wil uit veiligheidsoverwegingen anoniem blijven. „De regering houdt ons voor dat Ethiopië door de fundamentalisten in Somalië werd bedreigd. Maar hoe kan een land in burgeroorlog en zonder effectief gezag een bedreiging voor ons vormen?”, vraagt hij retorisch. „Nee, de Ethiopische bevolking accepteert die nonsens van Meles niet. Tevergeefs probeerde hij door de invasie onder ons nationalistische gevoelens aan te wakkeren. Meles wilde de aandacht afleiden van de uiterst slechte politieke situatie in Ethiopië zelf.”

De Ethiopische regering won door haar snelle militaire zege op de Unie in het buitenland aan gezag, maar bij haar eigen bevolking is ze ongeliefd gebleven. De op één na volkrijkste natie van Afrika vestigde met de invasie haar status als militaire grootmacht van de regio. In 2000 versloeg het met zijn omvangrijke strijdkrachten al aartsrivaal Eritrea. Meles geniet hoog aanzien in Washington en Londen en ook China wil zaken met hem doen. Maar Ethiopië, een van de allerarmste landen ter wereld, kent een van de meest repressieve en rigide regimes van Afrika.

De leiders van de grootste oppositiepartij in Ethiopië zitten achter slot en grendel op beschuldiging van hoogverraad en de overgebleven vrije oppositieleiders klagen over arrestaties van hun aanhangers op het platteland. Journalisten zijn ondergedoken, kritische kranten lijden onder censuur. Ethiopië kent geen democratische traditie en sinds de machtsovername in 1991 door de guerrillagroep van Meles is daar geen verandering in gekomen.

Misschien het meest schrijnende voorbeeld van gebrek aan verdraagzaamheid vormt het lot van de 84-jarige Ababa Tesfaye. Hij presenteerde 42 jaar lang kinderprogramma’s op de televisie en kreeg de bijnaam „grootvader van de natie”. In juni werd de oude man door de staatstelevisie ontslagen. Reden: een kind in zijn show had zich negatief uitgelaten over de stam van Meles zonder daarvoor de les te zijn gelezen door Ababa, die slechthorend is en de omstreden opmerking was ontgaan.

De aanleiding tot de crisis in Ethiopië vormde de verkiezingen in mei 2004, de eerste democratische volksraadpleging in de drieduizend jaar oude geschiedenis van de natie. Meles gaf gehoor aan westerse druk voor verkiezingen omdat hij dacht dat zijn partij deze gemakkelijk kon winnen. In de verkiezingsstrijd vonden er drie maanden lang unieke, open debatten plaats op radio, tv en tijdens openbare bijeenkomsten in dorpen en steden.

Tot ieders verbazing stemde een groot deel van de bevolking tegen de overheid en in de steden won de partij van Meles nauwelijks zetels. Volgens de oppositie verloor de regering haar meerderheid, raakte ze in paniek en begon ze tijdens de tellingen de uitslag ‘aan te passen’. De oppositie reageerde met betogingen, de overheid met geweld. Volgens officiële tellingen schoten ordetroepen bijna tweehonderd betogers dood. Duizenden veronderstelde oppositieaanhangers werden afgevoerd naar detentiekampen.

Meles is er in geslaagd de opstandige burgers te temmen. „Zijn ordetroepen hebben ons zo’n schrik aangejaagd dat we ons laten onderwerpen”, concludeert een advocaat in Addis Abeba. Het voormalige parlementslid trekt na enige tijd dezelfde conclusie. Hij begon het gesprek met de opmerking dat Ethiopië een kruitvat is, klaar om te ontploffen, hij neemt afscheid met: „Het kan nog wel twintig jaar duren eer de bevolking weer in opstand komt. Wij zijn doodsbang en geven geen uitdrukking meer aan onze gevoelens.”

Een prominente intellectueel, die ook niet met naam en toenaam genoemd wil worden, verwijt het Westen dat het zich zand in de ogen heeft laten strooien door Meles. „Onze machthebbers hebben twee gezichten: één voor ons en één voor het Westen”, zegt hij. Grimlachend gebaart hij naar de geheimagent die met ons meeluistert in de koffiebar. „Meles kent de gedachtewereld van westerse politici, hij onderwijst hen over democratie en ontwikkeling. Ze laten zich in slaap praten. Maar voor ons is de hoop op democratische verandering verloren gegaan. Waarom geeft het Westen toch altijd zijn vertrouwen aan bepaalde leiders in Afrika in plaats van te kijken naar het lot van de inwoners?”

De oppositie onderschatte de bereidheid van Meles om hard terug te slaan en overschatte de kracht van haar eigen gelederen. „De regering probeert nu de nadruk te leggen op de economie, die mede door goede regens op jaarbasis drie jaar lang met tien procent is gegroeid”, meent een buitenlandse econoom. „Maar de bevolking reageert lauw op de economische groeicijfers want op het politieke niveau is er niets opgelost, de politieke situatie blijft te gespannen.”

Er ontstaan steeds meer nieuwe gewapende groepen in Ethiopië, die vanuit Soedan, Somalië en Eritrea opereren. Een hoogleraar aan een onderzoeksinstituut in Addis Abeba wijst op mogelijke economische motieven achter de invasie van Somalië. In de Ogaden, het door etnische Somaliërs bewoonde grensgebied, worden veel proefboringen naar olie en gas gedaan, onder meer door het Maleisische bedrijf Petronas. Het oliedorstige China toont interesse. De ICU eiste vlak voor de invasie in december de Ogaden op als deel van „het Groot-Somalische grondgebied”.

De hoogleraar: „De inval was niet zo zeer een ideologische oorlog tegen fundamentalisten, als wel een strijd om grondstoffen.” In de Ogaden strijden twee guerrillagroepen voor afscheiding van Ethiopië, recentelijk met steun van de ICU. Zij gaan nu weer alleen verder met de strijd tegen de Ethiopische regering.